bravo sint bavo

DE STEEN DES AANSTOOTS

Helaas, Zuster Monica (klik hier voor details). Een naaktfoto krijg je ook nooit meer weg eens die gepubliceerd is op het wereldwijde net. De wetmatigheden van de cyberwereld. Rien à faire.

“Iedere ochtend sjees ik al fietsend naar school, waarbij ik toch wel enkele verkeersknelpunten kruis. Zo steek ik ondermeer de niet te onderschatten Dampoort over. Ik ondervind daarbij echter weinig problemen. Meer zelfs, het gevaarlijkste punt op mijn route bevindt zich voor een school notabene. Fietsers die hun leven willen wagen, passeren best tussen half 8 en kwart over 8 aan de katholieke basisschool Sint-Bavo in de Apostelhuizen.

Nu is dit natuurlijk wel een smal straatje, waar dan ook nog eens auto’s geparkeerd staan. Dat verhindert massa’s dwaze ouders van het in kotskleurige uniformen gewurmde kroost dat er schoolgaat echter niet om gewoon midden op straat stilstand te houden – liefst zo dat aan geen van beiden kanten een fietser langs kan – , zoveel mogelijk deuren van de wagen te openen – liefst zonder eerst te kijken of er nog andere weggebruikers zijn – , rustig de tijd te nemen om vijf kinderen en zeventwintig boekentassen uit te laden, daarbij vooral kleuters uit het oog te verliezen zodat die de doortastende fietser die toch langskon even flink kunnen doen schrikken door plots van achter de wagen op te duiken, en dit alles liefst ook zo lang mogelijk te laten duren. De wagen daarachter creëert op zijn beurt dezelfde situatie en die daarachter ook nog eens, zodat het humeur van de reeds geërgerde fietser helemaal om zeep geholpen wordt omdat zijn amper zeven minuten durende fietstocht naar het werk met maar liefst twee minuten wordt verlengd en vooral wordt bemoeilijkt door een mijnenveld van boekentassen, autodeuren en als eendekroos vermomde ukken. Verschrikkelijk.

Ik walg van het bekakte volk dat enkel omdat het zijn kinderen daar dropt, meent dat de straat zijn eigendom is, van het soort onnozele, leeghoofdige truttenmoeders die geen benul van het verkeer hebben en het type drukdoende vaders dat de verjaardagen van zijn kinderen niet uit het hoofd kent en al gsm’end aan het stuur zit. Ik walg vooral van de school zelf, wiens betrokkenheid bij het verkeer en de schoolomgeving zich beperkt tot het ophangen van ‘zone 30’ -affiches, maar zich verder niet realiseert dat het nog maar in overweging nemen een aanvraag te doen om die drie parkeerplaatsen voor de school af te schaffen en een ‘kiss and ride’-zone aan te leggen, al een hele stap voorwaarts zou zijn. Ik walg – wat zeg ik, ik gruwel – al evenzeer van de schoolmasteldie op de situatie – zijnde: onschuldige, weliswaar nors kijkende fietser wordt gehinderd door egoïstische eigenaars van dikke bakken – dwaas staat te kijken zonder te reageren, daarbij haar armen fiks tegen de boezem aandrukkend, maar nergens beseffend dat ze ook wel eens iets mag signaleren. Ga catechese geven, mens. Idem voor haar collega – half vrouwmens, half non – die al even onwetend aan de andere ingang staat, met haar gedachten bij de 24 identieke knutselwerkjes die om half 4 keurig in het gelid zullen staan.

En zo wordt dag na dag na dag – want écht iédere dag speelt zich deze situatie af – mijn woede en ergernis tegenover dit bekrompen schooltje met zijn antieke, in groene tinten gehulde, waarden gevoed (‘ondanks de moderne infrastructuur, zijn we een school met traditie’) , tot ik er op een dag zal gaan solliciteren, er een paar weken het subversieve varken ga uithangen, een tweetal menopauzerende mastellen het prepensioen injaag, de ongetwijfeld stijf van fatsoen staande directrice een hartaanval bezorg en uiteindelijk zelfs enkele leerlingen laat ervaren dat er op school ook gelachen mag worden.

In afwachting hou ik het maar bij stukjes als deze, doen ook deugd.

Deel II – 2 dagen later…

Amper was het bovenstaande stukje gepost of mijn hele betoog werd schitterend geïllustreerd op zowel rechtstreekse als onrechtstreekse manier.

*Kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove vertelde op het lerarenevenement Leraar van het Jaar over haar eigen lagere schooltijd. Toen ze 11 was, veranderde ze van school en kwam ze in een groene school in Gent terecht. ‘Geen groene school in de betekenis van milieuvriendelijk’, verduidelijkte ze. ‘Een gevangenis was het’ voegde ze er aan toe. Ik was op zijn minst tevreden met deze bevestiging dat Sint-Bavo géén toffe school is.

*Net die ochtend was ik als gewoonlijk weer door het smalle straatje Apostelhuizen gefietst waarin Sint-Bavo gelegen is. Het was bijna acht uur en als wou iemand mij eens flink beetnemen, hield alweer een dikke wagen in het midden van de straat stil, de deuren wagenwijd open zodat een fietser niet langs kon. Is het zoveel gevraagd de deur te sluiten? Mijn reactie bestond uit hevig bellen en een zuur gezicht trekken zoals alleen ik dat kan. Ik hield halt op amper enkele centimeters van de autodeur. De chauffeur, precies het soort vader dat ik voor het gemak maar even vooroordelend schets als een blaaskaak, wilde net instappen na het droppen van zijn kleuter, en keek me uitdagend in de ogen. Hij vertraagde daarop nadrukkelijk zijn bewegingen om in te stappen, wat mij, flink geagiteerd en de man in de kaart spelend, een ‘Komaan, zeg!’ liet uiten. De man keek me schijnbaar kalm aan en antwoordde met een laconiek maar tegelijk verontwaardigd ‘Rustig maar’ of iets dergelijk, waarop ik haast brul: ’t Is hier wel élke ochtend hetzelfde!’. Waarop de man mij, nogal ondoordacht en verrast, toesnauwt: ‘Neem dan een andere weg hé!’.

Voilà, de redenering die ik in mijn vorige post min of meer voorspelde door te stellen dat dit soort mensen meent dat de straat van hen alleen is. Die man heeft natuurlijk gelijk, niet? De straat is enkel voor auto’s, bestuurd door mensen die hun kinderen naar deze ‘traditionele’ school sturen. Het staat nog nét niet aangegeven aan het begin van de straat. Fietsers moeten maar een omweg nemen, dat spreekt toch vanzelf. Er zijn toch straten genoeg in Gent? Nee, als gewoonlijk, komt een mens alweer pas een minuut later op tal van prachtige replieken op zo’n idiote uitspraak.

Ik kalmeerde vlug hoor, ik had uiteindelijk een mooie bevestiging gekregen van mijn redelijk ongefundeerde beledigingen in het eerste artikel. Maar het geeft me eindelijk ook de energie om nu eindelijk eens een schrijven tot de school te richten waarin ik hen op mijn eigen furieuze wijze eens wijs op het gebrek aan verantwoordelijkheid en sensibilisering. Straks even alles lekker op papier zetten.”

tornero

VAKANTIEZUCHTEN

Vierduizend tweehonderd kilometer. Twee en een half uur file. Waarvan één uur voor de Sint Bernard tunnel in Zwitserland en één en een half uur tussen Leuven en Aalst laat op de eerste zondagnamiddag van de vakantieperiode.

Tweeënveertig espresso’s. Barmannen die je belonen met hun meest charmante en goedkeurende glimlach wanneer je op hun vraag “Café Americano?” gespeeld verontwaardigd ‘no!’ antwoordt. Voor zestig cent een koffie die beter smaakt dan de beste praline van Marcolini. Koffie en Italianen. Koffie en ik.

Zevenentwintig dorpjes en stadjes. San Gimignano, Volterra, Montepulciano en Pienza, hoe mooi ook, laat ze links liggen. Die bezoek je de eerste keer wanneer je in Toscane komt. Nadien spring je er hooguit binnen in een bar voor een tussenstop en stel je vast dat er nog steeds te veel toeristen zijn. Druk in Italië? Niet wanneer je van het geijkte pad afwijkt. In veel dorpjes loop je gewoon alleen en ze zijn even schilderachtig. En in een ander komt de enige andere toerist me (o wat heerlijk) de weg vragen alsof ik er al jaren woon.

Honderdeenennegentig Etruskische overblijfselen. Elevendertig kerken en abdijen. Geschiedenis, Romaanse kunst, Renaissance. Van de schoonheid en de troost. Ik zal er jullie niet mee vervelen. Daarvoor bestaan er genoeg naslagwerken en gidsen.

Zoveel Italianen, zoveel tegenstellingen. Stijlvolle Italiaanse mannen in strakke pakken aan de bar snel hun ristretto nippend, zelfs bij 36° met een elegante schwung alsof ze met hun das aan geboren zijn. Even elegante Italiaanse vrouwen, maar wat een vreselijk stijlloze bling bling. Versace en Gucci zijn nooit veraf. Of tenmiste een nog slechter en smakelozer afkooksel. Geen vrouw zonder glitter. En alle mooie vrouwen werken als decorstuk bij de televisie. Een hele dag door talkshow. In alle bars. En Nicolas Cage die Italiaans spreekt.

Eenvoud en simpelheid dan weer in de afgelegen dorpjes waar de mama’s nog op de stoep buiten zitten met schort aan en de mannen samentroepen op de pleinen wars van enige modebewustheid. Waar in de smalle straatjes clichégewijs nog steeds de was te drogen hangt, de luiken een hele dag gesloten zijn om de hitte buiten te houden, de bloemen uitbundig bloeien en de katten luiweg op het midden van de weg liggen. Maar overal, stuk voor stuk, van in de grootste stad tot in het kleinste dorpje, Italianen die met evenveel hartstocht en gepassioneerde gebaren hun woord doen. En je schuchtere pogingen om hun aan te spreken in hun eigen taal enthousiast belonen met een waterval van Italiaanse volzinnen waar je maar de helft van meepikt. Heerlijk.

Het land waar op elke pizzeria en osteria dag en nacht het bordje “aperto” hangt, ook al bewijzen de neergelaten rolluiken het tegendeel. Het land waar een een uitbater van een baancafé niks anders te doen heeft dan een hele dag op zijn terras te wachten op de enige passant van de dag. Het land waar er jobs bestaan met functie-omschrijving “verkeerslichtuitbeelder” wat inhoudt een hele dag een verkeersbordje met een groene en een rode kant omdraaien. Het land waar je dood wordt aangekondigd op grote panelen midden in de stad. En waar die doden hoofdzakelijk diep in de tachtig blijken te zijn. Waar je onbezorgd je sleutel op de deur laat zitten aan de buitenkant. (Omdat je even binnen bent of net even buiten bent?) Het enige land waar je ongeneerd tegen dertig per uur met een triporteur kan rondrijden met een hele resem geduldige chauffeurs achter je.

Het land van Berlusconi. Ook. Het deerde me niet. En de Italianen evenmin, leek het me. Ik ben er dol op.

a te – jovanotti

DE ZOMERHIT IN BELLA ITALIA

En ik kan ze geen ongelijk geven, die Italianen.

Tweehonderd kilometer lang op repeat (x10) tot de tekst helemaal ontleed is
en het nog steeds mooier wordt.

Mogen ze voor mijn part twee maand lang elke dag minstens één keer draaien op Radio1. (hint hint!).

A te che sei l’unica al mondo
L’unica ragione per arrivare fino in fondo
Ad ogni mio respiro
Quando ti guardo
Dopo un giorno pieno di parole
Senza che tu mi dica niente
Tutto si fa chiaro
A te che mi hai trovato
All’ angolo coi pugni chiusi
Con le mie spalle contro il muro
Pronto a difendermi
Con gli occhi bassi
Stavo in fila
Con i disillusi
Tu mi hai raccolto come un gatto
E mi hai portato con te
A te io canto una canzone
Perch? non ho altro
Niente di meglio da offrirti
Di tutto quello che ho
Prendi il mio tempo
E la magia
Che con un solo salto
Ci fa volare dentro l’aria
Come bollicine
A te che sei
Semplicemente sei
Sostanza dei giorni miei
Sostanza dei giorni miei
A te che sei il mio grande amore
Ed il mio amore grande
A te che hai preso la mia vita
E ne hai fatto molto di piu
A te che hai dato senso al tempo
Senza misurarlo
A te che sei il mio amore grande
Ed il mio grande amore
A te che io
Ti ho visto piangere nella mia mano
Fragile che potevo ucciderti
Stringendoti un po’
E poi ti ho visto
Con la forza di un aeroplano
Prendere in mano la tua vita
E trascinarla in salvo
A te che mi hai insegnato i sogni
E l’arte dell’avventura
A te che credi nel coraggio
E anche nella paura
A te che sei la miglior cosa
Che mi sia successa
A te che cambi tutti i giorni
E resti sempre la stessa
A te che sei
Semplicemente sei
Sostanza dei giorni miei
Sostanza dei sogni miei
A te che sei
Essenzialmente sei
Sostanza dei sogni miei
Sostanza dei giorni miei
A te che non ti piaci mai
E sei una meraviglia
Le forze della natura si concentrano in te
Che sei una roccia sei una pianta sei un uragano
Sei l’orizzonte che mi accoglie quando mi allontano
A te che sei l’unica amica
Che io posso avere
L’unico amore che vorrei
Se io non ti avessi con me
A te che hai reso la mia vita
Bella da morire
Che riesci a render la fatica
Un immenso piacere
A te che sei il mio grande amore
Ed il mio amore grande
A te che hai preso la mia vita
E ne hai fatto molto di pi?
A te che hai dato senso al tempo
Senza misurarlo
A te che sei il mio grande amore
Ed il mio amore grande
A te che sei
Semplicemente sei
Sostanza dei giorni miei
Sostanza dei sogni miei
A te che sei
Semplicemente sei
Compagna dei giorni miei
Sostanza dei sogni mie

cinema paradiso

HUIZE AVONDROOD

Piombino is het soort badstad die we kennen uit oude Italiaanse films. Vergane glorie. Straten vol bejaarden. La Esterella en Yvonne Verbeeck, die ik in mijn verbeelding ’s avonds al op de dansvloer van een jaren vijftig feestzaal zie staan, dansend op levend orkest met zang van Perry Como. Schitterende decors voor nostalgische reclamefilmjes. Ik kijk mijn ogen uit. En bedenk daarbij alweer hoe relatief alles is.

gente di mare

DE ETRUSKISCHE KUSTLIJN

Verlaten wegens onondekt of onbekend? Of gewoon niet blits genoeg? Wat mij betreft, in één woord: zalig.

ladri di biciclette

EEN RODE ITALIANER

Een nieuw fietsje voor Singajo, gevonden in Piombino. Helaas stevig verankerd.

minimetrò di perugia

VAN PIAN DI MASSIONO NAAR PINCETTO

Perugia is een grote stad bestaande uit het centro storico op de heuveltop en een steeds verder uitdeinende benedenstad. Je kan het verkeer op het spitsuur vergelijken met dat van Brussel. Zaak is dus van zo snel mogelijk de auto kwijt te raken op een parking in het nieuwe deel om geen halve dag te verspelen. (Naar eender welk centro storico rijden is zowieso onbegonnen werk.)

In vergelijking tot de vorige keren dat ik er was, valt er nu van in de verte een rode slang op die zich naar de oude bovenstad slingert. Gefascineerd door het gevaarte en het futuristisch speeltuigje dat zich voorbeweegt op die slang vergeet ik even netjes voor te sorteren maar de hoffelijke Italiaan achter mij laat me netjes voorgaan. – Het cliché van toeterende en opgewonden chauffeurs is naar mijn ervaring al enige jaren compleet verleden tijd – Maar de slang dus. Die moet ik volgen, dat wil ik zien. Ik vind een parking netjes onder de “spoorbaan” en het enige wat ik moet doen is deze volgen om aan een halte te komen aan wat dus de “mini-metro di Perugia” te zijn.

Alles in de omgeving van deze “mini-metro” blijkt nog in volle aanbouw te zijn. De mini-metro is pas open sinds 8 juni jl. En dat is er duidelijk aan te zien. Ik ben opgetogen. Schitterend. Iets wat ik enkel op tv zag in Japanse steden en bij de Jetsons. Pretparkachtig, futuristisch. Mini metrostelletjes als skicabines die zich aan elke halte openen zoals liften. Compleet automatisch, zonder bestuurder. Om de minuut stopt er een “cabine”. Eindhalte een prachtig volledig nieuw aangelegd station, een architecturaal waw-pareltje (update na gesurf: tja, van Jean Nouvel, verbaast me niks!), compleet geïntegreerd in het oude stadgedeelte. Een aantal roltrappen brengen je in het hart van de stad. Ik ben laaiend enthousiast. Mooi, mooi! (Ik sta net niet te springen.)

Bij de terugkeer in de namiddag besluit ik om te blijven zitten tot het eindstation aan de voet van de stad. Ik wil dit wel helemaal ontdekken. Mijn enthousiasme wordt er alleen maar grote op. Een compleet nieuw aangelegde en weids uitgestrekte pendelparking, nieuwe toegangswegen, rond het station een klein winkelcentrum, nog in volle aanbouw. Het enige wat mijn enthousiasme tempert is de desolaatheid van de omgeving. Ik ben op drie na de enige passagier en er is omzeggens geen beweging. Op de parking staan verhoudingsgewijs heel weinig auto”s. De andere metrostelletjes die me kruisen zijn bijna allemaal leeg. Er is omzeggens geen beweging, buiten de werklieden die aan en af lopen en de laatste hand leggen aan de gebouwen. En het enige wat ik kan denken is laat dit geweldige project toch slagen. Dit is een oplossing dit is een stap in de goede richting.

Geen idee hoe het project ontvangen is in Perugia, geen idee wat de mening van de inwoners is en geen idee of het verkeer er door afgenomen is en of het een slaagkans heeft. Misschien liggen de haltes die nu nog spiksplinternieuw en schitterend schoon en clean ogen er binnen een aantal jaren vervallen en verwaarloosd bij en is de parking overwoekerd door onkruid. Ik hoop van niet. Ik wens Perugia veel succes met dit project en hun poging om het mobiliteitsprobleem op te lossen. Dit stadsbestuur maakt er in elk geval werk van.