het leven zoals het niet meer is

DONDERDAG 24 JANUARI 2008

Ik moet op controle naar het ziekenhuis en heb besloten er een vrije namiddag aan te breien. De dag begint bijzonder goed. Ik stel vast dat ik mijn handtas vergeten ben op het werk. Die handtas is niet het probleem, maar wel de inhoud. Goed, dan maar zonder. Ik vertrek om half negen. In gedachten ben ik weeral met honderdeneen andere dingen bezig, waaronder voornamelijk het nadenken over leven en dood. Op automatische piloot neem ik aan het klaverblad de verkeerde oprit. Die welke ik elke dag neem om naar het werk te rijden, de andere kant uit dus. Eerstvolgende afrit rechtsomkeer. Half uur vertraging.

Ik ben niet zo thuis in ziekenhuizen en die dingen. Het interesseert me niet en ik heb er geen belangstelling voor. Ik ben er dus niet mee bezig. In het ziekenhuis begeef ik me naar de afdeling “beeldvorming”. Zoals verwacht, een massale opkomst. Niet erg, ik heb mijn krant én geduld. Bij het loket wordt me meegedeeld dat ik volgens mijn doktersvoorschrift een MR moet hebben en geen foto’s zoals ik dacht. Dit kan niet onmiddellijk, hiervoor moet een afspraak gemaakt worden. Ahja, inderdaad, dat herinner ik me nog van vorige keer. “Helaas mevrouw, dat kan pas volgende week, vrijdag om 7.35 u”. Ik ben niet uit mijn goed humeur te brengen. “O, geen probleem, ik kom dan wel terug.”

Ah, bedenk ik dan ineens, dan heeft dat geen enkele zin dat ik straks bij de dokter ga, zonder beeldmateriaal. Ik zal vlug naar het secretariaat gaan, om de afspraak af te zeggen en een nieuwe te maken. Ik herinner me echter niet meer zo goed waar dat secretariaat was, dus even naar het onthaal. “Er zijn nog honderden wachtenden voor u”. Nu ben ik er de persoon niet naar om zomaar mijn neus te steken over een persoon die geholpen wordt met de vraag “Sorry maar moet just iets vragen…”. Ik heb echter ook geen zin om een nummertje te trekken en te wachten tot het mijn beurt is. Ik zal wel zelf op zoek gaan. Ik dool door de gangen, ik dool op vijf verdiepingen. “Ja dames en heren, u zag me al drie keer passeren, en neen, ik wil echt niet opvallen.., ik zoek iets…”.

Na een kwartier en drie keer moeten gehoord te hebben van dames in witte kledij: “Da weetemen weir nie senne, wer kinnen nie alles weetn èj??“. (Voor de zoveelste keer stel ik vast dat er in Oilsjt niemand AN spreekt.) brandt de lamp: ik heb toch een papier in mijn handen met het nummer van het ziekenhuis er op? Ik ga dus even buiten en bel naar het algemeen nummer en vraag naar het secretariaat van dr xxx en maak een nieuwe afspraak. Buiten voor de deur van het ziekenhuis. Voorbijgangers vragen zich waarschijnlijk af waarom ik zo sta te lachen.

Terwijl ik het ziekenhuis binnenga om een parkingbonnetje, hoor ik een dame in kamerjas tegen haar gsm zeggen: “‘k moenaa azuë een tèrapie volgn ver me lièrn besig taagn, gewetjwel..”

Toch iets wat ik niet meer moet leren. Me bezig houden, bedenk ik vrolijk.

Ik besluit van toch maar naar Brussel te rijden om mijn handtas op te halen want de inhoud heb ik morgen nodig, je weet nooit wat je in Parijs tegenkomt. In Brussel bedenk ik, goh ik kan nu evengoed eens snel naar Leuven bij E. rijden, ’t is ondertussen middag en dan is er toch niet zoveel verkeer. Daar aangekomen zegt E.: “Ah, zou je misschien niet even snel aan de makro passeren, wanneer je terugkeert. Kun je wat vlees kopen om je nieuwe diepvriezer te vullen”. Goed plan. Zo gezegd zo gedaan. Aan de makro aangekomen verbaas ik er me over dat de parking praktisch leeg is. Blijgemutst alweer om zoveel goed geluk, waw, geen volk, parkeer ik bijna aan de ingang, alwaar een man staat in een fluojasje en me verwelkomt (wat een service, zo helemaal voor mij alleen) maar ook zegt: “Mevrouw, we zijn gesloten vandaag wegens inventaris, we gaan pas om drie uur open”. Ik krijg een bonnetje voor een gratis koffie, maar wachten tot drie uur, neen dat zie ik niet zitten, het is nog maar twee uur. Ik besluit dan maar naar huis te rijden maar ik bedenk, nog een optie, ik zal snel naar de Colruyt rijden. Aan de Colruyt gekomen staat er een file en de parking staat bomvol. Er hangt een spandoek: “Opening nieuwe winkel”. Ja hallo!! Rechtsomkeer.

Ik ben thuis om vier uur. Veilig. Er kan me niks meer gebeuren en niks kan nog fout gaan denk ik. Mijn vrij dagje zit er bijna op. Gevuld met dingen die stuk voor stuk moeten herhaald worden. Nutteloos dagje dus. Wat kan ik nu nog doen? Om zes uur moet ik naar de les.

Ik zit vijf minuten neer. Ik krijg telefoon dat de moeder van Nel overleden is.

Roze blogweek. Mijn voeten.

Advertenties

4 reacties

  1. Je ouders lang mogen houden geeft je veel vreugde en een dankbaar gevoel, maar je moet ook mee in hun proces van voortdurend verliezen. Ze worden het “gewoon” om hun broers, zussen, en vrienden te verliezen.
    Weer een dag vol weemoed en verdriet om weer een afsheid…..

  2. Fuck, ik word hier even heel stilletjes van. Mijn oprechte deelneming, Nel.

  3. Ik houd van tekesten die mij vijf keer doen glimlachen, leuk geschreven zijn.
    Ik houd niet van laatste zinnen die je een slag op je smoelwerk geven waarbij je heel stil wordt.
    Ik houd niet van het feit dat moeders sterven.

    Was getekend

  4. Het zal niet veel helpen, maar doe het toch maar. Geef je Nel een hug van mij?


Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s