sjef in gralèken gruëten nuët

AALST CARNAVAL OP UNESCO ERFGOEDLIJST!

“Weirken, wadesdaveriet? Ge wetj geir zeekers nieet damme wèr doar gien goesting vèr emmen. En ajèj, es da woër dagge vèr e restorang oepen tagen nen diplom moetj emmen? Aa, en ge moetj doar oek vèr nor tskool goën? Da trekkemen weir os nie oën zei, ne vis in een penne leggen op ewa stauëve boeter dat kén tog allemaan?  En e streksken of twieë da versloesjt op a parking stoët, wie kekt doër naa op, dè autoos staun dor toch véren? En wa ken oos da skillen dat dieje wuiën twintjig groëden es, tegen dat dat uietjgegoten es en das se doër van gedronken emmen es diejnen tog al wèrem.  Oeijejoei en teiftjen da seggen, dieje sjef? Damme weir niks weiëtj sen? Wer zeen da maaneken nikker e lesken liejren se, a saa nog verskieten van oos. Dooërse, wa peist diejnen gruëte kluët wel? Weir doen voesj. Asuë memmen en kreften!“*

*vertaling op aanvraag

Chef in nood

Advertenties

into the dark

UN HOMME DE L’HOMBRE

“Muzikant, componist en journalist Marc Moulin is op 66-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van kanker. Het nieuws werd bevestigd door een van Moulins collega’s bij het weekblad Télémoustique.

Marc Moulin, die bekendheid verwierf met zijn electrogroep Telex en die met de rubriek “Les humoeurs de Marc Moulin” als columnist aan de slag was voor Télémoustique, was sinds enkele weken met ziekteverlof.

Als muzikant en componist was Moulin nog tot vorig jaar bijzonder actief. Zijn laatste album, met de naam ‘I Am You’, verscheen in januari 2007 en ook vorig jaar trad hij nog geregeld op.” (belga/gb)

[YOUTUBE=http://nl.youtube.com/watch?v=qLJSsE-m4lI]

Ik wil aan dit bericht toevoegen dat Marc Moulin een groot muziektalent was en een invloedrijk voorloper.
Hier (klik) kan u een artikel vinden deze man en zijn belangrijkheid als muzikant en componist waardig.

versje voor het slapen gaan

DE KONING VAN BELLEVU

(blahblahblagfortisblahblahblahregeringblahblahblahleteremblabla
blaedexiablablablaaandelenblahblahblahlippensblahblahblahbushblablah
blahrepublikeinenblahblablahkleinespaarderblahblahblahreyndersblahblah
blahnationiseringblahblahblahliberaliseringblahblahelectrabelblablabablah
ltyptypschrijfschrijfdenkdenkschrijftypdenkblablahblahaandelenblahblah
mediablahblahblahmassahysterieblahblahblahwishfullthinkingblahblahblah
en ineens flits er een flard van een kinderversje door mijn hoofd
en doet mijn eigen schrijfsel er niet meer toe.)

O wat een ellende
in ’t land van Bellevu
De koning is veranderd
in een groene paraplu.
Des morgens was hij nog gewoon.
Daar zat hij, op zijn gouden troon..
maar nu, maar nu, maar nu,
plotseling veranderd
in een groene paraplu.

De dokter werd gebeld.
Die kwam met aspirine.
Maar niemand wist precies
hoe men dat toe moest dienen.
En alle mensen huilden mee
en jammerden van ach en wee.
Wat nu, wat nu, wat nu,
de koning is veranderd in
een groene paraplu.

De koningin die zei:
We moeten niet zo treuren,
het kan ook u en mij
en iedereen gebeuren.
Ik heb er mij bij neergelegd.
Dat was heel mooi en wijs gezegd,
dat was heel wijs gesproken.
Ze heeft de paraplu
daarna maar opgestoken.

‘ t Is alles niet zo akelig,
–  dat wou ik enkel zeggen –
wanneer men zich, wanneer men zich
er maar bij neer wil leggen.

(Annie M.G. Smidt)

Ik steek denk ik even
mijn kop in het zand
ik kan er niet meer tegen.

yves rossy & david blaine

MANNEN MAKEN PLANNEN

Twee mannen kwamen twee achtereenvolgende dagen in het nieuws met twee opvallende stunts. De ene liet me koud. Bij het bericht over die andere had ik wild enthousiast voor mijn tv willen staan springen indien ik niet te lui was geweest om vanonder mijn dekentje te komen en hierdoor mede mijn kat in haar slaap te verstoren.

David Blaine hangt zestig uur ondersteboven aan een kabel in NY, Central Park. So what, ik blijf onberoerd bij dit nieuwsitem, het raakt me niet. Of ja, ik denk hooguit: ocharme die mens zijn kop en ik vraag me af hoe hij dat doet wanneer hij naar ’t wc moet. Ik zie een journaliste een interview afnemen eveneens hangend aan een kabel en ik denk: alles voor de media, onnozele trut. Dit kan best een heel bijzondere prestatie zijn, maar bij mij valt het in de categorie van mensen die zich vijftien dagen levend begraven, of proberen het Guinness book te halen door zevenhondervijfendertig hamburgers tegelijk in hun mond te proppen. Show en spektakel.

Yves Rossy, Fusion Man,  vliegt over het kanaal. Met vleugels en in tien minuten. Het was een klein berichtje in het nieuws en het ontlokte vele oh en ah’s en wows van op de bank. Even later zag ik op National Geographics de volledige reportage. De gevaren, de testen, de mislukte pogingen, de minzame Yves Rossy, de geslaagde vlucht. Betoverend, avontuurlijk, meeslepend. Geschiedenis.

Mensen en hun dromen. Allemaal doen we in de lagere school uitspraken. Ik word brandweerman. Ik ga de wereld redden. Ik ga een uitvinding doen waardoor mensen nooit meer ziek zijn. Maar wat drijft een mens om ook effectief voor die ene quasi onmogelijke droom te gaan?  “Ik wil vleugels. Ooit.” Veertig jaar later heeft hij ze. Onverstoord doorzetten. Van de ene mislukking in de andere. Proberen en nooit opgeven. Verbeteren. Een jaar werken aan een minuscuul detail. Tien millimeter maakt het verschil in slagen of mislukken. In stilte, verbeten doorgaan. Waar haal je die kracht, dat niet-aflatend enthousiasme, die wil om te slagen? Ik heb het niet en dat vind ik regelmatig zeer jammer. Ik vind het bewonderenswaardig.

Ik zat me af te vragen waarom deze twee mannen zo’n verschillende reacties uitlokken bij mij. De eerste heeft wellicht ook jaren voorbereiding achter de rug. Had ook een doel en een droom (David 6j: ik wil later ondersteboven aan een kabel hangen.) en zal daar ook wel bijzonder hard voor gewerkt hebben. Het antwoord heb ik voor een stuk gevonden: bij de eerste zag ik een man aan een kabel hangen. Punt. Bij de tweede zag ik ons binnen tien jaar allemaal met ons valiesje over het kanaal vliegen met onze eigen vleugeltjes. Ik zag een luchtruim met verkeers- en hoffelijkheidregels. Ik stelde me praktische problemen voor (waar laat ik mijn vleugeltjes, hoe fatsoeneer ik mijn kledij?). Ik zag een futuristisch filmpje van Hannah&Barbera in felle en vrolijke kleuren. Ik zag mogelijkheden. Ik dacht aan Blériot, aan hoe waanzinnig  kort de luchtvaartgeschiedenis nog maar is, ik dacht aan Icarus en Da Vinci. Aan Steve Fosset (en hoe het daar mee zou zijn). Aan Thor Heyerdahl en Fons Oerlemans zelfs. Yves Rossy spreekt tot mijn verbeelding. Dàt is het. Hij zet me zelf aan het dromen. Hij maakt me blij.

Versta me niet verkeerd, dagelijks verwezenlijken mensen individueel hun meer realistische kinderdromen.  Of spectaculairdere dromen. En anderzijds werken er dagelijks grote helden in stilte met zinvolle projecten aan een betere wereld. Ook met veel moed, volharding, doorzetting en miskenning. Ik sta er genoeg bij stil en heb er ook grote bewondering voor.  Meestal is het ontmoedigend, vechten tegen de bierkaai, een druppel op een hete plaat. Tristesse alom.  Maar avontuurlijke, fabelachtige en gekke mensen – want geef toe, maf moet je hiervoor toch wat zijn – als Yves Rossy hebben in het verleden al voor echte doorbraken en omwentelingen gezorgd.

En van die dwarsliggers, eigenzinnigaards, buitenbeentjes en mafketels in onze wereld die daarbij ook nog eens pionier zijn, ben ik helemaal weg. Wat doen David&Yves u?

je merkt dat je voor interim werkt!

GOOD TO KNOW YOU!!

Ik heb een grote honger naar kennis. Ik ben gretig en gulzig.  Ik vermoed dat ik tot diep in mijn oude dag zal blijven school lopen als ik van dementie gespaard blijf. LLL. Er zijn interesses die als een blijvende rode draad door mijn leven lopen, maar ook tussendoor hevig opflakkerende interesses doordat ik in bepaalde situaties terecht kom.

Momenteel zit ik door mijn huidig statuut in een interimkantoortrip. Ik wil er zoveel mogelijk over weten. Ik bezocht er al een aantal en ik constateer dat ik een lastige klant ben (alhoewel ik in deze toch de leverancier ben?). Ik heb blijkbaar vragen die men er nooit eerder gesteld heeft. Waar men me niet kan op antwoorden. Waar men een tweede en een derde persoon moet bijhalen (die dan achteraf in mijn bijzijn gezellig samen staan te keuvelen over een verhitting en koppijn en thuisblijven). Ik ben blijkbaar ook veeleisend. Ik wil namelijk een interimjob. En dat heeft men niet. Neen, echt. Dat bestaat niet meer, interim in de ware zin van het woord. Blijkbaar worden zieken, zwangeren en bevallenen niet meer tijdelijk vervangen. Verder zegt men wel dat men aan “mij” denkt, maar mijn indruk is dat ze toch vooral aan hun klant, mijn eventuele toekomstige werkgever denken. Wat logisch is natuurlijk, want die betaalt de factuur. Maar dat ze dan vooral de schijn niet ophouden.

Ik weet het, ik ben een simpele ziel en ik stel mezelf naiëve vragen. Maar mijn confrontatie met deze kantoren deed me echter wat dieper nadenken over de sector.  Interimkantoren zijn bijna uitgegroeid tot multinationals, of op zijn minst tot grote bedrijven die in meer dan één land actief zijn. Veel personeel, bedrijfswagens, grote kantoren, barnumreclames, het hele pakket. En in wat handelen ze? Niet in een product, maar in een dienst. Nu weet ik ook wel dat de dienstensector een overwicht krijgt in onze economie en dat hij in onze Westers wereld wellicht zal uitgroeien tot de grootste sector (als hij dat al niet is). Maar wat verhandelen ze eigenlijk? Werkloze mensen. Waarbij spontaan de vraag bij me opborrelt: hoeveel geld valt er te verdienen aan een werkloze. Veel dus blijkbaar, heel veel. De meeste werkgevers wensen veel kwaliteit voor weinig geld, zijnde een multifunctionele vanallemarktenthuiszijnde werknemer en daar wensen ze liefst niet al te veel voor te betalen. Interim brengt heel wat voordelen mee voor de werkgever, maar alles welbeschouwd moet het toch heel duur zijn wanneer er een sector op zich mee in leven kan gehouden worden.  Kan men die sector draaiende houdend op een simpel percentje? Of zijn er allerlei achterpoortjes die we niet kennen en worden ze met premies en voordelen door de staat gesponsord? Waarom niet rechtstreeks de werknemer laten genieten van dit geld? Tenzij interim kantoren zich weer focussen op waar het echt om draait: interim. Dan zijn ze misschien zinvol.

Ik weet het, ik ben geen economisch genie en ik zal hier misschien reacties krijgen waardoor ik het weer eens vanuit een ander standpunt kan bekijken. Of een aantal openbaringen. Maar deze verzuchting komt vooral voort uit het feit dat ik zo graag wat interim werk zou doen om de markt te verkennen, om wat prospectie te doen, omdat ik, als ik beslis van nog vast werk aan te nemen in de toekomst, hier goed doordacht wil voor gaan omdat het mogelijks mijn laatste baan kan zijn.  Elke consulente (waarom zijn dit eigenlijk altijd dames? Heel opvallend.) ontmoedigt mij onmiddellijk omdat ze enkel “jobs met vooruitzicht op vast werk” aanbiedt.

Meer en meer denk ik er aan om mijn eigen interimkantoor op te richten. Met één tewerkgestelde (eurgh wat een woord): ikzelf. En dan stuur ik mezelf naar die kleine bedrijven of familiebedrijfjes die ze ook al niet graag zien komen bij de interimkantoren om hun office eens een weekje te managen, om hun administratie-achterstand wat in te halen, om eens bij te springen in een drukke periode, als extra kracht om een gelegenheidsevenement te organiseren. Of om te zeggen wat er beter kan aan hun website, als volkomen leek en outsider. Consultancy. En stuur ik een dikke factuur. Rechtstreeks. Met eliminatie van de tussenpersoon.

Wedden dat dit een gat in de markt is?

creatief met de tuinaannemer

HUIS- TUIN- EN KEUKENBERICHT

Een vakman is niet altijd bekwaam maar aan creativiteit in antwoorden bedenken ontbreekt het ze in elk geval niet. Begin september is mijn tuinaannemer eindelijk mijn haag komen bewonderen.

– Tja, dat is uw schuld hé, daar zit veel te weinig grond in. Die grondwerkenman heeft daar te veel uitgehaald

– ??? Dat was toch in jouw opdracht? Jij zou dat toch aanvullen? Omdat de grond verzuurd was.

– Dat heb ik gedaan.

– Maar nu stel je toch vast dat er te weinig grond aangevuld is? Waarom heb je dat dan acht maand geleden niet gezegd? Dan had je toch gewoon kunnen voorstellen dat er een meerkost ging zijn door extra grond ipv nu te zeggen dat er te weinig grond in zit.

– (negeert opmerking) Door te weinig grond staat dat nu natuurlijk veel te nat. Kapot door het nat.

– Excuseer me, maar in april sloegen ze al niet aan, was er dus duidelijk al iets fout en toen hebt u gezegd “water geven, te droog”, wat ik toen gedaan heb, en nu zegt u te nat?

– Ja zeg, dat is zoals met bij den dokter hé, wanneer je bij den dokter gaat voor koppijn en hij geeft u een asperinneke moet ge de week nadien ook niet bij den dokter gaan klagen dat ge maagpijn hebt omdat ge teveel asperinnekes genomen hebt.

-??? (ik sta met mijn mond vol tanden, wat zelden gebeurt, wat breng je in tegen deze logica).

– En trouwens, kijk, heel de lengte, allemaal kapotgepist van een kat; ik riek dat direct.

– Sorry, nu heb ik al twintig jaar katten en een tuin met honderd struiken en ik wil best aannemen dat er eens een struikje kapot gaat, maar vijfenveertig plantjes allemaal kapotgepist door één katje??

– Of honden, of whatever, weet ik veel wat er hier allemaal rondloopt…

– Hoe gaan we dit oplossen?

– Tja, ik wil ekkik dat allemaal komen herdoen.

– (hoopvol) Ahja, dat had ik zelf willen voorstellen, ik ben zelfs bereid van de nodige grond en nieuwe plantjes te betalen, maar ik verwacht toch een tegemoetkoming van uw kant.

– Dat kan ik niet doen, als ik daarmee moet beginnen… Van datzelfde lot struiken hier hebben we op een ander ook geplant en die zijn allemaal goedgekomen, ’t is uw schuld.

– Vaneigens.  En wat stelt u voor?

– Ik wil een geste (!!!) doen, ik wil een derde van mijn werkuren laten vallen.

– Dan wil ik wel een exacte prijsofferte en mag uw factuur daar geen euro van afwijken.

– Dat kan ik niet doen, ik kan dat niet weten hoe lang ik daar ga aan werken.

Mijn besluit was eigenlijk al genomen, ik zou hem geen eurocent meer gunnen.  En ik weet dat ik met deze mens niet moet argumenteren, hij is in staat om heel de straat bijeen te schreeuwen en uiteindelijk ben je bij deze types toch steeds de verliezer. Toch belooft hij me een prijs te sturen.

Ik wacht er nog op. Ik heb hem niet nodig want ik ben zelf begonnen. Maar bij elke spadesteek die ik doe word ik bozer. Bij elke emmer schors die ik verwijderd heb word ik agressiever. Ik wil motten. Op hem. Ik wil recht.

Het is nog erger dan ik dacht. Nadat ik de schors verwijderd heb, ontdek ik dat er eigenlijk amper grond aangevuld is.  De 30 gekochte zakken tuinaarde die ik gisteren laten leveren hebben, zullen nooit volstaan. Ik ben er al tien kwijt en ben nog niet eens twee meter opgeschoten. Ik word woest omdat ik me afvraag of het zin heeft de halfkapotte struikjes toch nog te herplanten of of deze ook onherroepelijk verloren zijn. Of dit zwaar werk zowieso zin heeft en of ik misschien volgende week toch nog nieuwe planten moet zetten. Zowieso moet ik al de helft nieuw aanschaffen, dan misschien direct allemaal? Ik weet het niet, ik geef het op, ik zie het niet meer zitten. Ik ben kwaad op mezelf omdat ik weer eens zo dom (braaf) geweest ben om de week nadien al de volledige factuur te betalen. Omdat ik zelf ook toen al vond dat dat eigenlijk niet naar behoren was. Maar omdat hij de tuinman/vakman is en hij het wel beter zal weten. Omdat ik geen gedoe wil. Klacht indienen. Waar? Hoe? En dan? Verzekering? Ik heb geen benul wat ik kan doen. En zowieso zijn het dingen die me tegenstaan.

Er zijn ergere dingen in het leven, veel ergere dingen. Maar dit is onzin. Ik heb minstens een week werk aan iets waar ik al eens een vakman voor betaald heb.  Er moet iets gebeuren. Ik vraag me af of ik een bordje zal planten vooraan in mijn tuin: “TuinONTWERP: eigen / onvakkundige tuinAANLEG: xxx”. De machteloosheid is het ergste. Mijn zuurverdiende centen.

Het word een afgezaagd verhaal, maar het enige wat me voorlopig oplucht is het hier te schrijven. En ik vraag me wel af waar Jan, Erik en Marc nu zitten…. Nu ik met mijn schop en mijn laarzen aan in mijn voortuin loop. Buren, kom eens kijken!

Lees ook keukenverneuken bij Chelone

de schelp

NIEUWE VLAAMSE FILM VAN EEN WAALS REGISSEURSCOLLECTIEF

Ik zag net een een spannende Vlaamse politieke thriller op één.  Intriges, verraad, onderkruiperij, heroïsche redevoeringen, mooipraterij, schandalen, leugens, het zat er allemaal in. Boeiend tot op het eind, geen seconde saai of vervelend.  Elke Vlaming had het moeten zien.

Ik wacht met spanning op the sequel.