twogje #4

Drie productiehuizen hebben hun eigen Taxshelterbedelbedrijfje opgericht. Bedoeling kort en simpel: geldinzameling.
De directrice heet Françoise PLATTEBORSE.

The Last Post

LATEN WIJ GEDENKEN

(Neen, mevrouw de lerares Engels (!) die het vorige week in Keulen hoorde donderen toen in Blokken de woorden “Menenpoort”, “Ieper” en “The Last Post” vielen, dit is geen bericht dat ik ga stoppen met bloggen.)

Wat jammer dat zowel Phara als Terzake niet de uitzonderlijk gelegenheid dat Robert Fisk te gast was aan de Reyerslaan aangrepen om deze interessante man minstens een uur aan het woord te laten. Hij is in België ter gelegenheid van de herdenking vandaag in Ieper. Een herdenking die de Belgen nauwelijks bezighoudt of beroert.

En ja, ik lees ook de kritische stemmen over deze herdenkingen en de oorlogsmonumenten. En ja, morgen is het gewoon weer oorlog. Maar net daarom moeten we herdenken en nooit vergeten.

Rechtstreekse verslaggeving herdenkingsplechtigheid in Ieper 10U45 op één

Eerste Wereldoorlog op radio en TV

VRT lanceert het project 2014-2018

Robert Fisk bezoekt Flanders Fields

De vlucht van Willem II, het einde van de WOI

The Big Picture  -  Day Remembrances

(Terzijde of net niet: vandaag is ook Kalashnikov jarig)

de Muur

LAAT ONS VIEREN!?

1065 kruisen

Het zijn boeiende televisionele tijden voor geschiedenisliefhebbers. Al een twee-, drietal weken worden we op de meest diverse (internet)zenders getrakteerd op de meest uiteenlopende documentaires en reportages over de val van de Muur en de gevolgen hiervan, dit ter aanloop van de twintigste verjaardag vandaag. De VPRO is wat mij betreft uitschieter.

Ik volg(de) ze zoveel mogelijk. Ik herinner me ook nog als gisteren wat nu geschiedenis is. En wie ooit Berlijn bezocht kan dit niet gedaan hebben zonder de immense impact ervan gevoeld te hebben.

Maar bij elke reportage of documentaire was er bij mij ook constant die gedachte die haast niet in de media komt. De gedachte aan al die andere mensonterende en misdadige muren die vandaag nog bestaan en zelfs nog verder gebouwd worden. Of zullen we voor uitgebreide media-aandacht misschien nog 50 jaar moeten wachten, als de twintigste verjaardag van de val van deze muren zal gevierd worden.

De Tijd gaf een gedetailleerd overzicht.

checkpoint charlie

brandenburger

simpele verzuchtingen 04/09

GAAT HET NOG EEN BEETJE?
De mooiste zoekterm waarmee mensen op mijn blog terecht kwamen de afgelopen maand oei, wij sterven zonder reden”***Kunnen we stoppen met de hypotheses over het Europees presidentschap? Het lijkt het Eurovisiesongfestival wel. En we weten allemaal hoe dat elke keer afloopt voor België… ***Volgens mij wil Herman Van Rompuy er trouwens veel liever met zijn campingcar op uit trekken, laat die mens gerust*** Ik kreeg een stage-aanvraag van een studente in mijn mailbox. Ergens op het wereldwijde web ben ik nog steeds een inspirerend stagementor bij een bloeiend bedrijf in een boeiende sector***Ontdekt dat ook ervaring kan gehomologeerd worden. Stel uw talentenmap samen bij  www.ervaringsbewijs.be  en behaal uw attest als extra sollicitatietroef. Mooi mooi***Herfstvakantie en we zullen het geweten hebben: het halve land ligt weer plat. Bij al die bedrijven die niet bereikbaar zijn, had ik wel de herfstinterim willen komen doen***Worden die vakantieroosters daar wel goed bijgehouden op de VRT want volgens mij zit Phara al lang over haar aantal wettelijke vakantiedagen***Kreeg een sms dat ik er bijzonder goed uitzag op TV. Niks is echt op TV***Gelukkig heeft slechts één (1) persoon mij herkend en mijn goed bewaard geheim ontdekt dat crewleden en meer bepaald in dit geval ik zelf moeten inspringen als figuranten wanneer er niet genoeg voorhanden zijn***Andere mogelijkheid is natuurlijk dat niemand van mijn familie, vrienden en kennissen naar dit programma kijkt***Mijn contract zegt spijtig genoeg dat ik daar niet in detail mag over bloggen***Als men bij avond aan mijn deur komt bellen verkleed als heks en tovenaar omdat dit iets is wat men in Amerikaanse films gezien heeft, dan moet men niet verwonderd zijn dat ik op een wafeltje en een mandarijntje trakteer. Dat zag ik namelijk in die Amerikaanse films***Als we nu eens Sint Niklaas overal ten lande vervingen door Sint Maarten, dan was iedereen tevreden. Geen gezeur meer over vroege intochten, geen Klaas die de Kerstman in de weg loopt, en omgekeerd, Kerst nog lekker ver weg en alle kindjes altijd vrij sowieso op 11 november zodat ze de hele dag lang met hun gekregen speelgoed kunnen spelen***Wat zit er écht achter de ruzie tussen Van Krunkelsven en Van Cauwelaert en had ik al gezegd dat ik me toch nog steeds afvraag wat er tegenover het advies van Barteld Schutyser (wie? vraagt u ondertussen alweer) stond***Waarom zijn privé-aangelegenheden van een aantal politici politiek/maatschappelijk relevant volgens bepaalde media en waarom zou de relatie van minister Freya Van den Bossche met de zoon van Luc Wallyn dat dan net niet zijn?***Astrid Van Kingolotto, hé wat een aparte plezante naam denk ik bij ontvangst van een mail. Blijkt bij openen een dame van ene goksite Kingo Lotto te zijn***Ik begin mijn draai te vinden in het werklozen – foei – werkzoekenden-gebeuren. Buiten mijn volgeboekte kijk/ontdek/wandel/observeer/rustvakantie die ik nog te goed had, bekeek ik  de afgelopen maand 18 films (waarvan slechts een drietal memorabel), ging ik naar drie tentoonstellingen en bezocht ik twee keer  de bioscoop, heb  ik weer het immens plezier van het lezen ontdekt, werkte ik 453 Ipodnummers lang in de tuin, fietste  ik 150 km (in fases van 10 km), stapte tienduizenden stappen en zocht hard maar vond geen baan***Dat is het enige minpunt anders zou het natuurlijk veel te plezierig worden***Het gaat goed, het is fijn, blij dat ik niet in Karachi woon***En eigenlijk moesten in dit stukje minstens twintig links, maar zoekt u het zelf maar uit, ik ga wat TV kijken***

 

M van Mooi

EN OOK VAN MAAR

Het was en is beter, echt waar. Alhoewel ik al mijn leven lang aan de kindjes in Afrika, de talloze oorlogen op onze planeet en de wereldellende denk en ik daar in tegenstelling tot Hans Teeuwen wel regelmatig van wakker van lig, heb ik toch een immens hoge ergernisfactor over het reilen en zeilen van de kleine wereld rondom mij. Gelukkig al een tijdje en dubbelop sinds ik een maand geleden op TF1 een immens pakkende reportage zag over Pakistan, meer bepaald over Karachi en ik elders uit eerste hand lees over de ellende in Cambodja, wordt elke ergernis gemilderd door de gedachte: “Ach, wat zou het. Wat een geluk dat ik niet in pakweg Karachi of Cambodja leef”. Echt waar, ik ben veel milder. Zelfs zo mild dat de bestaansreden van dit blog in het gevaar komt.

Vandaag wil ik u dus nog eens trakteren op een onversneden stukje ergernis.

Een museum met een internationale uitstraling, zo kondigt Leuven vol trots zijn nieuwe M aan . Niks teveel gezegd wanneer je het gebouw ziet. Niet overdreven als je ziet hoe vlot de internetboeking van een ticket verloopt. Prima. Ik verheug me dan ook op het bezoek. Tickets moeten gereserveerd worden voor tijdsblokken, wat geen slecht systeem is. Ik ga met het openbaar vervoer, dus ik voorzie dik twee uur op voorhand te vertrekken,  waardoor ik uiteindelijk tijd heb om eerst nog wat te shoppen. Het regent en het stormt. Ik draag een warme jas, een sjaal en een muts, een paraplu en tegen dat het tijd is om me naar het museum te begeven ook nog twee shoppingtassen. Geen probleem, zoals gewoonlijk ben ik toch van plan om alles af te geven aan de vestiaire, een bezoek aan een museum verloopt alleen comfortabel zonder enig overbodig kledingstuk of bagage en met lege handen. Zeker in musea waar een grote volkstoeloop is. En dat is het, in M. Dank zij Rogier van der Weyden.

De architectuur, ja, dit bouwwerk mag naast vele musea in Europa staan, denk ik terwijl ik buiten rustig de tijd neem om alles te bestuderen. De afwerking laat hier en daar te wensen over (ook van het interieur zie ik later), maar tja, waar vind je nog vaklui die hun stiel kennen. Eens binnen wordt je al snel ontnuchterd. Amateurisme. Dat is het eerste wat in mij opkomt. Naast de balie – die eigenlijk enkel kassa is en helemaal niet uitnodigend als info- of onthaalstand (‘Waar en aan wie kan ik iets vragen?’ ”Stoor ik die bediende die geconcentreerd zit te werken aan zijn pc wanneer ik een inlichting vraag?’) liggen jassen en vesten slordig opgestapeld. Achteraf wordt me duidelijk waarom: de lockerroom is vol. Zo vol als een ei. En geeft al van op de trap naar beneden een onwaarschijnlijk rommelige indruk door in de hoek geschoven ijzeren rolwagens, en rondom provisoire kledingrekken. Geen locker vrij. Ik heb niet zoveel vertrouwen in mijn medemens als vele anderen die hun jassen onbewaakt achtergelaten hebben en heb trouwens meer dan een jas om op te bergen. Bij bevraging blijkt dat ‘er tekort lockers zijn, ze zijn besteld’ en wordt er tegelijk voorgesteld op mijn vraag: ‘wat nu?” om alles achter te laten op het hoopje aan de kassa, ‘je zal trouwens toch niet binnen mogen met je tassen”. Mij niet gezien.

Ik schuif dus aan om de tentoonstellingsruimte binnen te gaan, ik zie geen andere mogelijkheid. Een lange rij die maar niet opschiet. Voor en achter mij een massa Nederlanders, waarvan ik er twee tegen elkaar hoor giechelen: “Dat zal wel zeker zo iets Belgisch zijn?”, maar ik mis wat precies. Wanneer ik aan de entree ben wordt duidelijk waarom het zo traag gaat. Een nonchalant vrijetijdsmeisje met vrijetijdskleren – ‘moet ik iets speciaal aandoen, neen, kom maar in gemakkelijke kleren’ – moet in haar eentje de stroom bezoekers van een ‘goh, zeg hoe gaan we dat doen, awelja, hier ga eens rap bij AVA’ polsbandje voorzien. en de ticketten nakijken. Ze vraagt aan Nederlanders of ze een Standaard bon hebben, wel vriendelijk. Op een geïmproviseerd spaanplaten tafeltje dat daar samen met haar wat verloren in de ruimte staat (of was het  een werk van Jan De Cock?) liggen slordigweg  hoopjes restjes van papier en plakband. Het lijkt wel een kassa van een eetfestijn in een parochiezaaltje. Maar ik ben in een museum. Waar  esthetica moet primeren. Esthetisch. Elegant, kunstzinnig, smaakvol, stijlvol, verfijnd. Hier word ik niet blij van. Ze merkt mijn grote handtas (waar ik ondertussen mijn twee shoptassen ingepropt heb) en paraplu niet op, of doet geen moeite om er een opmerking over te maken. Ik ben binnen.

Ja, het zal wel top geweest zijn, die tentoonstelling. Ik zag ook echt een paar prachtige werken. Maar ik ben geërgerd en geïrriteerd. Ik heb het (veel) te warm, ik ben te zwaar geladen, mijn paraplu blijkt een gevaarlijk wapen, ik blijf in de mensenmassa overal weer hangen met mijn propvolle reuzenhandtas en moet me voortdurend excuseren. Ja, ik had op een grote toeloop gerekend en daar had ik me mentaal op voorbereid. Maar het scenario loopt anders dan ik het voorzien had.

Na een versneld bezoek loop ik nog even de shop in. Noem me een vitter, maar ook hier amateurisme. Een ordinair semi-industrieel rolwagentje staat volgeladen met kartonnen dozen aan de kassa. De voorraad in een in het oog springend rek is niet uitgepakt en staat slordig opgestapeld als in het eerste beste gemeentelijk economaat. De toog is een wanordelijk bureau vol met overbodige spullen. Ja ik stoor me daar aan. Immens. Wie in een museum voor schone kunsten – esthetica weetuwel – werkt moet hier oog voor hebben. Opruimen. Het ziét er niet uit en ik begrijp niet dat dit de bedienden niet opvalt. Elegant, kunstzinnig, smaakvol, stijlvol, verfijnd. De architectuur schreeuwt er om. Eén plaats waar ik verwacht dit te vinden.

Foeterend over dit ondeskundig en prutserig gedoe wil ik wat tot rust komen bij een koffie. Ik ben gevlucht. Dit kon ik niet meer aan. Bevond ik me hier in een cafetaria van een museum met internationale uitstraling? Neen. Een kneuterig kleinburgelijk provinciaal stamineetje (inclusief installatie met uitgeholde pompoen!). Ik weet niet of Beel hier verantwoordelijk voor is. Ik vermoed eerder dat het museumcafé in concessie gegeven is en dat de concessiehouder zelf voor de inrichting gezorgd heeft. Wat een smet op dit museum. En als Beel hier toch inspraak had, Beel onwaardig.

Ik heb alles overwogen.
Een niet verwachte toeloop: geen excuus. Een tentoonstelling waar je een jaar op voorhand barnumreclame voor maakt, daarvan weet je toch dat het gaat storm lopen?
Kinderziektes
: neen, dan hadden ze niet als eerste met deze prestigieuse tentoonstelling moeten uitpakken, maar een kleinere moeten organiseren als aanlooptest.
De o, zo Belgische charme
? Neen, ik ben het beu. Zo beu als onze lelijke kust en onze fermettes en onze koterijen, die ook altijd uitgelegd worden als “charmant, zoooo Belgisch”.
Niets kan perfect zijn, perfectie is lelijk. Neen, ik vind niks mis aan streven naar perfectie. Ik word blij van  systemen die goed werken en ik word blij van schoonheid, en in een museum verwacht ik schoonheid te vinden, en niks dat dit verstoort. Ik ben het beu. Dat amateurisme, dat willen maar niet kunnen, dat niet zijn best doen. ‘t Is deze doorgedreven je m’en foutisme houding die de oorzaak is van de vele wantoestanden in ons land.
Och, ‘t mag toch ook simpel? Neen, niet in zo’n gebouw. Daar verwacht je een consequent doorgedreven huisstijl. Tot in de polsbandjes en de kleding. Back to basics, puur, simpel en met brute materialen kan, en het mooiste voorbeeld is Wiels, maar niet in een bijna megalomaan project als dit.

Ach ja, ik overdrijf, ik was gepakt door de warmte. Zo erg kan het toch niet geweest zijn. Ik ben uitgeraasd. En ik ga nog eens terug. Blij en goedgemutst en met open vizier. Na Rogier. Als de extra bijbestelde lockers geïntalleerd zijn en er honderden leegstaan.

Elke dag ben ik content dat ik niet in Karachi woon.

twogje #3

Olala, te vroeg mijn superlatieven opgebruikt bij de helaasheid.
Djoef van de week: ‘Das WeiBe Band’ van Michael Haneke. Gaat dat zien!

arbeidsgehandicapten

ZE LIJKEN ZO WERKONWILLIG, MIJNHEER

Nog niet eens werkloosheidsuitkeringsgerechtigd en ik moest al naar de jobclub, een jaar geleden. Nog geen tien minuten was ik binnen en ik had het al bezien.

Uit één van mijn reacties op mijn bericht van 28 oktober 2008:

“En zit ik daar al niet op mijn plaats, tegelijk denk ik écht dat er bij de vijftigplussers mensen zitten die je niet meer moet verplichten om te gaan werken. Ik wil daarmee niet zeggen dat je ze enerzijds moet aan hun lot overlaten of anderzijds moet onbeperkt onderhouden tot hun dood, maar ik vrees echt – en dat is alweer niet denigrerend bedoeld – dat er mensen zijn die gewoon verloren zijn voor de arbeidsmarkt ofwel door een tekort aan bekwaamheid of een tekort aan motivatie. Als werkgever zou ik ze niet graag zien komen, eerlijk gezegd.”

Vreemd dat de gedelegeerd bestuurder van de VDAB, die er elke dag met zijn neus (zou moeten) opzit(ten), daar nu pas mee naar buiten komt.

Ondertussen was ik ook al op een infonamiddag waar ook tientallen werkloze jongeren – verplicht – aanwezig waren en heb ik me exact dezelfde bedenking gemaakt en beseft dat het leeftijdsoverschrijdend was.

En het resultaat is dat ze mij uitsluiten.

twee streepjes muziek

VAN SCHOONHEID EN TROOST

gevonden voorwerpen

GETOKKELDE TONGETJES

Een tijdje geleden heb ik een brillendoosje gevonden met daarin drie mij onbekende ijzeren voorwerpen van verschillende grootte. Ondertussen werd hier ten huize zonder veel succes door verschillende personen die het kenden gedemonstreerd dat het muziekinstrumentjes zijn. (De naam Peter Frampton is zelfs gevallen, maar het effect in “Show me the way” bleek toch met een talk box  bekomen te zijn ) Niemand wist echter ook effectief een naam op het instrument te plakken. En alle – meestal lachwekkende – pogingen om daar ook nog een melodie  uit te krijgen liepen desastreus af.

Na lang googelen heb ik eindelijk gevonden dat het instrument een  ‘mondharp’ heet en inderdaad gebruikt wordt zoals het me voorgedaan werd. Ik had het moeten kennen, wordt ook regelmatig gebruikt door country-muzikanten -weet ik veel dat wat ze buiten een mondharmonica nog tegen hun mond houden er zo uitziet) Misschien waardeloos en misschien zelfs opzettelijk achtergelaten maar evengoed misschien van een bevlogen en gepassioneerde muzikant(e), een folkgezelschap of een straatmuzikant die er zijn brood mee verdient.  Misschien is het van grote emotionele waarde, het zou ook een erfstukje van een muzikale grootvader kunnen zijn of een eindelijk -hierzoekikaljarennaar – gevonden buit op een brocantemarkt!

Bent u uw tokkeldtongetjes kwijt en bent u daar nu al een paar weken vruchteloos en wanhopig naar op zoek? Treur niet langer. Laat hieronder even weten wat er op de buitenkant van de brillendoos staat en waar u vermoedt het verloren te hebben en ik stuur u uw eigendom zo snel mogelijk terug. Het leverde mij interessante gesprekken, nieuwe kennis en een blogstukje op, waarvoor dank.

getokkelde tongetjes

(U kan me ook mailen maar laat dat dan even weten in het reactieluik want aangezien ik zelden of nooit gemaild wordt op mijn blogmailadres consulteer ik deze mailbox slechts héél zelden…)

The big picture

VAL NU OMVER!

Vorig jaar ontdekte ik deze website door de verbluffende foto’s over de Olympische Spelen en sindsdien ben ik een trouw bezoeker. Vandaag van je sokken blazende foto’s over Afganistan, het verloren land, zoals het gisteren in Pauw&Witteman gesteld werd.

En kijkt u ook eens verder.

De fotoreportage bijvoorbeeld over de performance “The Berlin Reunion” van Royal De Luxe, het bekende Franse theatergezelschap. Begin oktober waren ze te gast in Berlijn ter gelegenheid van de 20ste verjaardag van de val van de Berlijnse Muur. Op Arte zag ik hierover een boeiende reportage,  de foto’s zijn hierop een fantastische aanvulling. Die details, die sfeer. Waw.

En terwijl ik toch bezig ben, via Do You Read Me!? (“Inspiratiemagazine over kunst, media en lifestyle”) een verrassend “Disney” filmpje. Zelfs (of net?) grote jongens vallen in herhaling.

(Moet ik me zorgen maken, ik lijk de laatste tijd nogal veel té enhousiast…)

en ondertussen bij de VDAB

OJA, IK BEN OOK NOG WERKZOEKEND!

Ik begrijp het niet.

Ik heb amper een werklozengeschiedenis, dit in tegenstelling tot al de olijkerds die ik hier mocht ontmoeten. Na mijn ontslag in 2008 ben ik nog lange tijd uitbetaald geweest door mijn ex-werkgever (zelfs toen werd ik al goed opgevolgd!), heb outplacement gevolgd en ook ondertussen al zes maand gewerkt met een tijdelijk contract. Ik heb al bij al sinds april 2008 nog geen drie volle maanden werkloosheidsuitkering ‘genoten’ en heb een dikke map vol sollicitaties. Ik sta ingeschreven bij elk interimkantoor, ondanks mijn weerzin voor hun systeem. Ik ga op elke vrijwillige uitnodiging (bedrijfsbezoeken, jobclub, etc..) in, ook al zien ze me er liever gaan dan komen. Ik liet me vorige week zelfs spontaan zien in de werkwinkel in het kader van de week van het werk. (Ze verkochten trouwens geen werk dat me beviel). In februari starten er in de sector een aantal nieuwe projecten waar ik naar uitkijk en hopelijk kans maak om aan mee te werken. Je kan me er dus niet echt van beschuldigen dat ik werkloos toekijk, geen initiatief neem of “profiteer”. Ik neem trouwens het heft in eigen handen omdat ik wel degelijk afgeschrikt ben door de “bedreigingen” van het VDAB dat je zes maand lang hun aanbiedingen mag weigeren maar dat je dan op hun voorgestelde vacature moet ingaan. Net door die voorstellen ben ik actief zelf op zoek naar een baan die bij mij past en ietwat in de lijn ligt van mijn vroegere baan, zowel qua inhoud en zeker qua verloning. En dat is niet wat ik door het VDAB voorgesteld krijg. Integendeel. Van hen zal het niet moeten komen.

Ik begrijp het niet.

Ondanks dit alles ligt er hier nu weer een net bezorgde VERPLICHTE uitnodiging op tafel voor een informatievergadering ivm openstaande vacatures bij een dochteronderneming van een bekende grootwarenhuisketen, met mogelijkheid tot een individueel gesprek met de werkgever. Ik ken het ondertussen al, afgaande op mijn mailverkeer met de VDAB. Assistent-filiaalhouder, winkelrekvuller, eerste verkoopster of kassierster. Met lonen tussen de 1700 eur en 1900 eur bruto. (FYI: ik zat in een looncategorie waar mijn netto verloning deze bedragen ruimschoots overschreed …)

Ik begrijp het niet.

Hopeloos veel vacatures in de distributie en de zorgverstrekking. Maar moet ik die gaan invullen met mijn professionele achtergrond? Maar als ze me nu al bestoken met deze aanbiedingen hoe lang kan/mag ik dan weigeren? Ik kan me namelijk niet voorstellen dat de werkgever me niet geschikt zal vinden voor deze vacature, tenzij door het grondig gebrek aan motivatie. Het blijft me bezighouden. De nachtmerrie waarover een blogster onlangs zo treffend berichtte hangt als het zwaard van Damocles boven mij:

“Op vijftien oktober anno domini 2009 zwaai ik af als WEPper ( WEP = werkervaringsproject). Zo wordt die marginale sekte van de bevolking genoemd die wel werken wíl maar geen werk vindt. Door morele intimidatie van zowel de RVA als de VDAB (je dacht toch niet dat die onafhankelijk opereerden) komt deze groep in een circuit terecht waar enkel de zogeheten Vader Staat en de subsidieontvanger voordeel aan hebben.
De VDAB opperde dat ik in de welzijnszorg mijn steentje zou kunnen bijdragen. Een sociaalvoelend mens als ik, in aantal levensjaren afgeschreven in de statistieken van de actieve bevolking, moest immers doorgeloodst worden. Eén werkloze minder in de annalen en alzo meetellend in het resultaat van de Belgische begroting. Ettelijke ministers hebben jarenlang het hoofd gebogen over de, volgens hen, geniale regels bestemd voor deze futiele groep.
In een oogopslag werd ik van directiesecretaresse naar arbeidster herbestemd met een uurloon dat een heel stuk lager lag dan de verdienste van mijn dochter die studentenjobde. Maar ik kreeg wel een bijdrage van vier euro per maand voor het dragen van een schort en ik mocht deelnemen aan een cursus ‘Hef- en Tilwerk’. Eindelijk weet ik nu ook hoe je een dweil op de voor mij meest voordelige manier moet uitwringen, haha. De diapresentaties waren hilarisch.
Mijn beroep voor het volgende jaar zou voortaan ‘Bejaardenoppas’ heten. Een even frustrerende benaming voor mij als voor mijn cliënten.
De VDAB stuurde me vanaf mijn indiensttreding geen vacatures meer die bij mijn opleiding pasten. Voor hen was ik gedurende een jaar van straat en konden (lees: wilden) ze niets meer voor mij doen. Er zat voor mij niets anders op dan mij aan te passen. Meer zelfs, ik moest ervoor zorgen dat ik deze occupatie behield en niet ontslagen werd, zo niet zou ik mijn werkloosheidssteun verliezen.”

(…)

en ze besluit:

“Ik heb momenteel nog geen andere job op het oog maar de werkloosheidssteun die ik in de toekomst zal krijgen zal alleszins hoger zijn dan wat ik dit jaar verdiende.”
(…)
WEPpen of doppen? Wat mij betreft bestaat daar simpelweg geen twijfel over.”

Die zorgverstrekking in onze maatschappij, die iedereen vanzelfsprekend vindt, dat is voer voor een andere discussie. Maar de manier waarop ze met werkzoekenden omgaan voor de meerdere eer en glorie van de  statistieken is beangstigend. Er wordt me zelfs nog geen tijd gegund om zelf iets passends te zoeken.

Mijn vrees zal nog waarheid worden. Ach waarom kon ik nu toch niet liever naar soaps en telenovella’s gekeken hebben? De keuze tussen dat en rekkenvulster. Te laat.

Ik ga een beetje therapeutisch bladeren harken. Mag dat eigenlijk wel zo overdag tijdens de kantooruren? Wat denkt U, van de RVA of de VDAB, die meeleest?


ik vertrek (niet)

NED1 – DO 22 OKT – 21U35

Ik droom ervan – ja, ik ben er zucht zo eentje – om alles achter te laten en naar Frankrijk of Italië te trekken. Om die reden mag ik graag kijken naar programma’s zoals ‘Ik vertrek’. Vooral omdat de trieste realiteit die meestal achter die dromen zit me er al meermaals van overtuigd heeft om het maar bij een droom te laten. Een mens moet niet al zijn dromen verwezenlijken. Net vanavond gaat het weer over een Nederlands gezin dat naar Frankrijk trekt om een chambre d’hôte te runnen. Het magische woord. Chambre d’Hôte.

Nu was ik net weer twee weken in Frankrijk en dan lijkt die droom weer even verwezenlijkbaar. Net zoals deze en gene moedige mensen het aangedurfd hebben. De eerste dagen wordt er dan ook geen enkele etalage van de talrijke immokantoren overgeslagen. Spotgoedkope optrekjes daar. Met heel wat mogelijkheden. Een nieuw begin, een nieuw leven.  Ik zie het alweer helemaal voor me. Tot een paar dagen verder. Ik weet niet of het aan het seizoen ligt of aan de streek, en begrijp me niet verkeerd, voor mezelf vind ik het goddelijk, maar door de ogen van een toekomstige B&B uitbater is het deprimerend. Ook door de ogen van een plaatselijke uitbater van de “Alimentation Générale”, de “Boucherie” met zijn echte slager/vakman en de “Patisserie” waar vakmanschap nog meesterschap is. Er is geen kat te zien. Nergens. Nooit.

Hele dagen dwaal ik door vervallen en verlaten dorpjes, pittoresk en sprookjesachtig, maar de bordjes “à vendre” tieren welig. Halve dorpen staan leeg, daken zijn ingevallen, huizen verwaarloosd. Het lijkt wel of Fransen jarenlang, neen, eeuwenlang, geen vinger uitsteken naar hun huis en het dan maar wanhopig omdat er niks meer mee aan te vangen is, op de markt gooien en naar een losstaande nieuwbouw in een randstad verhuizen. Natuurlijk is het omdat er in een dorp niks te beleven valt, er geen werk is en geen toekomst. Maar  ik interpreteer het zo. Het deprimeert mij. Hele dagen loop ik vanuit mijn kleine middenstander achtergrond “ochot” en “ocharme” te zuchten. Overal wil ik iets kopen om een kleine bijdrage te leveren aan de plaatselijke economie en betreur ik het dat ik die niet in mijn eentje zal kunnen redden. Winkels waar de tijd stil is blijven staan. Decoratiezaken waar men nog prullaria en koperwerk nieuw verkoopt, dingen die hier al jaren in het kringloopcentrum beland zijn. Etalages en interieurs die ik me herinner uit de jaren zestig en zeventig in mijn dorp. Ik loop over van compassie en lig me ’s avonds nog af te vragen hoe die mensen kunnen overleven. (Gelukkiger en vrolijker dan ik hoogstwaarschijnlijk…)

Nochtans blijkt er uit alles enthousiast optimisme. In het kleinste dorpje waar je in één zucht doorsteekt, is het dorpsplein perfect en netjes aangelegd en onderhouden, zijn de straten in uitstekende staat. Verwachtingsvol zijn er overal – vooral in de nabijheid van alweer een verlaten kasteel – de mooiste en grootste parkings aangelegd. 400 plaatsen! juicht men op het bord, om dan iets verder zelf inderdaad een reuze parking met welgeteld één auto aan te treffen. Bloembakken, richtingaanwijzers naar de kleinste curiositeit en informatieborden die hoopvol  de weg wijzen naar  alle handelaars van het dorp. Moedig en volhardend. Bewonderenswaardig en voorbeeldig. Echt, het ontroert me telkens weer.

In de gidsen staan er bezienswaardige dorpjes aangegeven met de meest levendige en vrolijke foto’s, bruisend van plaatselijke activiteit. Bij je bezoek blijken die er desolaat en vervallen bij te liggen. Fermé en een paar blaffende honden en alweer kaduke huizen, verder niks te zien. Misschien zit het ontbreken van de zon er ook voor iets tussen en ziet zo’n dorp er onder een stralende zon en bij 25° heel anders uit, maar van de vijftig keramisten die er volgens de gids zouden gezeten hebben moeten er toch al zo’n pakweg 45 doodgevallen zijn van verveling, miserie of honger. Of weggetrokken naar betere oorden.

In een andere stadje doe ik alle moeite van de wereld om toch maar één koopwaardig stuk te vinden in de brocantezaak met prachtige authentieke gevel die een likje verf kan gebruiken. Om de zo te zien zeer recente uitbaters, een koppel enthousiaste prille twintigers, een hart onder de riem te steken. Ik ben de enige bezoeker en het ziet er niet naar uit dat er zo direct nog een volgende in aantocht is. In het dorp bij het vakantiehuis staat de brocantezaak al sinds ik er voor het eerst kwam te koop. Op het raam hangt nog – moment de gloire – een vergeeld krantenartikel van ‘98 waarin deze winkel trots aangekondigd wordt als de beste in de verre omtrek, met een foto van de trotse, glunderende eigenaars.  In de andere zit de fiere uitbater op exact dezelfde plaats tussen zijn onvoorstelbare immense rommel bijna  net niet in het spinnenrag en liggen in de bestofte etalagekasten nog exact dezelfde spullen, ik herinner ze me nog. Ik koop er alweer twee – overbodige – kopjes met schoteltje.

Ik vind het er zalig, nog eens. Lege straten, nergens ook maar één toerist te bespeuren, heerlijk.  Ik geniet. Maar telkens wanneer ik er ben wordt er een streep meer door mijn droom getrokken. Ik zie in de meest verlaten dorpjes bewegwijzering naar een B&B, maar waar zitten die toeristen dan? Wie komt daar? Hoe overleeft men financieel? En als het dan al in de zomer druk is – toe, iemand, a.u.b., zeg me dat het daar dan op de koppen lopen is!- hoe overbrugt men dan de winter?

Ik zie het al jaren voor me. Een gite rural. Eigen groenten, fruit, beesten. Een bordje aan de kant van de weg “Wir sprechen Deutsch – English spoken – Hier spreekt men Nederlands”. Een partner die de lekkerste streekgerechten klaarmaakt die ik de volgende dag op de plaatselijke markt ga verkopen. In de namiddag trek ik naar de Mont Ventoux om een memorabele foto te nemen van mensen die hun levensdroom realiseren (Ja, is u dat al opgevallen dat die mensen daar het hart uit hun lijf rijden, aankomen op de top maar er niemand is om dat te vereeuwigen?) Ik steek dat dan in een mooi mapje “Souvenir du Mont Ventoux” en verkoop dat aan 10 eur.

Gite de France. Met prachtig ingerichte kamers, een heerlijk avondmaal, schitterend uitzicht. Wachten op gasten. Er moet een markt voor zijn. Het gat. Een markt voor mensen die net zoals ik geen mensen willen zien. Geen zin hebben om te kletsen met hun gastvrouw/gastheer, geen contact willen met de uitbaters, niet willen ontbijten aan de gezamelijke tafel – o gezellig – en niet elke avond een glaasje willen drinken om de dag te evalueren? Ja toch? Want zo’n B&B wil ik namelijk.

Ik zal nog maar eens kijken vanavond. En opgelucht zuchten na afloop.

de helaasheid van het succes

NU IN DE BIOSCOOP

Een hilarische film. De meest misplaatste definitie in veel recensies de media over “De helaasheid der dingen” van Felix Van Groeningen, de verfilming van het boek van Dimitri Verhulst.

De film is het slachtoffer geworden van het succes van het boek. Ik lees en hoor termen als ‘kaskraker’ en ‘komedie’. Alsof men het over een Kampioenenfilm of een slapstick heeft. Een “Bienvenue chez les Ch’tis” in Vlaanderen. Wie met deze verwachtingen naar de film gaat kijken zal teleurgesteld zijn. Wie niet bekend is met het oeuvre van Van Groeningen ook.  En blijkbaar zaten er nogal wat zo’n kijkers in de bioscoop gisteren. Waardoor ik vooral geïrriteerd was omdat ik geregeld buldergelach hoorde. Want ik zag een een prachtfilm. Een ontroerende, poëtische, nostalgische, melancholische, intrieste, rauwe en confronterende film over het lot en het leven.

Net zoals toen ik het boek gelezen had speelt de film vandaag nog steeds door mijn hoofd. Ik ben er droevig van. Het in beelden zien wat ik in woorden las was aangrijpend. Ja, er komen situaties in die je kan als hilarisch bestempelen. Maar wie er niet tegelijk de immense tristesse in ziet begrijpt niks van het boek, kent niets van dit milieu. Heeft het nooit van nabij meegemaakt en er met dezelfde ogen staan naar kijken als Günther. Of zelfs nog maar van de zijlijn met de geruststellende gedachte dat hij slechts een toeschouwer was. Verwonderlijk hoe van Groeningen als prille dertiger dit milieu treffend weet te typeren. Sommige onvergetelijke fragmenten, zoals de scène waarin de vier broers met Günther in quasi zwart/wit en slowmotion de straat uitlopen ontroeren tot tranens toe. Hartverscheurend mooie beelden. Het camerawerk, de montage,  de muziekscore, het wisselen tussen twee tijdsperiodes, het spelen met kleuren en de verhalende voice-over, ik verwijs hiervoor naar professionele recensies, ik jubel met hen mee. Van Groeningen blijft trouw aan zijn stijl en bevestigt zijn groot talent.

Qua acteurprestaties schitteren Koen De Graeve (Celle) en Johan Heldenbergh (Breejen). De Graeve heeft natuurlijk het voordeel afkomstig te zijn uit het Aalsterse, waardoor het naturel hem iets gemakkelijker afgaat.  Wouter Hendrickx (Nonkel Petrol) en Bert Haelvoet (Koen) moeten er niet voor onderdoen en bewijzen hun talent door het verpersoonlijken van mensen waar je zo direct een echt naam kan op plakken.  Ze zijn het. Meetje (Gilda De Bal) en de volwassen Günther  (Valentijn Dhaenens) zijn uitstekend maar konden me minder beroeren. Deze film brengt me terug op discussie over het gebruik van het dialect. Verkoos Van Groeningen om als basis het dialect van Aalst en omstreken te gebruiken, dan is het toch jammer dat dit niet ten gronde werd doorgevoerd. Het resultaat is een mengeling van plat Oilstersj en iets wat daarvoor moet doorgaan, gesproken door acteurs die niet geheel vertrouwd zijn met de zeer eigen klanken van deze streektaal. Waardoor het authentieke weer wat verloren gaat. Ik vraag me trouwens af of mensen die dit dialect niet kennen alles begrijpen, want de film wordt niet ondertiteld, tenzij in het Frans.

Nog wat vragen: zou de film evengoed begrijpbaar zijn voor mensen die het boek niet gelezen hebben? Heb ik de film kunnen volgen omdat ik het boek las? De film lijkt me eerder fragmentarisch en niet echt verhalend. Pakt de film me sterker omdat ik de streek (nochtans is niet alles in de buurt gefilmd) en zijn mensen zo goed ken? Beïnvloedt deze kennis mijn oordeel? Eigenlijk doet het er niet toe. Ik las dat Dimitri Verhulst niet erg gelukkig was met de film. Ik kan dat niet geloven. Wat ik geloof is dat hij niet achter het ene beeld staat dat er uit gefilterd is om als affiche te dienen, een hoogstens  1 min. durende scène in de film. Misleidend en jammer, maar commercieel helaas begrijpelijk. Wat ik geloof is dat hij niet opgezet is met het opvoeren van zijn familie als komedianten en de hele heisa er rond. (Dat hij trouwens ooit eens bijzonder mooi verwoord heeft in een interview nà een opname van “iets met boeken”.) Niet met het organiseren van een volksfeest in Aalst waarbij marginaliteit als een soort kwaliteit, een levenshouding, een verpersoonlijking van de Aalsterse ziel gepromoot wordt. Als een curiositeit en iets om hoog in het vaandel te dragen.  Als geen ander weet hij deze te typeren en te omschrijven, maar zou hij het echt bedoeld hebben zoals het op de website van de stad Aalst verwoord wordt? Ik begrijp waarom hij daar niet aanwezig was. Maar als ik Verhulst was, zou ik uitermate gelukkig zijn met deze meer dan geslaagde verfilming. En het als een totaalpakket zien. Woorden die beelden worden en beelden die weer woorden worden.  Een geslaagde symbiose. Wat niet van alle boekverfilmingen kan gezegd worden.

Gaat u vooral kijken. Natuurlijk mag de film een kaskraker worden. Omdat dit soort film het eindelijk verdient.

twogje #2

Verdeelde meningen over Michel Houellebecq.Maar hij blijft één van mijn lievelingsschrijvers.De mogelijkheden van een eiland. Derde lezing.

iets gelezen

EEN NIEUW BEGIN

Een paar pogingen gedaan gedurende de zes maand dat ik aan het werk was om wat te lezen, maar het is niet echt gelukt.

De schade moet ingehaald worden. Het meest benieuwd ben ik momenteel naar “Hoe ik nimmer de ronde van  min 12 jarigen won” van Ivo Victoria maar omdat de economische crisis ook mij treft en ik die zou moeten kopen. Ik heb mezelf echter voorgenomen geen enkel boek meer te kopen voordat ik alle boeken in mijn eigen bibliotheek uitgelezen heb. Ondertussen hou ik Tweebronnen in het oog. Ze hebben drie exemplaren.

* Roddy Doyle Barrytown Trilogie
Een boek wat je niet kan opzijleggen maar nooit eerder heb ik het me 656 bladzijden lang zo erg gerealiseerd dat ik een vertaald boek aan het lezen was. Ik hoorde gewoon Engels met Ierse tongval. Is dat te wijten aan het niveau van de  vertaling of aan de zo treffende en typerende beschrijving van deze Ieren en hun dagelijks leven? De verhalen zijn verfilmd en helaas zag ik al deze films en het jammere is dat je je geen eigen voorstelling meer kan maken van de personages, ze zijn al gedefinieerd en zitten al netjes in je kop. Ietwat gedateerd, maar verhalen waar ik van hou. Een beetje triestige helaasheid maar met een optimistische vrolijkheid in een in alle omstandigheden liefdevolle en warme omgeving.

* C.J. Sansom – Winter in Madrid
Een gekregen boek dat ik hoogstwaarschijnlijk niet zelf zou gekocht hebben, maar de schenker heeft een goede keuze gemaakt. Een meeslepende roman over een Brits diplomaat/spion in een Madrid – dat nog bekomt van de burgeroorlog maar reeds te maken krijgt met de Tweede wereldoorlog. Verwikkelingen in en rond de Britse ambassade. Alle door mij zeer gesmaakte ingrediënten zijn aanwezig: oorlog, complotten, intriges, sociaal onrecht en geschiedenis waardoor ik het boek omzeggens quasi in één ruk uitlas. Een spannende thriller die je tegelijk een inzicht geeft, meer nog, die je benieuwd maakt naar meer achtergrond over deze periode in de Spaanse geschiedenis waarvan ik me tijdens het lezen gerealiseerd heb dat ik er eigenlijk niet zo veel van wist. Een boek die je doet vragen stellen over het grote gelijk, over politieke voorkeuren en  de onzin van oorlog.  Alhoewel je sneller dan de protagisten doorhebt hoe het precies zit, blijft het spannend en is de afloop uiteindelijk nog zeer verrassend.

* Maarten Van Ginderachter – Het rode vaderlandDe vergeten geschiedenis van de communautaire spanningen in het Belgische socialisme voor WOI
Neen, dit non-fictie werk heb ik nog niet uit. Dit is geen boek om in één ruk uit te lezen, maar een boek om te doseren en te laten inwerken. Het handelt over een zeer specifieke periode van de socialistische partij, waarbij ik soms bijkomende achtergrond nodig heb om alles te vatten. En zo’n werken moet je vooral lezen om goed te onthouden en dan moet het met stukjes en brokjes. Zeer leesbaar en begrijpelijk geschreven, het geeft me bijkomende inzichten maar één ding stel ik tot nu toe vast: veel is er nog niet veranderd. Evaluatie wanneer ik het uit heb.

twee weken

IN ENIGE BEELDENsjatoo

patisserie

DSC00673

chezlesfilles

wijngaard

republique

ruine

cistudes


sluis

nostalgi

levroux

DSC00672

nonnen

vreemdste beeld:Louis de Funesgewijs een twintigtal nonnen in een desolaat landschap
(uit pudeur helaas slechts een in de vluchte door het autoraam geschoten onscherp fotootje)

DSC00640

postkaart

opvliegendeganzen

zwartepensen

laatsteochtend

zaterdagochtend 17 okt. 2009 domein les Cerisiers.

FIN

brussel

OPEN DEUR DAG

Het is sterker dan mezelf. Ik moét me moeien. Mijn blog staken als statement was geen goed idee. (Misschien heeft zelfs niemand deze eenmansactie opgemerkt..)

Maar omdat ik alles wat ik over deze discussie kwijt wil allemaal al eerder geschreven heb op deze blog, verwijs ik naar dit stukje. En ja, het is van april 2008. Niet van vorige week.

(En nogmaals, hoe zou het eigenlijk zijn met mijnheer Köhler uit Kuregem?)

wie leest mee?

DURFT U NOG?

Eerder stelde ik hier al dat ik de indruk heb dat er op een aantal blogs veel minder beweging is dan vroeger  of dat ze gewoonweg verwijderd zijn. Ik vraag me hierbij af of bij een aantal bloggers ook de stijgende populariteit en bekendheid van de social media hierin een rol spelen. Omdat dit bij mij wel degelijk zo is.

Het verhaal van de studentes die hun spieken bespraken op facebook, het ontslag van een lerares omdat ze leerlingen als vrienden toegevoegd had, het ligt allemaal nog fris in het geheugen. We kunnen dat eerste dom en dat tweede onterecht vinden, maar het het bevestigt me wel in mijn beslissing om er na een experimentele fase geen facebookaccount op na te houden, of tenminste deze niet te activeren. (Gemaakt is gemaakt!)

Maar wat met mijn bloggen van de afgelopen maanden? Voor het eerst had ik een arbeidscontract waarin uitdrukkelijk vermeld stond dat ik me niet mocht uitlaten tegenover derden of de pers over de inhoud van mijn contract en mijn job. Fnuikend. Dood van de schrik (alweer) was ik om ook maar zijdelings één woord te laten vallen dat zou kunnen verwijzen naar hetgene waar ik mee bezig was. En dan bedoel ik nog niet eens dat ik bijvoorbeeld zou geschreven hebben dat ik vond dat collega’s verwend waren omdat ze zeurden over het eten, maar enkel nog maar over het feit dat we een cateraar hadden.  Alles valt te lezen! Alles is te vinden! Ik zou maar eens mijn gedacht zeggen over pakweg het acteertalent van de cast! Of terloops vermeld hebben dat we toch heel erg gelachen hadden omdat we ons afgevraagd hadden of de kijkers dat nu echt niet zouden merken dat mijn auto al drie keer gebruikt was in beeld. Ik zag de Story al koppen: ‘Geen geld voor meer voor Vlaamse fictie, crewlid bevestigt het!” Verlammend. En gedurende de afgelopen zes maand was mijn werk mijn leven, dus de kans in een uitschuivertje zat er dik in. Advocaten! Contractbreuk! Pers! Vervolging! Ik zag het al helemaal voor me.  Ik overdrijf, ik heb die neiging. Dramaqueen. Maar toch, het beïnvloedde zeker mijn bloggedrag. Alweer eens goed nadenken en wikken en wegen of ik toch niets te veel of verkeerd had gezegd. Alweer prullenbak.

Ik kan alleen maar blij zijn dat de klantendienst van Telenet of  de Vlaamse Gemeenschap reageert op logjes die ik hier post, maar dat betekent waarschijnlijk wel dat bedrijven en openbare diensten constant het www doorwroeten. Of dat er altijd wel iemand is die het oppikt en seint. Of wat als ik hier het onprofessionele werk van een vakman aanklaag en die met naam noem? Kent u de grenzen van de wet in deze materie? Weet u wanneer u buiten de lijntjes kleurt?

Momenteel ben ik weer aan het solliciteren. Ik ben er vrij zeker van dat men me googelt wanneer ik ergens mijn kandidatuur stel. Deze blog is niet onder mijn eigen naam te vinden en dat is een voordeel. (Wie wil vindt me wel op een ander manier.) Want wat als ik bij een bedrijf solliciteer  dat ik al eens bekritiseerde of wat als ze vaststellen dat ik geen groepsmens ben en bijeenkomsten verafschuw terwijl er in elke vacature standaard staat: “in team kunnen werken”. Of men concludeert uit mijn ergernissen op mijn blog dat ik een moeilijk of vervelend mens ben. Of wat als ik hier het verhaal breng over een positieve sollicitatie die ikzelf weiger omdat het loon me niet beviel en één of andere medewerker van het RVA of de VDAB leest en seint het. Kan ik als werkonwillig beschouwd worden in dit geval? Stel dat een werkloze schrijft op zijn blog dat hij op vakantie gaat en zmen controleert of dit wel degelijk doorgegeven wordt als vakantie? Staat u daar allemaal bij stil bij het bloggen? En al die slapende accounts waar je niet meer aan denkt? Hoeveel en welke informatie is daar nog op te vinden?

Tussendoor bedacht ik ook nog dat, toen ik vanmorgen hoorde dat Hyves – het razend populaire equivalent van Facebook in Nederland – vandaag vijf jaar bestaat, de afstand en het verschil tussen Nederland en Vlaanderen bijna zo groot is als tussen Vlaanderen en Wallonië, vroeg ik me af of Nederlanders dan veel virtuele Vlaamse vriendjes hebben en omgekeerd en vond het raar dat er een etiquetteboekje nodig is voor buitenlanders die  met Nederlanders moeten omgaan. Maar dit geheel terzijde.

(Nu nog mijn experimentele fase van het twitteren afsluiten. ‘t Is genoeg geweest, ik heb geleerd. Ik kan er over bloggen.)

blik op de wereld

KIJKEN MOET NIET

Gisteren op Canvas in Panorama een interessante aangekochte reportage van het Franse productiehuis Program33 over TED. Ik heb daar (vanzelfsprekend) de nodige bedenkingen bij maar daar ga ik het niet over hebben. Ik kan u wel aanraden eens rond te neuzen op de website.

Ook ga ik niet muggenziften over de vertaling van ‘Moleskin’ als ‘leer’ op de vraag ‘wat zit er in uw tas?’ maar als de voice over ‘Pattie Maes’ als ‘Pattie Mees’ uitspreekt, dan ga ik toch even steigeren. Pattie Maes is Pattie Maes. Zoals de Maas. Programma’s worden toch gevisioneerd, ja? Niemand weet dat dit een Belgische is?

Maar we blijven positief. ‘t Is dé gelegenheid om u nog eens te wijzen op de documentaire HOME, die integraal te bekijken valt op het www, van Yann Arthus Bertrand,  wiens speech een hot topic zou moeten zijn op TED. Maar nu ben ik alweer een mening aan het geven.

dilemma van de dag

WAT ME OOK NOG BEZIGHOUDT

Koop ik toch die rode jurk of kies ik het zwarte model?

een mening waar niemand op wacht

MIJN DAGELIJKS BROOD

Conformiteit. Zullen we het hierover eens verder hebben nu u opgewarmd bent door het filmpje?

Ik heb weer zeeën van tijd en toch schiet het bloggen niet op. Elke dag begin ik een logje en elke dag belandt het in de prullemand. En dat baart me zorgen. Het maakt me zeer ongelukkig. In het kader van het wereldleed mag u dit “zeer ongelukkig” met een stevige korrel zout nemen, maar toch…  Ik zou daar niet verder kunnen bij stilstaan en opgelucht denken: oef, je bent er van af. Van je neiging om de wereld te willen verbeteren en je op te winden over al wat je denkt dat fout loopt. Maar dan zou ik daar tevreden moeten over zijn en dat ben ik net niet.  Ik heb geen rust. Mijn ergernissen zijn niet minder, integendeel. Nu ik weer elke dag grondig het nieuws volg zijn ze groter dan ooit.  Ik heb de laatste week pantoffels te kort gehad om naar mijn TV scherm te gooien omdat er zoveel dingen niet gezegd worden. Met groot misbaar gooi ik ’s morgens mijn krant op tafel, foeterend over de krantenkoppen. Ik probeer me zuchtend en steunend – ja mijn pad gaat niet over rozen -  door de reclamebooschappen naar een onlinekrant te klikken om daar te struikelen over alle banale Story-berichten.  Ik schrijf en ik ventileer, maar toch krijg ik het niet gepubliceerd. Het is me  stilaan duidelijk waarom. Conformiteit. Ik ben de proefpersoon in het filmpje.

Ik had er vroeger nooit last van. Mijn mening was mijn mening en daar kwam ik onomwonden voor uit. En hoe jonger ik was, hoe meer ik  ook overtuigd was van mijn gelijk. Och, in wezen is daar niks mis mee, dat hoort zo. Ferm beargumenteerde standpunten en goed onderbouwde meningen. Het is beter ze te hebben dan mee te lopen. En het is door levenservaring dat je milder wordt en  je je menig  leert bijstellen. In mijn geval toch. De laatste jaren kwam ik al wat meer genuanceerder voor mijn mening uit, op het werk, op mijn blog en ja, ook op een caféterras. Zonder schroom en alles in vraag stellend. De conformiteit is zich echter duidelijk beginnen manifesteren tijdens mijn laatste job. Bij discussies – of dat nu werkgerelateerd was of niet – merkte ik hoe langer hoe meer dat ik dikwijls alleen stond met mijn standpunt. (Moeilijk mens denkt hier iemand?) Vroeger was er, net zoals in mijn vrienden- als familiekring, wel altijd een gelijkgestemde (of twee, drie, vier). U heeft dat misschien niet nodig, ik wel. Net zozeer als niet-gelijkgestemden.  En omdat ik nogal dikwijls de neiging heb om mijn mening in eerste instantie opzettelijk iets extremer te stellen in vraagvorm, is het ook niet zo moeilijk om deze achteraf iets bij te stellen.  Soms is mijn opinie domweg gebaseerd op foute informatie – ken uw geschiedenis! Check uw bronnen! -  en dan is het zelfs heel simpel om ze te veranderen.

Naarmate de maanden vorderden had ik ook geen enkele zin meer om mijn standpunt te verdedigen. Als alle collega’s vonden dat bijvoorbeeld een bepaalde politica terecht minister geworden was en daarvoor een bekwaam politicus terecht opzij geschoven was, als iedereen vond dat ze bekwaam was en dat ze een kans moest krijgen om zich te bewijzen wie ben ik dan om het tegendeel te beweren. Waaraan zij toetsten dat ze geniaal was konden ze me evenmin uitleggen als dat ik hun kon aantonen dat ze dat niet was. Tenslotte ken ik dat mens niet persoonlijk. Dat van die kansen krijgen wel, want die had ze al eens gekregen en daarvan vond ik dat ze ze niet capabel benut had, maar als je dan moet horen “Oe? is die al eens minister geweest….” dan heb ik geen zin meer om het gesprek nog verder te zetten. Evengoed gebeurde het omgekeerde. Als ik vroeg om me toch eens uit te leggen waarom ons ‘werk’ nu zo vernieuwend was en waarom ze een columnist, die volgens mij toch een lekker stukje geschreven had over met wat we bezig waren, zo verketterden, dan moest ook ineens iedereen weer dringend ergens aan de slag. Ik was de muggenzifter, samen met de columnist. Punt.

Maar ik wijk af. Ik haspel theorie en praktijk dooreen. De essentie is dat ik de moed niet meer heb om mijn mening te verdedigen. Geen vechtlust meer. Geen zin in polemiek. Niet dat ik niet wil luisteren, integendeel. Of dat ik mijn gelijk wil halen. Allerminst. Maar ik heb nog zo zelden het gevoel dat anderen luisteren en dat zij wél degelijk hun gelijk willen halen.  Mijn credo is: ‘Je hebt een punt, maar…’  evengoed als ‘ Ik heb een punt, maar…’  En ik heb tegenwoordig het gevoel dat die ‘maar’ nogal eens vervalt. En wat erger is, als je die ‘maar’ durft aanhalen, dat je dan in een hoek gedrumd wordt waarvan je van jezelf helemaal niet vindt dat je daar hoort. Het is niet de eerste keer dat ik dit aanhaal. Ik heb het voor het eerst een aantal jaren geleden sterk gevoeld op het werk en later daaarbuiten met mijn mening (die kan je her en der op mijn blog vinden) over  Vlamingen in Brussel. Het woord ‘Vlaming’ kan je niet meer gebruiken zonder er een vieze connotatie bij te krijgen. Flamingant. Over politiecontrole kon je het niet meer hebben zonder dat je als repressief bestempeld werd. Dat je mensen egoïstisch, individualistisch en asociaal vind in het verkeer wordt weggewuifd onder het mom ‘mijn vrijheid blijheid’.  Je mag niet vinden dat het hoofddoekenverbod in scholen eindelijk een goede aanzet is tot een grondig debat over veel meer dan de hoofddoek, dat is toch vrije geloofsbeleving, die hoofddoek! Punt. Ben ik nu de enige die zich afvraagt of de problemen in Molenbeek en Anderlecht doelbewust van de voorpagina’s van de kranten geweerd worden – och ja er vielen nog geen doden  – terwijl de maatschappelijke relevantie en het structureel probleem in en met Brussel (ja, ik kom daar) en zijn inwoners toch groter of minstens even groot is dan dat van een drama aan een kinderopvang en een schietpartij in Antwerpen, waar dan wel bijlages van acht pagina’s aan geweid worden om het profiel van de dader (1) uiteen te zetten? Wil ik perse olie op het vuur gieten of de rellen aanwakkeren omdat ik vind dat de pers zou moeten berichten over maatregelen die door De Lijn worden genomen in Molenbeek en Anderlecht om te “vermijden’, terwijl de situatie net moet “behandeld’ worden.  Welke stempel krijg ik omdat ik nu al enig begrip kan opbrengen voor die (jonge) politieagenten, die opzij kijken bij hun dagelijks patrouille omdat ze toch nergens steun krijgen. En wat het ergste is, schoorvoetend en veel te laat geeft men ineens dingen toe waarvan een blinde kon zien dat ze verkeerd liepen. Ik val van mijn stoel als ik lees dat Groen! de slogan “meer blauw op straat” scandeert. Hebben we dat niet ergens anders gehoord? Maar goed, dit is alweer een andere discussie.

Maar dit brengt me weer tot conformiteit. Conform de norm. So what welke stempel je krijgt zal u misschien opwerpen, terwijl u misschien net van mij denkt dat ik iemand ben wie ik niet ben. En wat doet het er eigenlijk toe wat u van me denkt? Het gaat er niet om wat men zegt maar wie het zegt, was de lijfspreuk van mijn vader. Waarom vind ik het ineens zo belangrijk wat u van me denkt? Waarom ben ik zo weinig weerbaar tegenwoordig? Waar is mijn vechtlust, mijn godverdomme zeg. Is mijn gedachtengoed op zich dan geëvolueerd tot dat van iemand die ik  zelf niet wil zijn. Maar kijk, nu doe ik het zelf. Waarom zouden mijn standpunten ‘fout’ zijn. Omdat andere mensen dat vinden. Welke anderen? Maar waarop baseer ik me om die van mij goed te vinden? Ben ik de enige die zijn standpunten toetst  aan mensen die ik veel slimmer en wijzer vind dan mezelf om die dan bevestigd te zien of bij te stellen? Niet om ze te vormen, al kan ik me dat ook voorspiegelen. En wat als al die wijze en slimme mensen aan wie jij je mening toetst ineens door andere slimme en wijze mensen in een ‘verkeerd’ hoekje gedrumd worden? Verkeerd voor wie, voor wat? En wat zegt dat over mij zelf als ik die terminologie ‘verkeerd’ gebruik?

Ik ben met dit stukje al een paar dagen bezig en toevallig is er gisteren op een groepsblog een logje verschenen dat hier sterk bij aansluit. Dit is hier geenszins een reactie op, het doet enkel vermoeden dat er wel meer mensen mee bezig zijn. Ik reageerde regelmatig op blogs, spontaan, wat bij me opkwam. Ik doe dat nog zelden. En als ik het nog doe wik en weeg ik grondig mijn woorden. Ik heb schrik. Om in een – weliswaar zeer interessant – artikel als wat ik hoger aanhaal genoemd te worden als de trol en de verzuurde. De negatieveling, degene die dan zelf maar iets moet doen om de wereld te verbeteren. Dat ik dat elke dag rond mij probeer dat is ook alweer niet genoeg blijkbaar. Dat geeft je nog het recht niet dergelijke reacties te geven blijkbaar. Vroeger vond ik dat uitdagend. Bekijk het eens van een andere kant. Dingen in vraag te stellen. Hevige reacties uitlokken. Nu niet meer. Op blogs en fora vooral omdat het zo moeilijk is om een genuanceerde reactie te geven.  Omdat ik niet weet of ik wel zo’n gelijk heb. Maar ik weet ook niet of de anderen zo’n gelijk hebben. Meestal glijdt het gewoon van mensen af. Het is alsof ze een schild hebben waarmee ze zo dik beschermd zijn dat ze zelfs hun eigen mening niet in vraag stellen. Dàt is het meest frustrerende. Ze doen wel alsof ze luisteren maar uiteindelijk besluiten ze alles met dezelfde dooddoener: ‘dat is mijn mening en ik heb daar recht op’. Wat natuurlijk ook weer waar is. Ze hebben daar recht op, net zoals ik. Maar net dan valt elke discussie stil zonder een concessus.

Ik heb geen zin meer om in te gaan op een polemiek op een blog waar mensen – ja, dat heb ik ook ingezien – vrijwillig en constructief bezig zijn met onze maatschappij positief te belichten.  Dàt is waarschijnlijk een steentje bijdragen. En ik heb ook geen zin meer om me op een andere blog, te verdedigen tegenover mensen die discussiëren verwarren met schelden. Daar trek ik me uit terug. Er snijden geen messen op, zegt een oude volkspreuk. Ik neem wel de vrijheid om een stukje van een reactie van iemand op die eerste blog- die me totaal onbekend is – over te nemen, omdat ik er me kan in inleven.

‘Eerst en vooral: dank u om mijn pseudoniem te vernoemen in deze tekst. Ten tweede: ik lees hier vooral reacties van mensen -”politiek-correct” (lees: links georiënteerd)- die steeds zo ontzettend overtuigd zijn het gelijk én de waarheid aan eigen kant te hebben. Wie niet links is, is fout. Wij weten alles. Wij hebben het bij het rechte eind.
Het feit dat iemand als ik verplicht ben van een pseudoniem te gebruiken komt gewoon daardoor. Ik ben een donkerblauw, rechts liberaal. Ik haat het Vlaams Belang. Toch kan ik niet anders dan een pseudoniem te gebruiken. Gewoon uit angst versleten te worden voor een racist (al eens opgezocht wat dat precies betekent?) of erger. Men beseft blijkbaar niet dat dat links en rechts even respectabele systemen zijn om tot een betere maatschappij te komen. Jammer dat links het woord “rechts” als een scheldwoord gebruikt.
Conclusie: de dag dat rechts niet meer de huid vol gescholden wordt door links schrijf ik hier mijn ‘dingetjes’ onder eigen naam. Echt waar…’

Ik verberg me niet. ‘t Is maar een kleine moeite om te achterhalen wie er achter deze blog zit. Ik herken me niet in de persoon want als ik iets niet ben dan is het rechts liberaal. Ttz dat vind ik van mezelf, maar is dat ook nog zo? Misschien is  ook de perceptie anders.  En waarom zou ik me eerst moeten verdedigen als ik iets wil uitleggen, alsof of omdat ik er van uitga wat ik ga verduidelijken al zal afgekeurd worden? Zoals je zin beginnen met de dooddoener: ‘Ik ben geen racist, maar…” Toch vermijd ik het ook om mijn naam uitdrukkelijk te vermelden, maar dat kan dan weer zijn omdat ik een opvallende naam heb die blijft hangen. Ik ben geen Janssens of Peeters.

Dat ik dit nu zo allemaal eens van me afschrijf komt ook omdat mijn blog nog slechts een tiental lezers per dag bereikt. ‘t Is dubbel en contradictorisch. Alsof ik weet dat die tien lezers die hier nog komen perfect zullen aanvoelen* wat ik kwijt wil en dat ik tegenover die andere honderd lezers van vroeger nog duizend keer zal moeten toelichten wat ik nu precies bedoel. Conformistisch alweer want ik wil bevestiging. Contradictorisch omdat ik mijn mening op een blog smijt die wereldwijd kan gelezen worden en ik het aan de andere kantdoodeng zou  vinden dat duizenden mensen dit ineens onder ogen krijgen. Je kan deze mening wel vinden als je ze zoekt, maar ik zou ze nooit naar de krant als lezersbrief sturen. De tijd dat ik met mijn kop op TV wou om mijn mening uit te schreeuwen is lang voorbij. Uiteindelijk is het ook maar een meninkje dat ik hier poneer en die is niet belangrijker dan die van u. En er zijn er al zoveel en wat doen ze er toe?

Mijn kop zit vol. Dit gedrocht is er alweer een verwarde neerslag van. En hoogstwaarschijnlijk zullen slechts een paar moedigen er zich tot het einde  door geworsteld hebben. Maar zoals E. het gisteren stelde: “Het is beter dat je kop vol zit dan dat je leeghoofdig zou zijn.” Al was dat eerder  ook als mooie woordspeling bedoeld. Moet ik nu nog duidelijker zijn?

mindmapping

*update: eigenlijk zoek ik niet zozeer mijn gelijk. Dat stel ik net altijd in vraag. Begrepen worden, daar gaat het vooral om, denk ik.

conformiteit

WAAR IK VANDAAG EENS AAN DACHT

rillingen

WEERZIEN

Deze week hoorde ik ergens onderweg in de auto op Radio1 een liedje. Emotie1: Op Radio 1, dit. Het kon nog! Een paar noten verder werd ik echter overspoeld door een andere emotie. Die tekst, die muziek, die stem. Melancholie en nostalgie, maar zo sterk als ik het in tijden niet gevoeld had. De krop in de keel, de tranen in de ogen. Dat verwacht je, dat wéét je gewoon wanneer je bijvoorbeeld cd’s als deze beluistert, en dan is dat door pure schoonheid, maar zomaar onverwachts. Weemoed.

Ik besloot het neer te schrijven, dat ging nu nog eens een mooi logje worden se! Met een filmpje en al.  ‘t Lukte niet. Nochtans stak emotie drie de kop op door het keer na keer beluisteren van twee verschillende versies op youtube. Een oude en een jonge. Vergankelijkheid en ouder worden, dat ook nog eens. Vergeet het, dacht ik, dit krijg je nooit verwoord. Er zal wel eens iemand ooit ergens dit gevoel perfect neerpennen, of dat zal wel al eens ergens gebeurd zijn. Wat zou ik er nog aan toe te voegen hebben.

Vandaag lees ik in De Standaard de column van Laurens De Keyzer, niet bepaald mijn favoriete columnist, ik haak dikwijls halfweg af. Maar vandaag, mooi. Herkenbaar. “Paris s’éveillle”. Hij voelde het ook. Een andere plaats, een andere tijd, een ander nummer, hetzelfde gevoel. ‘Ik rilde van kop tot steen*, en dat was niet van de kou’… ‘Het was maar een liedje, maar zo overweldigend lichtzinnig en weemoedig voor die man daar in zijn auto aan de Seine, dat hij zich later nauwelijks nog herinneren kon waarom hij gisteren nog ergens in het zuiden was en daarstraks nog in de buurt van Châtillon en Montrouge.’

*Er staat echt ‘van kop tot steen’, bij mij is het geen tikfout, maar kijk, dan vraag ik me weer af, is dat een tikfout van De Keyzer of bedoeld hij écht van kop tot steen, want eerder in het stukje heeft hij het ook over kasseien en het lopen door straten (waardoor ik weer aan Ann Christy moet denken…) en wat bedoelt hij dan precies met van kop tot steen, dat de rillingen zo sterk zijn dat ze kasseien onder zijn voeten doen daveren, maar hij zit nog in zijn auto…. zucht. In een verslag, tot daar toe, maar in een column, je weet nooit hoever ze gaan in hun columnistische vrijheid, die schrijvers… Het niet wéten hé, dat is het ergste. Jammer ook.

twogje #1

NAOMI

Had ik geweten dat dit zooooo geheim was, ik had het drie weken geleden al op mijn blog gezet. Had ik ook eens een scoop gehad.

(Iedereenwistdattoch?)

wie kent deze film?

BERICHT VOOR DE FILMLIEFHEBBERS

Ik ben een kwisser en ik hou van spelletjes. Niet meer van competitie. Ik nam genoeg deel aan diverse kwissen en wedstrijden om te weten hoe het voelt en ik daar heb ik geen zin meer in. Ik ben zenuwachtiger dan de kandidaat wanneer ik vanuit mijn zetel “Masterchef” zit te volgen. Ik houd het niet. Dus dat is geschiedenis.

Maar vragen! Sites als deze, er kunnen er niet genoeg zijn. ‘I need to know’ op IMDB, heerlijk. ‘t Is uitsloverij, ik weet het, maar ik hou ervan mensen te kunnen helpen. Ik maakte ooit eens speciaal een account aan op de BBC website omdat de vraag wiens muziek ze op een tv-trailertje gebruikte al dagen onbeantwoord bleef. Ach ja, misschien is het gewoon omdat ik ergens met al die opgeslagen kennis wil uitpakken, maar ‘t geeft me vooral voldoening als de mensen tevreden zijn dat hun vraag opgelost is.

Zelf heb ik echter ook al jaren een filmvraag. Ze blijft onbeantwoord. Ik stel ze aan elke filmliefhebber die ik tegenkom, aan elke filmstudent, aan elke regisseur. Ik heb de vraag zelfs al gesteld op het IMBD forum, jaren geleden. Niemand kent het antwoord. En hoe vreemd, ik herinner me niet dat ik het hier al eens gevraagd heb.

Wie kent deze film? (Of heb ik die echt bij elkaar gedroomd?)

Het gaat over een landeigenaar in Italië (Sicilië?) in de jaren dertig, maar het kan evengoed de jaren zestig zijn want de tijd is daar wat langer blijven stilstaan. Op het landgoed woont een familie waarvan alle leden bij de landeigenaar in dienst zijn. Als dienstmeid, landbouwer, knecht, chauffeur… Ze wonen in een hutje/stal ergens achteraan op het grote domein. Op het eerste gezicht lijkt het of ze goed behandeld worden door de landeigenaar, maar op het einde moeten ze uit hun huis, ik herinner me niet meer waarom. Het boerengezin heeft een (bijna volwasssen) gehandicapte dochter die met veel liefde de hele dag van hot naar her meegesleurd wordt  in een soort kruiwagen. Er is ook een grootvader die meen ik dement wordt en wat ik me van hem herinner is dat hij overal waar het hem opkomt een plasje doet. Ik meen dat het een Italiaanse film is maar ik evengoed staat het me voor dat het met Burt Lancaster was, ik heb echter alle films van hem opgezocht en een enkele synopsis verwijst naar dit verhaal. Het is ook mogelijk dat het boerengezin een nevenlijn in de film was, maar dat de dramatiek er van zo’n indruk op mij heeft gemaakt dat het in mijn herinnering is alsof de film rond het gezin draait.

Voilà, meer weet ik er niet meer van, enkel dat ik hem gezien heb op een (Italiaans?) filmfestival in Brussel. Deze film ontbreekt in mijn collectie.

Komaan, Guy! Eeuwige dankbaarheid zal uw deel zijn. Deze man kan me niet helpen.

En verder herhaling: iemand een idee of ‘Beggars&Choosers’ ergens te bekijken valt op het web  of op DVD bestaat? En ook zoek ik nog de serie The Politician’s wife‘ op DVD (Europa) en “Mother Love“.

verkeersinformatie

OOK EEN PRETTIGE DAG!

Zes maand werk 12-13-14 u per dag zonder enig sociaal leven hadden me mild gemaakt. Echt. Leven en laten leven had ik me voorgenomen. Alle mensen willen alleen maar het beste en zijn in wezen goed. Sociaal. Menslievend. Zij en ik. Drie dagen op een rij ontroerde mannen en liefelijke dorpstafereeltjes in Man bijt hond, zie je wel!

De laatste week ben ik mijn schade aan het inhalen en ben ik nogal uithuizig geweest. Resultaat: ergernis ten top. Onbeschoftheid, egoïsme, onvriendelijkheid, asociaal gedrag. En dan zou dat aan mij liggen?

Waarom menen twéé dames los van elkaar dat ze de Lijnwinkel mogen binnenvliegen en ze vrijgesteld zijn om een nummertje te trekken en menen ze quasi-verontschuldigen/nonchalant te mogen voor te steken? En waarom schamen die zich écht niet om nog onbeschoft tussen mij te komen wringen als ik al aan het loket sta? En waarom wordt IK dan beschouwd als het onvriendelijk mens dat geen geste wil doen tegenover een mens die haar bus moet halen en waaro wordt IK neergebliksemd door boze blikken omdat IK niet even achteruit wil wijken aan het loket (noot: ze bleek uiteindelijk dezelfde bus te nemen als ik.) Waarom staat een snotter van acht zijn plaats niet meer af op de bus aan een hoogbejaarde mens met een stok die zich tijdens de rit amper kan recht houden? Leren ouders dat niet meer aan hun kinderen? En waarom zeg ik daar niets van, ik sta er met mijn neus op? Waarom sta ik geduldig op een vrije parkeerplaats te wachten en zet een blitse marketing jongen zich ongegeneerd op het gestreepte vak? En vijf seconden later een tweede er achter? Waarom zijn de trappen naar de Stadwinkel verkeerd bemeten en moet je ofwel twee kleine stapjes nemen of één te grote? Waarom vliegt iedereen me voorbij aan de wegenwerken in Affligem op de E40 terwijl de snelheid daar beperkt is tot 70 km/u? Waarom is een loketbediende van een openbare dienst niet gewoon vriéndelijk? Goeiedag, danku? Waarom bedient een kelner op een terras me zonder ook maar één keer zijn mond open te doen en me aan te kijken maar blijft hij  hautain in de verte staren? Waarom moet je in dat ene café aanschuiven om een plaatsje te bemachtigen voor een ordinaire spaghetti die uit een pot lijkt te komen? (dit geheel terzijde)?

Ik trek me terug in het bos. Of ga naar ‘t convent.

weer wat minder radio 1

VAARWEL JOHAN JANSSENS!

Toen was de televisie naar de kloten. Toen luisterden we naar de radio. Toen was ook de radio naar de kloten. Toen luisterden we naar de wind.

Zo was het goed.

Het was begin 21ste eeuw. Het kind zong nog door het huis. De planeet was hopelozer dan ooit. De mare liep dat de zeespiegel ons zou vernietigen. Het kind echter danste op “On the Radio”.

Megacoolkeitofgraaf. Het idioom van zijn overstromende tijd.

Toen staken wij nog één keer die radio aan met gemeenschapsgeld. Elke windrichting was toen fantastisch, elke song supereindeloosgeweldig, het nieuws was de reclame, de reclame het nieuws. En als het weer eens over dichters ging, wilden die liever schilder zijn, “want ah ja, natuurlijk die naaktmodellen en zo”.

De studio lag dubbel, en wat waren wij keicoole toffe jongens onder elkaar. En zeggen dat geen schilder toen nog met naaktmodellen werkte, behalve de tijdgenoten Rubens en Panamarenko, maar who cares. En was everybody inmiddels, beste luisteraars, onnozelaars, zeveraars, baggeraars, adelaars, nog immer happy? Want we vliegen er weer in vandaag. Meteen méé. Olé-joepiejé. Good for you-hoe-hoe. Zo ging het toen toe. En op de tet van ons Mariët hadden ze nen tsjoepel opgezet.

Enzomegavoort.

En plezant dat het toen was. Everybody zo uitentreuren heppy. De planeet hopelozer dan ooit. Maar door de radio woei, als overal, de neurose van de leute. Iedereen meteen méé. Samen op de golflengten van de verdwazing. “En zo meteen, luisteraar, sukkelaar, barbaar, gaan we naar de film. Altijd leuk.”

En alles, àlles , was toen altijd leuk. En toen was ook de radio naar de kloten. En toen luisterden we naar de wind.

En zo was het eindelijk goed.

De wind huilde. Het was begin 21ste eeuw. Niets ging goed. Altijd léuk.”

BERNARD DEWULF


simpele verzuchtingen 03/09

GAAT HET NOG EEN BEETJE?

Twee hoofdpunten in de media: onthaalmoeder(1) en hoofddoeken. Het blijft me verbazen dat een uitgelokt incident (1) – je kan op deze manier honderd reportages maken in Vlaanderen – de media beheerst en Vlaanderen op zijn kop zet. Om de aandacht af te leiden van échte problemen? Om geen olie op het vuur van de broeihaard Brussel te gieten? Haal dat gemeenteraadslid dat gisteren verklaarde dat hij niet meer durft buiten komen na half zeven eens naar de studio van Ter Zake. Vraag eens aan De Lijn welke uitzonderlijke maatregelen ze daar moeten nemen en hoe lang dat al aan de gang is. Maak daar eens een Koppen rond. Zet dàt eens als voorpaginanieuws. Geen nieuws, al weken. Maar Brussel, tja, zoooo ver van ons bed.***Ik begrijp de plotse heisa en aandacht niet rond de tussentaal op TV of moet ik zeggen eindelijk!? Al jaren één van mijn eeuwige ergernissen. De taal van Thuis.***Die vragen van Lisbeth Imbo op Radio 1 in De ochtend, dat is toch ook echt koren op de molen… opruiïng bijna… veronderstellingen en als-vragen.**Bericht aan mijn familie: hadden wij afgelopen zomer geen andere zotte plannen toen we te laat waren om de waterval van Coo over te nemen? Alle taken waren toch al netjes verdeeld?***Durft Ter Zake een journalist undercover en met een verborgen camera naar  Anderlecht sturen om de verhitte toestand in Brussel te verslaan of riskeren ze dat alleen bij gewillige slachtoffers met beperkte intellectuele capaciteiten en zonder dure advocaten?***Ik zag een making off van “Gamer“. Cameramannen op roller bladers en hangend aan hijskranen. Achteruitlopen is zowat het meest gevaarlijke wat ik de cameraman op onze set zag doen de afgelopen maanden***Tip voor het journaal en kwaliteitskrant DSO voor het volgend sensatiebericht met lekker smeuiïge koppen (meest aangeklikt!): “Mag Hot Marijke zwanger zijn en betalende seks hebben? Mag ze een kind krijgen en opvoeden? Moet Kind&Gezin ingrijpen?***Kunnen we eindelijk voor eens en voor altijd “een foto nemen” en niet “een foto trekken”. Vreselijke uitdrukking. Kan in het rijtje van ‘duur kosten’ en ‘wat uur is het’. ***Er zijn geen zekerheden meer: als ik niet meer op RVD (Dwarskijker Humo) kan rekenen, zal ik de televisierecensies zelf moeten schrijven zeker?**Bericht aan de bevolking: Parijs is vol***Oud nieuws maar ik dacht waarachtig bij het lezen van die titel “doodschop” dat die voetballer ook écht doodgeschopt was… Ik ben toch niet de enige die die voetbaltermen niet kent?***Prettig en verrassend weerzien van een oude bekende in Expeditie Robinson… TV blijft aantrekkelijk blijkbaar***Interessant interview met Hans Vandeweghe in ‘Tribune’ (‘Wat loopt er mis bij De Morgen?’)” maar loopt het zoveel beter bij Corelio vraag ik me af als ik zo dagelijks de ‘betere’ kranten bekijk. Of is er hoop en gaat hij voor beter?***Twee leuke evenemten om naar uit te kijken: première Climbing Spielberg (22/9) en vooropening  M (19/09 vrij bezoek! Rogier van der Weyden! Jan Vercruysse!)***Eerste sollicitatiegesprek achter de rug. Heb ik (alweer) neen gezegd tegen de job van mijn leven en dit bij een familiezender?***De muzieksamensteller bij Radio1 is na zes maand nog steeds hevige fan van Eva, Yevgueni en Lilly stel ik helaas na een week (opnieuw) dagelijks luisteren vast.***Samen met mij stonden vorige week nog pakweg veertig andere mensen werkloos op straat na einde project. Zouden deze allemaal al vooruitzichten hebben? Of gaat de meerderheid daarvan weer -alsikhetnietdoestaanervijftiganderenklaar-aan de slag als ’stagiair’***Hoe zou het eigenlijk zijn met Mijnheer Hans Köhler in Kuregem?***Zullen mijn struikjes vandaag nog gesnoeid geraken, zal mijn gras vandaag nog gemaaid worden?***09-09-09 is leuk maar dat waren 08-08-08 en 07-07-07 en 06-06-06 en 05-05-05 en 04-04-04 en 03-03-03 en 02-02-02 en 01-01-01 ook en volgend jaar hebben we toch ook 10-10-10 dus kunnen we daar gewoon even rustig onder blijven?***En nu heb ik nog niets gezegd over Bert Anciaux, Alexander De Croo, José Happart, Karel De Gucht, Pascal Smet en vele anderen. Maar ach, dat is toch zeker gewoon oude wijn in nieuwe zakken?***

Update: En waar zouden deze verdwenen foto’s beland zijn? (alle kunstwerken en meubilair trouwens die bij herinrichting verwijderd worden? Bestaat daar een regel voor? Worden die verkocht?… )

j’ai pris ma voiture et je suis partie

TOT  MAANDAG!

ja, ik wil!

MAAR KAN IK HET OOK NOG?

Het bloggen is er zwaar bij ingeschoten de laatste maanden. Veel had te maken met tijdsgebrek, maar onbewust had het zeker ook met onwil te maken. Afgelopen week had ik nog een prettige discussie naar aanleiding van een interview met een schatrijke man – ik ben vergeten wie – die verkondigde dat iedereen rijk kan worden, als je maar wil. Iedereen kan bekend worden, als je maar hard genoeg wil. Iedereen kan zijn droom waarmaken, de échte wil om hem te verwezenlijken moet echter sterk genoeg zijn.

Het klopt. Het is geen peptalk van media-goeroes en LSP. Ik had kunnen beroemd worden. Ik had kunnen rijk worden. Ik had kunnen topmanager van Telenet zijn en ik had kunnen met Rob De Nijs trouwen. Ik had zelf kunnen mijn voortuin aanleggen, eigenhandig. Als ik het maar echt hard genoeg gewild had. Ik heb er gewoon nooit genoeg voor over gehad. Ik heb er gewoon nooit genoeg kunnen voor laten. Ik heb er nooit genoeg dingen die toen of nu belangrijk waren of zijn willen voor opgeven. ‘Willen is kunnen!’, stond er al in het vierde leerjaar op mijn rapport.

Zo is het ook met bloggen. Ik had wel elke dag kunnen bloggen, ik deed het vroeger wel, toen ik evengoed een drukke baan had. De zin was er wel, maar niet de wil.

Ik ben een twijfelaar. Ik heb een aantal principes, ik leef volgens een aantal voor mij belangrijke normen en waarden, maar tegelijk ben ik quasi dagelijks bezig met die in twijfel te trekken. Ik verkondig meningen en ideeën, maar iemand moet maar een enigszins afwijkende mening opwerpen of ik begin mijn mening daar aan af te toetsen, in vraag te stellen of bij te sturen. Zie het niet als wispelturig of volgzaam, integendeel. Ik vraag me quasi dagelijks af waarom ik het grote gelijk zou hebben.

Zo is het ook met bloggen. Wat is het nut van er een blog op nahouden? Waarom wil ik mijn mening wereldkundig maken? Waarom wil ik mijn privacy op het web gooien – alhoewel ik dit vrij beperkt houd vind ik. Waarom wil ik dingen aanklagen en waarom wil ik mensen van goede en minder goede wil de grond inboren? Waarom zie ik in alles wat marcheert voornamelijk dat wat niet marcheert?  Waarom wil ik verwezenijkingen waar hard aan gewerkt is afbreken en bekritiseren, vanwaar de behoefte om af te geven op gewoonten en gedragingen van jan met de pet?  Van waar die dwingende nood om mijn gedachten te verwoorden en die op het web te gooien? Ik kan niet op tegen échte journalisten en ervaren filosofen, ik heb geen literaire ambities en wil geen boek uitbrengen.

Tegelijk ben ik ook een dwarsliggertje. Hoe meer er getwittert (nog steeds in experimentele fase, verslag volgt) en gefacebookt  (account gedesactiveerd sinds januari) wordt, hoe meer belangstelling het krijgt in de media en hoe main-streamer het wordt, hoe minder ik er wil mee te maken hebben. Het is contradictorisch. Ik wil er niet bijhoren maar toch is het prettig om te zien dat je lezers hebt en dat er gereageerd wordt, waardoor je op één of andere manier dan toch wel een soort erkenning zoekt.

Zo  lang ze het zelf niet uitleggen heb ik er het raden naar, maar zou het kunnen dat er nog een aantal bloggers met dezelfde vragen zitten? Op minstens tien blogs uit mijn blogroll (dringend aan een update toe) die ik graag las is er de laatste maanden/weken geen enkele beweging – of ligt het gewoon aan de vakantie? – en een aantal zijn zelfs gewoon zonder enige uitleg verwijderd.

Veel had natuurlijk ook te maken met een clausule in mijn contract. Geen mededelingen aan derden, inclusief de pers, stond er in niet mis te verstane verwoordingen. En tegenwoordig is het niet meer ondenkbaar dat je voor één banaliteit, die je ergens terzijde in een logje  – dat zelfs niet over je werk gaat – zou vermelden, voor de rechtbank zou gedaagd worden. Voorzichtig. Bang, ja misschien. Wijs geworden in elk geval. Veranderd. Van een blog als deze zou ik twee jaar geleden gesmuld hebben en wellicht zelf willen gehad hebben, tegenwoordig vind ik er vooral een vies kantje aan. Ieder zijn waarheid, de ene echter wat neutraler dan de andere. En vraag ik me af of ik me er ook al schuldig aan gemaakt heb. (In eer een geweten, neen.)

Men kan natuurlijk opwerpen: niet bij stilstaan, geen woorden aan vuilmaken, geen logje waard. Doen en niet denken. Blij! Opgewekt! Vrolijk! Het eeuwig optimisme en positivisme staat me ook tegen. Er mag kritiek zijn, er mag gezeur zijn en er mogen tegenwerpingen zijn. Het is niet omdat ik dingen aanklaag of bekritiseer dat ik een ongelukkig en gefrustreerd mens ben, zoals het dikwijls uitgelegd wordt door mensen die constant lopen te roepen hoe fijn en fantastisch en geweldig alles is. Ik ben relatief gelukkig en ik ben tevreden. Ik heb een fijne en leerrijke periode achter de rug – meer hierover later – maar dat betekent niet dat ik de negatieve aspecten uit het oog verlies.  Ik noem mezelf gewoon een realist. En er schuilt nog steeds een eenzaat en misantroop in mij.

En natuurlijk las u hier eerder al gelijkaardige verzuchtingen. Net omdat het me bezighoudt. En net daardoor wéét ik gewoon dat ik weer 1028 woorden vuil gemaakt heb aan twijfels en vragen, maar dat ik desalniettemin toch gewoon doorga. Zelfs al hangen mijn stukjes krakkemikkig aan elkaar, zijn mijn gedachten chaotisch en wil ik te veel ineens zeggen. Ook al weet ik dat ze taalkundig niet perfect zijn (Zou  ik wel kunnen, (?) maar…) Enkel en alleen omdat het in mij zit, het preken. Mijn eerste lezersbrieven dateren van uit een tijd dat Zonnestraal nog bestond. Handgeschreven. Eerst in klad en dan netjes. Zo ging dat nog. En je kreeg ook nog een uitgebreid antwoord. Maar omdat het de dag van vandaag zoveel eenvoudiger, valt er hier vanaf morgen hoogstwaarschijnlijk weer élke dag iets lezen. Een mening, iets gezouten misschien, een klaagzang, een verzuchting. Al kan het ook gewoon zijn dat ik u één of ander TV-programma, DVD of CD aanraad.  Met de beste wil. Of u dat nu graag hebt of niet.

lezersbrief3