ja, ik wil!

MAAR KAN IK HET OOK NOG?

Het bloggen is er zwaar bij ingeschoten de laatste maanden. Veel had te maken met tijdsgebrek, maar onbewust had het zeker ook met onwil te maken. Afgelopen week had ik nog een prettige discussie naar aanleiding van een interview met een schatrijke man – ik ben vergeten wie – die verkondigde dat iedereen rijk kan worden, als je maar wil. Iedereen kan bekend worden, als je maar hard genoeg wil. Iedereen kan zijn droom waarmaken, de échte wil om hem te verwezenlijken moet echter sterk genoeg zijn.

Het klopt. Het is geen peptalk van media-goeroes en LSP. Ik had kunnen beroemd worden. Ik had kunnen rijk worden. Ik had kunnen topmanager van Telenet zijn en ik had kunnen met Rob De Nijs trouwen. Ik had zelf kunnen mijn voortuin aanleggen, eigenhandig. Als ik het maar echt hard genoeg gewild had. Ik heb er gewoon nooit genoeg voor over gehad. Ik heb er gewoon nooit genoeg kunnen voor laten. Ik heb er nooit genoeg dingen die toen of nu belangrijk waren of zijn willen voor opgeven. ‘Willen is kunnen!’, stond er al in het vierde leerjaar op mijn rapport.

Zo is het ook met bloggen. Ik had wel elke dag kunnen bloggen, ik deed het vroeger wel, toen ik evengoed een drukke baan had. De zin was er wel, maar niet de wil.

Ik ben een twijfelaar. Ik heb een aantal principes, ik leef volgens een aantal voor mij belangrijke normen en waarden, maar tegelijk ben ik quasi dagelijks bezig met die in twijfel te trekken. Ik verkondig meningen en ideeën, maar iemand moet maar een enigszins afwijkende mening opwerpen of ik begin mijn mening daar aan af te toetsen, in vraag te stellen of bij te sturen. Zie het niet als wispelturig of volgzaam, integendeel. Ik vraag me quasi dagelijks af waarom ik het grote gelijk zou hebben.

Zo is het ook met bloggen. Wat is het nut van er een blog op nahouden? Waarom wil ik mijn mening wereldkundig maken? Waarom wil ik mijn privacy op het web gooien – alhoewel ik dit vrij beperkt houd vind ik. Waarom wil ik dingen aanklagen en waarom wil ik mensen van goede en minder goede wil de grond inboren? Waarom zie ik in alles wat marcheert voornamelijk dat wat niet marcheert?  Waarom wil ik verwezenijkingen waar hard aan gewerkt is afbreken en bekritiseren, vanwaar de behoefte om af te geven op gewoonten en gedragingen van jan met de pet?  Van waar die dwingende nood om mijn gedachten te verwoorden en die op het web te gooien? Ik kan niet op tegen échte journalisten en ervaren filosofen, ik heb geen literaire ambities en wil geen boek uitbrengen.

Tegelijk ben ik ook een dwarsliggertje. Hoe meer er getwittert (nog steeds in experimentele fase, verslag volgt) en gefacebookt  (account gedesactiveerd sinds januari) wordt, hoe meer belangstelling het krijgt in de media en hoe main-streamer het wordt, hoe minder ik er wil mee te maken hebben. Het is contradictorisch. Ik wil er niet bijhoren maar toch is het prettig om te zien dat je lezers hebt en dat er gereageerd wordt, waardoor je op één of andere manier dan toch wel een soort erkenning zoekt.

Zo  lang ze het zelf niet uitleggen heb ik er het raden naar, maar zou het kunnen dat er nog een aantal bloggers met dezelfde vragen zitten? Op minstens tien blogs uit mijn blogroll (dringend aan een update toe) die ik graag las is er de laatste maanden/weken geen enkele beweging – of ligt het gewoon aan de vakantie? – en een aantal zijn zelfs gewoon zonder enige uitleg verwijderd.

Veel had natuurlijk ook te maken met een clausule in mijn contract. Geen mededelingen aan derden, inclusief de pers, stond er in niet mis te verstane verwoordingen. En tegenwoordig is het niet meer ondenkbaar dat je voor één banaliteit, die je ergens terzijde in een logje  – dat zelfs niet over je werk gaat – zou vermelden, voor de rechtbank zou gedaagd worden. Voorzichtig. Bang, ja misschien. Wijs geworden in elk geval. Veranderd. Van een blog als deze zou ik twee jaar geleden gesmuld hebben en wellicht zelf willen gehad hebben, tegenwoordig vind ik er vooral een vies kantje aan. Ieder zijn waarheid, de ene echter wat neutraler dan de andere. En vraag ik me af of ik me er ook al schuldig aan gemaakt heb. (In eer een geweten, neen.)

Men kan natuurlijk opwerpen: niet bij stilstaan, geen woorden aan vuilmaken, geen logje waard. Doen en niet denken. Blij! Opgewekt! Vrolijk! Het eeuwig optimisme en positivisme staat me ook tegen. Er mag kritiek zijn, er mag gezeur zijn en er mogen tegenwerpingen zijn. Het is niet omdat ik dingen aanklaag of bekritiseer dat ik een ongelukkig en gefrustreerd mens ben, zoals het dikwijls uitgelegd wordt door mensen die constant lopen te roepen hoe fijn en fantastisch en geweldig alles is. Ik ben relatief gelukkig en ik ben tevreden. Ik heb een fijne en leerrijke periode achter de rug – meer hierover later – maar dat betekent niet dat ik de negatieve aspecten uit het oog verlies.  Ik noem mezelf gewoon een realist. En er schuilt nog steeds een eenzaat en misantroop in mij.

En natuurlijk las u hier eerder al gelijkaardige verzuchtingen. Net omdat het me bezighoudt. En net daardoor wéét ik gewoon dat ik weer 1028 woorden vuil gemaakt heb aan twijfels en vragen, maar dat ik desalniettemin toch gewoon doorga. Zelfs al hangen mijn stukjes krakkemikkig aan elkaar, zijn mijn gedachten chaotisch en wil ik te veel ineens zeggen. Ook al weet ik dat ze taalkundig niet perfect zijn (Zou  ik wel kunnen, (?) maar…) Enkel en alleen omdat het in mij zit, het preken. Mijn eerste lezersbrieven dateren van uit een tijd dat Zonnestraal nog bestond. Handgeschreven. Eerst in klad en dan netjes. Zo ging dat nog. En je kreeg ook nog een uitgebreid antwoord. Maar omdat het de dag van vandaag zoveel eenvoudiger, valt er hier vanaf morgen hoogstwaarschijnlijk weer élke dag iets lezen. Een mening, iets gezouten misschien, een klaagzang, een verzuchting. Al kan het ook gewoon zijn dat ik u één of ander TV-programma, DVD of CD aanraad.  Met de beste wil. Of u dat nu graag hebt of niet.

lezersbrief3

einde contract

DE QUEESTE KAN WEER BEGINNEN

Vanaf maandag ben ik weer beschikbaar op de arbeidsmarkt. Ik wijzigde alvast – vooruitziend als ik ben – mijn profiel op de vdab website en kreeg gelijk twintig vacatures ‘op maat’ voorgesteld, ‘passend bij mijn profiel en rekening houdend met mijn vaardigheden’. ‘De VDAB wil iedere werkzoekende helpen bij het vinden van een geschikte job.’ luidt het.

En of, dat er werk is! En of dat de jobs me op het lijf geschreven zijn! En of dat ze een leefbaar loon opleveren!

Zes maand tijd heb ik om zelf iets te vinden dat enigszins aansluit bij mijn wensen, competentie en ervaring of ik kan me gaan aanmelden bij het Kruidvat als assistent filiaalmanager, als floormanager bij Leenbakker of assistant store manager bij Brantano. Eerste verkoopster bij Hema Belgium, brasserieverantwoordelijke voor tearoom, assistent-manager voor een fastfoodketen en uitbater Dèlifrance behoren ook tot de mogelijkheiden. Verder lijkt de functie van magazijn scanner (mag ik dan met zo’n karretje rondrijden?) me best heel boeiend en heb ik nog de keuze uit vijfentwintig administratieve jobs via interimkantoren van wie ik hoogstwaarschijnlijk gelijkaardige mails als hieronder mag verwachten.

Beste A.,

Jij bent vorige week hier langs gekomen voor de vacature van HR-medewerker voor XXX.

Zoals beloofd heb ik even met mijn collega gesproken over je loonsvoorwaarden en de extra-legale voordelen die je bij je vorige functie had.
Voor dit bedrijf is  xxx € bruto echter iets te hoog gegrepen, vrees ik. Dat kunnen ze je niet bieden. Het zou zelfs veel lager zijn dan dat en dus zou je wat bedrogen uitkomen.

Ik denk ook dat je door je jaren werkervaring al een bepaalde werkprocedure hebt ontwikkeld, wat eventueel de samenwerking zou kunnen bemoeilijken met de mensen die er al werken.

Daarom heb ik je niet voorgesteld. We zoeken verder voor iets soortgelijks waar je ervaring naar waarde geacht wordt.
Ik hoop je snel iets te kunnen voorstellen, want ik ben overtuigd van je kwaliteiten.

Moest je zelf nog een vacature zien op de VDAB website die je aanstaat, mag je ons uiteraard gerust ook opnieuw contacteren.

Met vriendelijke groeten,

B.H.
Uitzendconsulent

Zucht. Het wordt een drukke herfst.  Maar eerst nog twee nachtjes doortrekken.