tips voor beter mailverkeer

“DUIDELIJKE EN BEKNOPTE SAMENVATTING IN DE TITEL”

From:   noreply@jobat.be
Subject: Meer en meer psychopaten aangenomen – Plaats of update je cv en win prachtige prijzen
Date: 28 november 2008 15:21:32 GMT+01:00

Mmmmnnn. (bedenkelijke frons)


Advertenties

over apostelen en drake n

EN HUN LIEFDES EN LEVEN

Van bijna alle zangers en groepen (m/v) die ik de laatste tien, vijftien jaar leren kennen heb en blijven waarderen ben, weet ik nog precies door wie of hoe ik ze leren kennen heb. Dat is prettig om de herinneringen. Zo werd ik ergens op het einde van de vorige eeuw op Nick Drake gewezen door een aangename passant in mijn leven die zichzelf Apostel noemde – zijn echte naam ben ik zelfs vergeten – en  een  fervent aanhanger was van het Boeddhisme en de Zen filosofie met als mantra tantraseks. Ik was geïmponeerd door zijn eruditie en geïnteresseerd in zijn brede muziekkennis. Toen hij zich echter een rode Seat Ibiza “Sport(!!)” en bijbehorende langbenige ranke blondine (ja, ik geef toe, mét hoog IQ) die zichzelf “Katje” noemde aanschafte, is onze kortstondige vriendschap een stille dood gestorven en is hij uit mijn leven verdwenen.

Dit echter geheel terzijde. Apostel ging maar Nick Drake bleef en over deze laatste wou ik het eigenlijk hebben. Zijn oeuvre is snel verkend, hij maakte slechts drie LP’s (en een paar nummers voor een vierde) en later werden er nog een aantal  compilatie cd’s uitgebracht. Er valt ook niets nieuws meer te ontdekken want Nick Drake is namelijk ook dood. Maar tot op de dag van vandaag blijft hij een vaste waarde in mijn muziekwereld en gaat geen week voorbij zonder dat Drake er minstens een keer passeert.

In het kader van het International documentaire Festival (IDFA) zendt de VPRO elke dag een opvallend portret uit. Gisterenavond was dat “A Skin too Few” een documentaire van Jeroen Berkvens uit 2000. De documentaire is zeer klassiek van opbouw, begint zelfs ietwat melig met een reeks uitgedubbelde en uitfadende stemmetjes, maar wordt al snel een prachtig portret dat een dieper inzicht geeft in het korte leven van een getalenteerd maar getroubleerd mens die het moeilijk had om gelukkig te zijn. Liefdevolle getuigenissen van zijn zus en vrienden/medewerkers worden afgewisseld met de zeldzame foto’s van de singer-songwriter en mooie locaties van de omgeving waar hij zijn leven doorbracht. Warm en ontroerend, sec maar pakkend,  sober zonder een spoor van valse emotie of sensatiezucht.

nickdrakeDrake groeit op in een welstellend Engels gezin uit de hogere burgerklasse, waarmee hij achtereenvolgens in Birma, India en Engeland verbleef. Zorgende en bezorgde ouders die het beste voorhadden voor hun beide kinderen. Het prototype van “het warm nest” met hoogst culturele en creatieve fundamenten. Nick is een wat verlegen jongen die na het college naar de Universiteit van Cambridge trekt waar hij  Engels studeert maar voornamelijk zijn dagen vult met gitaarspelen, liedjes schrijven en jointjes roken. Zijn muzikaal talent wordt ontdekt en hij maakt een eerste LP. Zijn producer/vriend regelt een reeks concerten maar bij een eerste optreden kan de stille, teruggetrokken jongen die hij is, niet de aandacht van de zaal trekken en hij krijgt het publiek niet kalm. Bindteksten heeft hij niet, en het stemmen van de gitaar voor elk nummer duurt te lang, u kent dat wel. Ontgoocheld en teleurgesteld  na dit concert, weigert hij nog ooit op te treden. Na drie jaar studie moet hij noodgedwongen naar zijn ouderlijk huis terugkeren, blut en  gedesillusioneerd, met een uiterst laag zelfbeeld. Hij slikt alsmaar meer anti-depressiva en uiteindelijk neemt hij een overdosis. Gewild of niet, dat is niet duidelijk. Zijn zus haar standpunt is dat wel. Volgens haar heeft hij heeft nooit bewust voor zelfmoord gekozen, maar denkt ze dat hij eerder op een dag gewoon de pillen die toch voorhanden waren, allemaal tegelijk ingenomen met de bedenking: “What the hell, either I die or I live and things will be changed, something different will happen…”

Een paar dingen vielen me op.

Nick is a legend. En dat is eigenlijk niet omdat hij zoals je zou vermoeden aan de voorwaarden van de Poète Maudit voldoet. Hij drinkt niet, hij is geen geweldenaar, hij leeft niet aan de rand van de maatschappij. Hij gebruikt enkel wat soft-drugs en stelt zich existentiële vragen, maar verder is het een behoorlijk brave  en onopvallende jongen en een echt romanticus. Maar waarom ik NIck a legend above all zou durven noemen is omdat er in deze overgemediatiseerde visuele wereld geen enkel bewegend beeld van hem te vinden is als zanger. In de documentaire komen enkel wat beelden over zijn kinderjaren.  Straf vind ik dat. Hij leefde niet in de prehistorie en er zullen ook al voldoende camera’s bij de hand gelegen hebben, maar het is veelzeggend. Was hij zo angstig voor een camera (vermoedelijk) of schatte niemand hem genoeg naar waarde om iets te filmen?

Wat me verder persoonlijk aansprak is hoe hij worstelt met zijn achtergrond. Ook al valt hier in se niets op aan te merken, Drake vervloekt zichzelf omdat hij zich er niet kan van losmaken en er zelfs moet op terugvallen om financiële redenen. Treffend is zelfs hoe gelijkend zijn muzikaal talent is met dat van zijn moeder (je moeder, of all people!) Molly Drake en hoe zijn zus beschrijft wat Drake zelf daarover zou gedacht hebben. “Nick was unconsiously very influenced by her – he may be horrified at the time to have heard this – but I’m quiet certain that he was influenced by her whole chordstructur and by her way of composing.” Opvallend maar zo typisch is nog dat zijn depressie niet enkel veroorzaakt werd door existentiële levensvragen, maar ook door miskenning. Hij zelf verwoordde dat in het nummer “Hanging on a star. “If you deem me so high why am I so low?”. If I am a genius why am I broke??

Ik stel ook nogmaals vast, zonder te wllen veralgemenen, dat de Drake types universeel een tijdloos zijn. U kent ze en ik ken ze en ze hebben altijd bestaan. De geliefde buitenstaanders. Sommige putten godweetwaaruit de moed om een lang leven lang een zware rugzak met levensvragen en fundamentele onrust mee te sleuren en andere kunnen niet anders dan het  (te vroeg)  opgeven.  Molly Drake beschreef het treffend in onderstaand gedicht, de titel van de documentaire verwijst hier naar.

The Shell

Living grows round us like a skin
to shut away the outer desolation
for if we clearly mark the furthest deep
we should be dead long years before the grave.
But turning around within the homely shell of worry,
discontent and narrow joy, we grow and flourish
and rarely see the outside dark that would confound our eyes.
Some break the shell, I think that there are those
who push their fingers through the brittle walls and make a hole
and through this cruel slit stare out across the cinders of the world.
With naked eyes they look both out and in
knowing themselves, and too much else besides.

De schelp

Het leven groeit om ons heen als een huid
die de wanhoop van buiten moet weren
want zouden we de diepste diepten merken
dan waren we dood lang voor het graf
Maar draaiend en kerend in de huiselijke schelp van zorgen,
ongenoegen en oppervlakkig geluk gedijen en bloeien we
en zien zelden het donker van buiten dat onze ogen zou verwarren
sommigen breken de schelp, er zijn er ook
die hun vingers door de brosse muren duwen en er een gat in maken
om door die wrede spleet over de sintels van de wereld te staren
met onbedekte ogen kijken ze naar buiten én naar binnen
ze herkennen zichzelf en nog veel meer, te veel.

Voor de liefhebbers, een absolute aanrader en nog online te bekijken.

Op de website van het IDFA kan er ook gestemd worden voor de beste documentaire. Zo is er nog een tweede  waar ik jullie wil op attent maken: Carmen meets Borat van Mercedes Stalenhoef. Een film die eigenlijk een portret had moeten worden over de dromen van een jong meisje in Roemenië die zich wil losrukken uit haar troosteloze habitat.  Door het neerstrijken van Sacha Baron Cohen (Borat) en zijn filmploeg uitgerekend in haar dorp tijdens het maken van de documentaire, kreeg het deze  prent plotseling een heel andere wending, even ingrijpend als voor het meisje en haar  dorp. Schrijnend en tragisch.

zagerij

VOOR AL UW DIKKE BOMEN

Ik tikte gisteren achteloos als mailonderwerp “Zagemail”. En ineens werd ik een beetje opgewekter toen ik dat titeltje daar zo zag staan.  Ik was (hé!) verrast welk een veelbetekenend en allesomvattend woord zich daar ineens bij toeval gevormd had.

Zagemeel. Het restafval dat je op de vloer vindt na zagen en dat gebruikt wordt als absorberend veegpoeder. voor kwalijke en vieze producten. Onder andere.

Zagemail. Schoon toch, niet?

Met dank aan Sezaar om me op dit mooi nummer te wijzen.
(BTW ik vind het ‘filmpje’ smakeloos en slecht, maar ik vond niets anders. Met gesloten ogen luisteren dus en vooral niet kijken.)

de story van phara

‘ T WAS MAAR OM TE LACHEN

Alweer. Màg een actualiteitenprogramma nog ernstig zijn? Als je enige reactie op de vraag wat je vindt van een bepaald filmpje het weglachen is met een commentaar als “Oei, ik had dat nog niet gezien, ik denk dat het hier over een reclamefilmpje gaat voor waspoeders, met al die wikkels om hun hoofd” met nog een tweede slechte joke erbovenop, blijf dan weg. Dit is geen grappige kwinkslag meer maar een  lullig maskeren van geen mening ter zake. Kom daar dan gewoon voor uit. Of beter, nodig zo’n mensen niet uit in het soort talkshow, wat Phara pretendeert te zijn. En dat is niet de  Geert Hoste show. Toffe jongens, leer ze me niet kennen.

En wanneer gaan die redacteuren van Phara nu eens zelf introductiefilmpjes opzoeken/ontdekken en ze niet gewoon elke dag grofweg klakkeloos overnemen van DWDD? (Ja, er zijn nog mensen die daar bijna dagelijks naar kijken.)

Zucht. Keert het tij ooit nog eens?

de dag nadien

WELL, ANYWAY, IT’S LOOKING LIKE A BEAUTIFUL DAY

Belgen worden het gelukkigst door lekker eten, lees ik in de krant. Een goed glas wijn op tijd en stond doet ook wonderen, merkte ik gisteren. Werd ik in eerste instantie al blij doordat die Brusselse Italiaan ons na een laatste bezoek van drie jaar geleden met een warme handdruk en een dikke kus verrukt verwelkomde (het leek me echt meer dan zijn vroegere commerciële gezwam) en oprecht blij was ons terug te zien, na afloop van de lunch die gepaard ging met een voortreffelijke Italiaans wijntje was ik zowaar intens vrolijk.

Op de terugweg moest ik onbedaarlijk lachen om de kunstenaar die het op de radio hardnekkig bleef hebben over Louis Kodack ipv Louis Toback wegens de talrijke Leuvense camera’s (flauw, flauw). Door een aanklampende en opdringerige wagen achter me (Ja sorry hoor, bebouwde kom, hier mogen we echt niet harder!) had ik in plaats van me te ergeren, plezier doordat ik hierdoor moest denken aan die keer, jaren geleden, dat ik kilometers lang gevolgd werd door een bumperklever op een bochtrijke weg waar vijftig de maximum snelheid was en die uiteindelijk met knipperende lichten de kans zag om me over te gaan en enkele kilometers verder door de bocht in de gracht was belandt. Hahahaha, was dat lachen en dat alles in een dorp met de heerlijke naam Smeerebbe-Vloerzeggem, net voor de Mont-Blanc. Ondertussen was ik van de autoradio overgeschakeld op de cdplayer en merkte ik op dat Elbow na hun hemels concert vorige week, nog pakkender is dan ik al jaren beweer. Replay, replay, replay. 37 km lang.

Drank lost je problemen niet op, hoorde ik berispend na aankomst op de plaats waar ik na het Brussels onderonsje met een goede vriendin moest zijn.  Maar toch proeste ik het uit bij het verhaal van de auto die frontaal op de MIBV bus was ingereden op de Rogierlaan doordat hij op de busbaan reed en nergens meer kon invoegen. Eigen schuld, dikke bult. Thuisgekomen moest ik dan alweer grinikken om de reply op een mail die ik van SP.A-er Danny Vandenbossche gekregen had met de aanhef: “Geachte Heer”. Om zoiets moest ik normaal gezien toch steigeren?

En gisterenavond tenslotte, op een afscheidsdrink van een vriendin  die voor minstens een jaar naar het buitenland vertrekt (zucht, nog één), merkte ik nogmaals op dat het deugd doet. De drank of het samenzijn, daar ben ik momenteel nog niet aan uit.  Wat me, naast het pakkend emotioneel afscheid, daarvan bijblijft is een leerrijk en interessant gesprek met het veertienjarig neefje van deze vriendin. Verbazingwekkend volwassen met tegelijk een ontwapenend naiëve frisheid, lijken me die pubers.  Ik zie nog zelden mensen van die leeftijd. Maar ik heb o.a. geleerd dat facebook “voor oukes is” en dat “netlog in is”. Bij veertienjarigen! Onthullend. En ik heb een nieuw msn-adres van iemand die blijkbaar zelf heel geÏntrigeerd was door een “oudje” die wist wat facebook was en al eens een filmpje bekeek op youtube.

Heel even en bijwijlen zou ik het leven schoon durven noemen.

twintig jaar internet

EEN PERSOONLIJKE TERUGBLIK

Toch vreemd dat net in een medium – bloggen – dat zijn bestaan enkel en alleen dankt aan internet, er amper stilgestaan wordt bij deze twintigste verjaardag. Twintig verschilt buiten één cijfer niet wezenlijk met negentien en eenentwintig maar mij doet het toch wel even mijmeren. Op het gevaar af van als een oude bomma verhalen op te diepen over haar eerste ervaring met de telefoon.

Ik herinner me nog precies de dag dat ik kennismaakte met internet. Zo ingrijpend en belangrijk was dat. Het was in de eerste helft van de jaren negentig op een seminar in het provinciehuis in Gent. Dit was niet georganiseerd voor vakmensen, maar voor onwetende geïnteresseerden. Ik had wel al eens iets gelezen en iets opgevangen over intranet, extranet en internet, maar ik had er geen flauw benul van wat ik me daar nu exact moest bij voorstellen. Dat kan vreemd klinken, maar “online” was toen nog een onbekend begrip. Enkel gebruikt door de specialisten ter zake en techneuten, en die zaten niet in mijn omgeving. Ik zie het nog helemaal voor me hoe er op dat reuzegroot scherm een verbinding gemaakt werd met de bibliotheek van Amsterdam. Dat duurde even en ondertussen weerklonken in die aula magische buitenaardse geluidjes. Ik zat te wippen op mijn stoel van opwinding. Ik besefte echt dat dit een revolutionaire ontdekking was die de wereld ingrijpend zou veranderen.

Met open mond werd ik meegenomen in een virtuele rondleiding in die bibliotheek. Ik was zo gefascineerd door het feit dat je daar gewoon rechtstreeks rondliep (en alweer, dit klinkt voor twintigers wellicht heel belachelijk omdat het zo vanzelfsprekend is) dat ik me niet eens meer herinner of er daar nu eigenlijk al een online raadpleging van het archief mogelijk was en hoever die bibliotheek stond met zijn “webpagina’. Ik  meen zelfs dat dit woord toen nog niet gevallen is. Dat was allemaal nogal complex, een “adres” vatten, protocollen, enz. Ik weet enkel nog heel goed dat mijn eerste bedenking was, als dit allemaal opgezet is door intelligente mensen die vrijblijvend informatie met elkaar willen delen, hoe komt het dan dat we moeten betalen? Welke slimme jongens zijn hier opgesprongen en hebben dit geclaimd? Mijn vraag werd echter niet goed gevat, ik kon niet precies uitdrukken wat mijn gevoeld hieromtrent was, en omdat ik er niet al teveel van begreep kon ik het niet duidelijk toelichten, maar ik vond hier iets niet correct aan. Het wrong met het idealisme van de uitvinders.

De volgende dagen liep ik echt iedereen, maar dan ook iedereen, tot vervelens toe, aan te klampen met mijn wonderlijke ervaring. Alsof ik op de maan gelopen had. Mijn enthousiasme werd niet gedeeld. Schouderophalen en wenkbrauwen fronsen en nu is het wel genoeg. Dat waren de reacties. Het interesseerde omzeggens niemand. Het was dan ook pas vele jaren later dat het echt ingeburgerd raakte, ook op de werkvloer.

Ik heb altijd geprobeerd nieuwe ontwikkeling goed op te volgen, ik ben tijdig op de boot gesprongen. en relatief goed mee. Nog altijd, ook al begrijp ik veel zaken niet ten gronde. Maar er valt me iets op. De vanzelfsprekendheid van het internet en de computer heeft ook zijn gevolgen. Momenteel volg ik een opleiding in een aantal specifieke computerprogramma’s. In die cursus ben ik de oudste met jaren voorsprong. Voor de rest schat ik de gemiddelde leeftijd op vijfentwintig. Ik merk dat heel veel van die jongeren enorm bedreven zijn in het omgaan met computers. Ze zijn sneller bijvoorbeeld, ik moet er al eens langer over doen om iets te vatten. Dat komt volgens mij omdat ik nog anders “denk” op computervlak. Ze kunnen facebooken, mailen en googelen en dat allemaal tegelijk (de schermen blijven maar wisselen en opfloepen) en ook nog bijleren ondertussen, terwijl ik enkel en alleen mijn aandacht moet houden bij de intensieve les.

Maar aan de andere kant merk ik ook dat computers en internet en web2.0 zo vanzelfsprekend zijn dat  de computerkennis ten gronde ontbreekt. De algemene basiskennis. Vergelijk het met autorijden zonder te weten hoe die in elkaar zit. Niet dat dit erg is, ik stel enkel vast. Terwijl ik bvb. mijn kennis stapvoets  en langzaam aan opgebouwd heb. DOS, Unix (systeembeheerder (!) in een land der blinden waar eenoog koning was), noem maar op… Cursus na cursus bracht me uiteindelijk bij het internet. Sommigen kennen het begrip “browser” niet, weten niet dat er buiten Explorer bvb. nog andere bestaan. Begrippen als i-google, genius, rss zijn tot mijn grote verbazing voor minstens de helft onbekend. Terwijl ik net in de mening verkeerde dat toch iedereen onder de dertig hier elke dag mee bezig is. Mijn beeld wordt vertekend door het bloggen en intensief computergebruik, vermoed ik.

Twintig jaar internet. Gezien door de ogen van een geïnteresseerde leek en simpele gebruiker, niet meer of niet min. En bij nader inzien is het eigenlijk niet eens zo vreemd dat niemand er nog bij stilstaat. Het is  een gewoon, doodgewoon vanzelfsprekend onderdeel van ons dagelijks leven. (Met alweer de bedenking dat de vanzelfsprekendheid ervan zo vanzelfsprekend beschouwd wordt dat we vergeten dat het voor een heel pak mensen allerminst vanzelfsprekend is, zoniet onbekend.)

dvd tip 15/1 – mobbing

MI PIACE LAVORARE – FRANCESCA COMMENCINI – ITALIE 2004

Mobbing. Het woord is u wellicht niet onbekend, maar misschien denkt u, net zoals ik, in eerste instantie aan het pesten van één werknemer door andere werknemers. En niet aan het wegpesten van een werknemer door de werkgever. Want daar gaat deze film over. En neen, MI PIACE LAVORARE is geen door het VAF medegefinancierde in productie zijnde voorlichtingsfilm van een bekende Vlaamse regisseur, gebaseerd op waar gebeurde verhalen op de werkvloer van zijn eigen bedrijf, maar een Italiaanse film uit 2004.

Objectief en cinematografisch gezien is de film geen echte topper, ik zou er een gematigde recensie kunnen over schrijven, maar het verhaal is op zijn minst interessant en dat kan soms genoeg zijn om een film goed te vinden. Een toegewijde boekhoudster, Anna, wordt na  vele jaren  van hard werk, inzet en loyauliteit na een fusie door de bazen van het andere, voor haar vreemde bedrijf, buitengepest omdat ze volgens die bestuurders niet meer paste in het gefusioneerde bedrijf.

Dit pesten is van het meest subtiele niveau dat je je kan voorstellen, maar daardoor net zo smerig. Het begint met het aanwerven van een nieuwe, jonge collega, die haar voorgesteld wordt als hulp. Zich van geen kwaad bewust steekt Anna met de meeste toewijding veel energie in het wegwijs maken en inwerken van deze nieuwe kracht. Na een tijdje merkt ze echter dat de nieuwe werkneemster meer vergaderingen en onderonsjes heeft met haar overste dan zij ooit gehad heeft. Anna krijgt steeds minder verantwoordelijkheid, belangrijke taken worden haar afgenomen en het gaat zelfs zo ver dat essentiële informatie voor het uitvoeren van haar job haar simpelweg onthouden wordt of ze er niet de nodige technische ondersteuning voor krijgt. Het gevolg is dat ze fouten maakt, waarvoor ze dan weer berispt wordt. “Ze doet het niet goed meer, ze raakt haar aandacht kwijt, ze kan niet mee met het nieuwe bedrijf,. ze is niet geïnteresseerd in nieuwe technologieën, haar fonts zijn te groot..” dat zijn de klachten die volgen. Hoe meer Anna dit probeert aan te vechten en uit te leggen wat er effectief in het bedrijf aan de hand is en de vinger op de zere plek probeert te leggen, hoe meer dit zich tegen haar keert.  Zelfs haar persoonlijk leven wordt er in betrokken. En werd ze in eerste instantie nog gesteund door haar eigen oude baas, is die ondertussen zodanig gebrainwasht en onder druk gezet door de bestuurders van het fusionerende bedrijf dat deze niet anders kan dan partij kiezen voor de leden van de raad van bestuur. Hoe meer Anna zich afzet en probeert de toestand te keren, hoe onsympathieker dit haar maakt en hoe negatiever ze wordt afgeschilderd “Echt iedereen klaagt er over hoe onvriendelijk je bent! Zie je dan zelf niet hoe je hier rond loopt!” Op de lange duur raakt Anna haar bureau kwijt, moet ze controles uitvoeren op de werkvloer waardoor ze zich ook helemaal onsympathiek maakt bij andere werknemers en uiteindelijk wordt ze op staande voet ontslagen. Allemaal haar eigen schuld, ze heeft het zelf gezocht.

Ik zat paf na het bekijken van deze film. Het had mijn verhaal kunnen zijn en van vele anderen, daar ben ik van overtuigd. Dit spel heeft men met mij gespeeld! Nooit gedacht dat ik mezelf, grote mond en zeker geen doetje, het slachtoffer van mobbing zou durven noemen. Doe nu niet belachelijk. En de meesten onder u geloven dat natuurlijk ook niet, daar ben ik wel zeker van, want dat is net het geraffineerde aan dit spel. Alles wat je doet en zegt in een situatie als hierboven beschreven keert zich genadeloos tegen jezelf. En alle betrokkenen zullen het staalhard ontkennen.  Zeggen dat het inbeelding was. Probeer het maar eens te bewijzen. Enkel zeer naaste collega’s en goede vrienden weten hoe de vork aan de steel zit en geloven je. Voor een aantal anderen zal er wel geen rook zonder vuur zijn. Ik denk dat zelfs nog heel af en toe wanneer ik andere verhalen over mobbing lees, ’t is heel menselijk.

‘Kom je hier nu nog eens over zuchten‘, zullen een aantal mensen al dan niet terecht opmerken. ‘Ben je er nu nog niet over? Heb je het hier nu nog niet genoeg over gehad?” Net zoals met het verlies van een geliefde of treurige echtscheiding, na x aantal maanden mag je het er niet meer over hebben. En ik kan daar inkomen. Veel vrienden hebben minstens even erge dingen meegemaakt en die hun leven gaat ook verder zonder veel gezeur of depressieve momenten en negatieve gedachten. Ik heb daar bewondering voor, die sterkte. Of ze er ook écht over zijn of het gewoon beter kunnen verbergen (of denken dat ze dat moeten doen) dan ik, is een andere zaak.

Maar net nu die ex-firma zoveel media-aandacht krijgt – elke dag wordt je op tv geconfronteerd met een product waar jij onrechtstreeks je medewerking aan verleend hebt, je bij betrokken voelde en fier op was – wordt de wonde nog eens extra opengereten. En dat voor het hele komende tvseizoen. En dan moet ik inderdaad vaststellen, neen, ik ben er niet over. Vooral niet omdat het exact zoals in deze film gebeurd is, wie de achtergrond kent zal zelfs denken dat ik dat scenario zelf bedacht heb en de film verzonnen heb, zo treffend is de gelijkenis. En neen, dat gelooft u alweer niet, ik weet het, en mijn oude baas en die ene nieuwe baas zou ik echt wel moeten kunnen verge(t)(v)en want de ene werd in een situatie geforceerd waar er niet anders meer opzat dan me te ontslaan en de ander houdt zich enkel  creatief bezig en weet volgens mij zelfs niet eens wat er met mij exact gebeurd is. Die denkt wellicht nog steeds dat ik uit vrije wil en in de beste verstandhouding weggegaan ben. Maar de anderen, die hebben er alle schuld aan. En bij momenten kan ik er echt niet over omdat het zo onrechtvaardig is.  Blijf ik er zo razend kwaad op. Hadden ze me vandaag moeten ontslaan om economische redenen wegens de aankomende recessie, ik had het begrepen. En dan had ik even mijn schouders opgetrokken, tja, niks aan te doen. Maar nu niet.

Het zien van deze film doet me echter ook beseffen hoe vuil het spel was. Dat ik in eerste instantie blind was en het allemaal veel te veel “ondergaan” heb. Veel te inschikkeling geweest ben en had moeten vechten. Aan de andere kant, wat had het me opgebracht? Niemand wil toch verderwerken met een medewerker die eiste “’t Is zij of ik”.  Ik had ook niet zo met het idee moeten leven dat deze fijne job de laatste job van mijn leven zou zijn. Dat mijn broodje gebakken was. De vanzelfsprekendheid. En ik weet nu wel zeker dat, als ze heel even nog een nanoseconde aan mij denken, het met het idee is “Pff, ze had twee weken nadien al een andere job kunnen hebben die ze afgeslagen heeft…”. Ik zit er mee, zij niet. Zij moeten momenteel geen inspanning doen om op hun vijftigste nog ergens opnieuw proberen aan de slag te gaan. Van nul te beginnen, je weer te bewijzen en te tonen wat je waard bent. Je laten keuren, beoordelen. Je opnieuw op te werken tot een bepaalde loonschaal, of tevreden te zijn met minstens de helft minder, en dus ook  ondertussen de financiële gevolgen te zien overleven.

Ja, u heeft gelijk, ’t is klagen en zagen en u hoeft het ook niet te lezen. Duizenden mensen zitten met mij in hetzelfde schuitje. En miljoenen mensen hebben het slechter, eigenlijk heb ik het zelfs nog getroffen. Laat me maar stellen dat dit (alweer) voor mezelf een stukje bijdraagt tot het verwerkingsproces dat helaas tot mijn eigen grote ontstemming nog steeds aan de gang is. Smijt het eens in de groep, nog eens (=zet het nog eens op je blog). Dan moet je het er alweer niet met je vrienden of ex-collega’s over hebben. Zet je er over, het leven gaat door, laat dat achter je, negatieve gedachten helpen je niet vooruit.  Het is onomkeerbaar, wat gebeurd is is gebeurd. Optimism is a moral duty en die dingen. Morgen gaat het alweer beter. En versturen we de zeventachtigste sollicitatie. Nog een paar maanden verder en werkgevers kunnen me dank zij alweer de nieuwste maatregelen van Frank Vandenbroucke gratis en voor niks aanwerven. Als dat geen goed nieuws is! Maar zelfs dan willen ze misschien geen eigenwijze vijftiger met een eigen mening.

Maar kijkt u toch maar eens naar de film. Daar loopt het namelijk wel nog goed af.