tikken

OF DE TELOORGANG VAN EEN BEROEP

Indien sommigen onder u uit mijn vorig stukje zouden afgeleid hebben dat ik ook al iets heb tegen tweevingerigtikkende mensen, dan hebt u het verkeerd voor. Neen, ik heb enkel iets tegen tweevingerigtraagtikkende secretaresses.

Tikken, dat moest ik van mijn moeder onder het mom van “da komt altijd van pas” leren op twintig vrije zaterdagvoormiddagen in een parochiezaaltje toen ik een jaar of veertien was omdat tikken in de humaniora niet in het lessenpakket zat. Blind, de toetsen waren afgedekt met gekleurde blanco toetsen.  Mijn jongere zus ging ook mee maar zoals altijd moest zij alles wat ze niet graag deed slechts één keer doen. Ik tikte dus negentien keer eenzaam verder op de maat van de metronoom. The quick brown fox jumps over the lazy dog. En meer van die dingen. Duizende keren.  Op de duur vond ik het eigenlijk zelfs nog prettig. Het leek wel een beetje pianospelen wat ik eigenlijk veel liever had willen doen maar een mens kan toch geen noten blijven schrijven onder zijn notenbalk.

En kijk, in de klas kon ik ook alweer iets apart. Regine kon weven en Lut kon olympisch zwemmen en Annie kon echt piano spelen. En ik kon tikken. Goed voor klasverslagen, klachtenbrieven en de stencils voor pamfletten. Het ging me goed af, binnen de korste keren tikte ik aan een recordtempo. ’t Is me altijd goed van pas gekomen. En je verleert het nooit, ’t is als fietsen. Met de komst van de computer verbeterde het zelfs nog.

Vroeger was het een vak. Steno-typistes. Steno, nog zoiets. Bandwerk. Zalen vol typistes. Voor de meisjes uit de handelsafdelingen. Je kan het dus enkel een verbetering noemen dat iedereen  (mannen!) nu zijn eigen tekstontwerpen zelf tikt op zijn pc. Of dat nu met twee vingers is of vier of zes of tien. ’t Is me eender. Er zijn er die het sneller doen met twee dan anderen met tien. Journalisten en notarissen en managers en ministers en professoren moeten hun handgeschreven krabbeltjes niet meer doorgeven. Of aan het hulpje van de secretaresse van de secretaris van de gemeente. Eindwerken van hun zonen enzo.  Dat kunnen die zonen zelf nu.

Maar toen ik die administratief medewerkster zag de tweevingerige tikkunst hanteren stelde ik me toch vragen. Er bestaat een systeem om iets beter en sneller te doen. Administratie is veel tikken. Is dat dan geen vereiste meer tegenwoordig dat je dat systeem aangeleerd hebt? ’t Is een vaardigheid. Staat dat eigenlijk nog ergens op een lessenrooster: tikken? Worden er nog ergens aan de lopende band handgeschreven teksten ingetikt? Zijn er nog mensen wiens beroep het is hele dagen te tikken voor iemand anders?  Zijn er nog sollicitatiegesprekken waarop gevraagd wordt hoe snel je kan tikken? Schrijft er iemand eerst nog iets met de hand om het later door te geven aan een typiste? In mijn wereld in elk geval niet.

’t Hield me even bezig. Omdat het iets is wat ik goed kan. Maar waar ik alweer niets mee ben. Ik zie me nog geen hele dagen teksten overtikken. Tenzij het mijn eigen teksten zouden zijn.

(en waarom zeggen we eigenlijk typen en typiste en ook tikken maar niet tikiste?)

Advertenties

8 reacties

  1. Wat dacht je van dictafoonopnames uittikken? Heb ik nog lange tijd gedaan. En nee, dat is heus niet zo verschrikkelijk lang geleden.
    Tikist is inderdaad geen algemeen Nederlands, tikker / tikster daarentegen wel.

    • Ah ja! Daar heb ik niet eens bij stilgestaan. Soms lijkt het of ik uit een andere wereld kom.

      Tikster. Mooi. Vooral met de nadruk op -ster.
      Ik zie ze al helemaal voor mij, met haar kroontje, haar stafje en haar sjerp. Op de rode loper.

  2. In mijn loopbaan heb ik voor talloze CEO’s gewerkt die niet konden tikken. En dat is echt nog niet lang geleden. Ze schreven hun tekst met de hand die ik dan moest uittikken. Ik kan ook de keren niet meer tellen dat ik naar hun bureel geroepen werd om hun eenvoudige computerproblemen op te lossen. Je zou ervan versteld staan hoeveel vijftigers er niet kunnen typen. (laat staan met de computer werken). Vele mensen van die leeftijd hebben hiervoor nog steeds een grote angst.

  3. Leve Scheidegger!

    (In mijn cv vermeld ik het nog…. Of er naar gekeken wordt, weet ik niet.)

  4. Ik ben ook nog steeds blij dat ik mij door de (optionele!) dactilolessen heb heen geworsteld!

  5. Het vak typen is gedevalueerd omdat iedereen meent te kunnen typen door de vanzelfsprekende aanwezigheid van een toetsenbord in ons dagelijks leven. Een beetje het gevoel dat een beroepsfotograaf, drukker/lay-outer of kok moet hebben.

  6. Typen is idd een vaardigheid. Blind typen ook. Ik leerde op school typen toen ik 16 was. Typen kon ik, maar niet blind. Ik vond blind typen onnozel en deed er niet aan mee. Lastige leerling, ja.
    Nu zit ik hier, 24 jaar later, te typen met mijn ogen op het klavier. ’t gaat rap maar ik mag geen enkele vinger verkeerd plaatsen of het gaat mis.
    Vele brieven of verslagen worden nog door de secretaresse uitgetypt. De inhoud krijgt ze via een dictafoon. Hoge en lage pieten vinden dat nog steeds veel handiger en tijdsbesparender dan het zelf te doen.

  7. […] en Aïda, die al meermaals hun beklag deden over de jobbegeleiding van de VDAB, over networking, uitzendkantoren en andere blabla en over de lonen op de hedendaagse arbeidsmarkt, zullen het graag […]


Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s