twintig jaar internet

EEN PERSOONLIJKE TERUGBLIK

Toch vreemd dat net in een medium – bloggen – dat zijn bestaan enkel en alleen dankt aan internet, er amper stilgestaan wordt bij deze twintigste verjaardag. Twintig verschilt buiten één cijfer niet wezenlijk met negentien en eenentwintig maar mij doet het toch wel even mijmeren. Op het gevaar af van als een oude bomma verhalen op te diepen over haar eerste ervaring met de telefoon.

Ik herinner me nog precies de dag dat ik kennismaakte met internet. Zo ingrijpend en belangrijk was dat. Het was in de eerste helft van de jaren negentig op een seminar in het provinciehuis in Gent. Dit was niet georganiseerd voor vakmensen, maar voor onwetende geïnteresseerden. Ik had wel al eens iets gelezen en iets opgevangen over intranet, extranet en internet, maar ik had er geen flauw benul van wat ik me daar nu exact moest bij voorstellen. Dat kan vreemd klinken, maar “online” was toen nog een onbekend begrip. Enkel gebruikt door de specialisten ter zake en techneuten, en die zaten niet in mijn omgeving. Ik zie het nog helemaal voor me hoe er op dat reuzegroot scherm een verbinding gemaakt werd met de bibliotheek van Amsterdam. Dat duurde even en ondertussen weerklonken in die aula magische buitenaardse geluidjes. Ik zat te wippen op mijn stoel van opwinding. Ik besefte echt dat dit een revolutionaire ontdekking was die de wereld ingrijpend zou veranderen.

Met open mond werd ik meegenomen in een virtuele rondleiding in die bibliotheek. Ik was zo gefascineerd door het feit dat je daar gewoon rechtstreeks rondliep (en alweer, dit klinkt voor twintigers wellicht heel belachelijk omdat het zo vanzelfsprekend is) dat ik me niet eens meer herinner of er daar nu eigenlijk al een online raadpleging van het archief mogelijk was en hoever die bibliotheek stond met zijn “webpagina’. Ik  meen zelfs dat dit woord toen nog niet gevallen is. Dat was allemaal nogal complex, een “adres” vatten, protocollen, enz. Ik weet enkel nog heel goed dat mijn eerste bedenking was, als dit allemaal opgezet is door intelligente mensen die vrijblijvend informatie met elkaar willen delen, hoe komt het dan dat we moeten betalen? Welke slimme jongens zijn hier opgesprongen en hebben dit geclaimd? Mijn vraag werd echter niet goed gevat, ik kon niet precies uitdrukken wat mijn gevoeld hieromtrent was, en omdat ik er niet al teveel van begreep kon ik het niet duidelijk toelichten, maar ik vond hier iets niet correct aan. Het wrong met het idealisme van de uitvinders.

De volgende dagen liep ik echt iedereen, maar dan ook iedereen, tot vervelens toe, aan te klampen met mijn wonderlijke ervaring. Alsof ik op de maan gelopen had. Mijn enthousiasme werd niet gedeeld. Schouderophalen en wenkbrauwen fronsen en nu is het wel genoeg. Dat waren de reacties. Het interesseerde omzeggens niemand. Het was dan ook pas vele jaren later dat het echt ingeburgerd raakte, ook op de werkvloer.

Ik heb altijd geprobeerd nieuwe ontwikkeling goed op te volgen, ik ben tijdig op de boot gesprongen. en relatief goed mee. Nog altijd, ook al begrijp ik veel zaken niet ten gronde. Maar er valt me iets op. De vanzelfsprekendheid van het internet en de computer heeft ook zijn gevolgen. Momenteel volg ik een opleiding in een aantal specifieke computerprogramma’s. In die cursus ben ik de oudste met jaren voorsprong. Voor de rest schat ik de gemiddelde leeftijd op vijfentwintig. Ik merk dat heel veel van die jongeren enorm bedreven zijn in het omgaan met computers. Ze zijn sneller bijvoorbeeld, ik moet er al eens langer over doen om iets te vatten. Dat komt volgens mij omdat ik nog anders “denk” op computervlak. Ze kunnen facebooken, mailen en googelen en dat allemaal tegelijk (de schermen blijven maar wisselen en opfloepen) en ook nog bijleren ondertussen, terwijl ik enkel en alleen mijn aandacht moet houden bij de intensieve les.

Maar aan de andere kant merk ik ook dat computers en internet en web2.0 zo vanzelfsprekend zijn dat  de computerkennis ten gronde ontbreekt. De algemene basiskennis. Vergelijk het met autorijden zonder te weten hoe die in elkaar zit. Niet dat dit erg is, ik stel enkel vast. Terwijl ik bvb. mijn kennis stapvoets  en langzaam aan opgebouwd heb. DOS, Unix (systeembeheerder (!) in een land der blinden waar eenoog koning was), noem maar op… Cursus na cursus bracht me uiteindelijk bij het internet. Sommigen kennen het begrip “browser” niet, weten niet dat er buiten Explorer bvb. nog andere bestaan. Begrippen als i-google, genius, rss zijn tot mijn grote verbazing voor minstens de helft onbekend. Terwijl ik net in de mening verkeerde dat toch iedereen onder de dertig hier elke dag mee bezig is. Mijn beeld wordt vertekend door het bloggen en intensief computergebruik, vermoed ik.

Twintig jaar internet. Gezien door de ogen van een geïnteresseerde leek en simpele gebruiker, niet meer of niet min. En bij nader inzien is het eigenlijk niet eens zo vreemd dat niemand er nog bij stilstaat. Het is  een gewoon, doodgewoon vanzelfsprekend onderdeel van ons dagelijks leven. (Met alweer de bedenking dat de vanzelfsprekendheid ervan zo vanzelfsprekend beschouwd wordt dat we vergeten dat het voor een heel pak mensen allerminst vanzelfsprekend is, zoniet onbekend.)

Advertenties

5 reacties

  1. Aïda met pantoffels en kamerjas aan, beschouwend pijprokend voor het open haardvuur, ’t is eens wat anders.

  2. Ook even stilstaan bij het feit dat als het huidige groeiritme aanhoudt, het internet tegen eind 2010 alle elektriciteit ter wereld opslokt.
    http://www.lowtechmagazine.be

  3. In nieuwsbrieven van Computerbladen wordt door sommige lezers schamper gedaan over de computerkennis van jongeren en hoe ze de zogenaamde basis niet kennen. Ik stoor me vaak aan het toontje dat erbij gehanteerd wordt (hier is dat gelukkig niet te vinden). Nu ik je post lees, wordt een analogie die ik al langer gebruikte opeens nog duidelijker.

    Ik vergeleek computerkennis altijd met autorijden: vlot kunnen rijden impliceert niet dat je ook weet wat er onder de motorkap zit. Bij de eerste wagens diende je bijna een geschoolde technicus te zijn om te kunnen rijden en net zo waren de eerste pc’s en nieuwe toepassingen ook vooral geschreven voor halve programmeurs. Nu is alles extreem gebruiksvriendelijk waardoor de nood om de achterliggende programmering te kennen haast onbestaande is. Paradoxaal genoeg is een doorgedreven kennis bij de eindgebruiker net een teken dat het toestel of toepassing in kwestie nog lang niet op punt staat.

    Ik had mijn eerste pc pas toen ik naar de unief ging in 1993. We hadden een harde schijf van 264 MB wat gigantisch groot was, nu heb je externe harde schijven van een terra…

  4. Ik herinner me die euforie niet van mijn eerste computer ervaringen. MS-DOS was een ware pijniging voor mijn brein. Het werd ons intussen veel gemakkelijker gemaakt.

  5. […] (allee, op 1 of 2 na toch) eens moeten doornemen, kwestie van direkt goed mee te zijn en al. Of niet soms? Ik heb er eigenlijk nog wel een paar liggen, maar die houdt ik voorlopig nog bij: een boek over […]


Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s