Soike Decoipere, 76 jaar

SCHOENMAKER, BLIJF NIET BIJ JE LEEST

Is het je ooit al opgevallen? Mij regelmatig. Oud worden/zijn is een alibi. Voor duizend en één dingen. Lezersbrieven van bejaarden in de Humo en HLN, daar hoort de leeftijd bij. Want ziedes, “hoe mee ze nog zijn” of “komt dat tegen op mijne leeftijd”, of “ik heb een mening en schrijf, ook al ben ik oud”. Waarom wordt er nooit getekend met: “Yasmine, 15 jaar” of Sander, 32 jaar”. Is de mening van de eersten belangrijker en invloedrijker of net niet omdat ze oudjes zijn? Is hun betoog op zich dan niet sterk genoeg en denken ze indruk te maken door er hun leeftijd bij te zetten?

Oude mensen zijn ook nooit slecht. Lief en schattig meestal. Dat sommigen onder hen in het verleden gewoon door en door slechte mensen waren (ja die bestaan), wordt vergeten en vergeven door hun oud zijn. Zeg nu zelf, hebt zelfs u geen medelijden wanneer u een bejaard ineengeschrompeld mannetje ziet opgepakt, beschuldigd en/of veroordeeld worden, ook al heette dat mannetje pakweg Pinochet?

Een gelijkaardig fenomeen doet zich voor bij dokters. Een aantal dokter vindt van zichzelf nog steeds dat hij een buitengewone status heeft die immens veel belangrijker is dan die van de doorsnee mens. Hoe verklaart u anders het steevast opduiken in doodsberichten van de term “Dokter en Mevrouw De Blaaskaakere”. Wat is in wezen het verschil met: “Bouwvakker en Mevrouw Metsers”. Traditie, kan u opwerpen. Maar is het nodig dat deze belachelijke traditie blijft bestaan in de 21ste eeuw? De dokter staat niet alleen; ik meen ook regelmatig “Advocaat” en “Notaris” te spotten.

(Geheel terzijde: het stoort me ook mateloos, maar dat had u denk ik al een tijdje door, dat er te pas en te onpas de meest ronkende “titels” gebruikt worden. Alsof je als mens alleen maar kan indruk maken of je manifesteren door met een visitekaartje te zwaaien.)

Iets moeilijker uit te leggen, maar ook iets wat me constant opvalt: men tracht iedereen in een vakje te steken, maar iedereen beweert stuk voor stuk dat hij niet in dat vakje hoort. Nu ben ik eerder te vinden voor dat laatste, het hoort zelfs niet om mensen in een vakje te steken. Maar wie is dan de VTM-kijker, De Standaard-lezer, de generatie X en Y, de ambtenaar, de Q-music luisteraar, de intello en de populo. Waarom vind niemand van zichzelf dat hij in dat vakje hoort. Wie/wat bent u?

Heel dubbel allemaal. Twee mogelijkheden: ofwel herkent elk van ons zich maar al te goed in het cliché-beeld maar wil hij het voor geen geld van de wereld toegeven omdat hij het eigenlijk toch een beetje “raar” of “genant” zelfs vindt om in de vakje te passen.

Ofwel, en ik ben meer te vinden voor deze laatste zelfontwikkelde theorie, zijn de vakjes enkel bedacht door marketeers en mediamensen én door ons allemaal en is elke mens met zijn eigen unieke persoonlijkheid beducht om in dat vakje te vallen, omdat het écht helemaal niet klopt. Tenslotte nog een laatste doordenker: zijn we niet allemaal bezig met angstvallig zodanig de cliché’s te vermijden dat we uiteindelijk in nieuw gecreeërde cliché’s vallen?

U bent boekhouder maar héél creatief buiten de uren? U kijkt naar De man van Phaedra, maar enkel om er mee te lachen? U gaat naar foute fuiven met foute plaatjes onder het mom van “fout doen”, maar niet omdat u eigenlijk die muziek heel erg dolletjes vindt en u zich er geweldig kan op amuseren? U gaat natuurlijk niet naar Gran Canaria of Ibiza, maar onderneemt dit jaar die geweldige trektocht door Canada? Of u bent jong en wil wat en gaat voor een jaar op wereldreis? Uw droomhuis is een jaren zestig huis met seventies inrichting, heel origineel?

De typetjes bedacht door humoristen, die bestaan integendeel wel allemaal. Ik kom er mezelf, tot mijn grote hilariteit, maar al te dikwijls tegen.

En ik wil dat best toegeven. In tegenstelling tot.

Advertenties

11 reacties

  1. Helemaal mee akkoord, kwou al een tijdje zoiets schrijven maar je neemt me de woorden uit de mond…

    Op mijn laatste blogpost zou ik moeten toevoegen “zijn het door-iedereen-zondere-reden-gerespecteerde ouderen, het zijn mensen”

  2. ‘Hoe verder mijn interactiepartners van mij afstaan, zowel in tijd als in ruimte, hoe moeilijker het wordt om hem volledig te kennen. Enkel in een pure Wij relatie ervaren wij de Andere als uniek. In andere relaties kennen we hem als typisch. Er is geen perfecte kennis van zijn biografische situatie maar wel een typische kennis van gedrag, motieven, persoonlijkheid. De toename van anonimiteit gaat samen met een afname van volheid. Van concrete handelingen en personen vallen we terug op handelings- en persoonstypes. Wij kennen de Andere dus steeds als een sociale Andere en niet in zijn/haar individualiteit. Dit keert zich echter tegen ons. Door op een typische manier met de Andere om te gaan, typifieer ik mezelf echter ook.’ (typificatie, ofwel: in vakjes steken)

    Sociologie kan nog eens interessant zijn 🙂

  3. Dit is een stukje dat mij op een bepaalde manier pijn doet…
    Om privacy-redenen kan ik dit hier in een openbare commentaar-kolom niet uit de doeken doen, en je mailadres heb ik jammer genoeg niet meer bij de hand.

    Enkel even dit: Naar het einde toe lijk je te klinken alsof je mensen niet in vakjes wil stoppen… maar in de eerste helft van je stukje maak je je daar wel ‘schuldig’ aan. En zo’n in-vakjes-stekerij kan pijnlijk zijn…

  4. Mmm, zoals jullie misschien al weten sta ik bij elke reactie wel degelijk stil en neem ze ter harte. Vooral in dit geval de laatste.

    Ik geef in mijn logje duidelijk aan dat ik er mij steeds van probeer te hoeden mensen in vakjes te steken. Steek ik dokters in een vakje? Toen ik het stukje schreef dacht ik direct aan een dokter die mij bekend is en van wie ik zeker weet dat ze zoiets nooit zou doen of daar ook helemaal niet achter staan, vandaar dat ik duidelijk schreef: een aantal. Steek ik bejaarden in een vakje? Ja, in het vakje oud misschien. Maar dat is m.i. een vak waar je niet omheen kunt. Net zoals je baby, peuter kleuter puber tiener enz bent. Meen ik. Maar ik kan hier weer eens alleen maar uit leren. En tenslotte, ik ben er mezelf elke dag weer genoeg van bewust hoe erg het is dat mensen in “vakjes” gestopt worden.
    Stof tot nadenken, meer reacties welkom! Zowel hier als op blogderzuchten@hotmail.com

  5. Dat ‘een aantal’ was inderdaad aan mijn wellicht wat emotionele oog ontsnapt.
    Ik geloof immers dat – in elk geval wat artsen en advocaten betreft (qua notarissen durf ik minder stellig zijn) – de democratisering van het onderwijs dermate zijn werk heeft gedaan, dat bij de jongere generaties binnen deze beroepscategorieën die statusgevoeligheid nauwelijks aanwezig is, en zelfs niet meer terecht is. (Zegt men niet altijd, dat naarmate een beroep ‘vervrouwelijkt’ de maatschappelijke status ervan behoorlijk afneemt ;-)?)
    De ‘notabelen van het dorp’ zijn al lang de notabelen niet meer.
    Pakweg aan het begin van de 20ste eeuw had je als basisschoolonderwijzer nog heel wat status, maar die was een halve eeuw later helemaal weg. Ook bij artsen, advocaten… is dat proces (gelukkig) al een heel eind gevorderd.
    (Ja inderdaad, ook ik behoor tot één van die beroepscategorieën, maar zoals ik vaak zeg: ik voel mij nog altijd ook dat kleinkind van een mijnwerker, het achterkleinkind van een arme boerenknecht.)

  6. Oef, hier ben ik het helemaal mee eens.
    Het had inderdaad wat duidelijker gekund van mijn kant uit.. Ik ben er immers ook van overtuigd dat dit een uitstervend “fenomeen” is. Fijn dat dit weer uitgeklaard is!

  7. Nog even je visitekaartje afgeven voor je vertrekt naar waar je het niet meer nodig hebt. Het is waarschijnlijk een uitstervend fenomeen. De strafste (en om te lachen) vind ik: Mevrouw doctor Jean Ikweetnietwie, geboren Anna Schellekens.

    Over die vakjes. De schuld ligt niet honderd percent bij diegene die je in een vakje zet. Mensen kruipen zelf maar al te graag in een vakje en het gekozen vakje wisselt naar gelang wie je wilt behagen.
    En dat vind ik nu een pluspunt aan wat ouder zijn, de vakjes kunnen je gestolen worden en je hoeft niemand meer te behagen.

  8. Over mensen in vakjes steken gesproken: gisteren las ik op het blog van Georgina (zie mijn blogroll) volgende comment:
    “Ben jij echt een poetsvrouw, Georgina?
    Voor een poetsvrouw schrijf je toch lang niet slecht.”
    Kijk, van zoiets word ik dus pisnijdig. Net zoals ik pisnijdig word van mensen die met titels, graden of “respectabele” leeftijden uitpakken. Ronduit ha-te-lijk.
    Ach wat, ik zou hier je reactieluik kunnen volpleuren, maar ik zal het, mede omwille van mijn bloeddruk, hierbij houden.
    Nog meegeven dat ik de alhier geuite denkpistes perfect volg en me er tevens volledig in kan vinden.

  9. En als ik mij opwind, laten mijn zinsconstructies zéér te wensen over, helaas…

  10. Het leven is zoveel eenvoudiger zonder die vakjes en laatjes. Ik heb zoveel medelijden met degenen die persé in de hoogste willen thuishoren. Wat een verspilling van energie. Steeds op de tippen van je tenen te moeten staan om de andere voortdurend te overtreffen. Om uiteindelijk wat te bekomen? Een bedriegelijk zelfbeeld? Het besef dat je niet echt hebt geleefd? Jammer, want dan is het al te laat.

  11. Op mijn kaartje staat klaar en duidelijk:
    Van De Pot Gerukt
    Verbaal diarree consultant

    Met een uigestreken gezicht geef ik mijn kaartje nu en dan weleens aan iemand die tot de door U beschreven categorie behoort. Nog nooit of te nimmer heeft er eentje de moed gehad om mij te vragen wat een verbaal diarree consultant uitvoert.

    Was getekend


Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s