brief aan de federale overheid financiën

(‘ T ZAL NIET PAKKEN ZEKER?)

Geachte Diensten,

Vandaag 17 juni 2009  vond ik in mijn brievenbus een uitnodiging van uw diensten ‘Belastingen en invordering sector directe belastingen, belastingen auto’s Brussel’ tot betaling van belastingen op mijn voertuig voor de totale som van 282,35 €, te betalen VOOR 26 juni 2009, zijnde binnen de TIEN dagen.

Graag wou ik u hieromtrent doorverwijzen naar uw diensten ‘Belastingen en invordering  sector personenbelastingen’, aan wie ik over het jaar 2007 exact 1781,00 € via bedrijfsvoorheffing te veel heb betaald  Dit bedrag moet ik nog teruggestort krijgen van uw diensten ‘Belastingen en invordering sector  personenbelastingen’. Telefonische navraag enkele weken geleden leerde me echter dat uw diensten ‘Belastingen en invordering sector  personenbelastingen’ dit jaar  het aanslagbiljet pas zullen versturen na 30 juni a.s. en pas zullen overgaan tot terugbetaling drie maand na ontvangst van het aanslagbiljet.

Met dit schrijven geef ik uw diensten ‘Belastingen en invordering sector directe belastingen, belastingen auto’s Brussel’ dan ook tegelijk de toelating om de som van 282,35 € af te houden van het nog door uw diensten ‘Belastingen en invordering sector  personenbelastingen’ aan mij verschuldigde bedrag van 1781 € waardoor de globale bij mij openstaande schuld van uw diensten ‘Belastingen en invordering sector  personenbelastingen’ gereduceerd wordt tot 1498,65 € .

Dit bedrag van 1498,65 € verwacht ik uiterlijk op 30 september a.s. op mijn rekening. Bij niet-betaling binnen de gestelde termijn zal mijn administratie uw diensten ‘Belastingen en invordering sector  personenbelastingen’ een geldboete opleggen. De – weliswaar minieme – intresten die dit bedrag uw Diensten in het algemeen opgeleverd hebben van 2007 tot september 2009 mag u beschouwen als mijn persoonlijke sociale bijdrage aan onze noodlijdende Staat in deze crisistijden.

Dit aanslagbiljet van 17 juni 2009 zal ik dus uiteraard niet voldoen. Op verdere aanmaningen of brieven van uw kant zal ik niet verder reageren. Ik reken op uw medewerking en beschouw onze correspondentie  hiermee dan ook als beëindigd.

Met vriendelijke groeten,

Aïda

Advertenties

bericht voor Caroline Fontaine uit Zutendaal

REACTIE OP UW LEZERSBRIEF IN OPEN VENSTER HUMO 3664

HAHAHAHAHAHAHAHA!!!!

brief aan een minister III

DE JONGEN DIE “WOLF” RIEP*

Beste Frank,

Ik ben teleurgesteld en tegelijk ontstemd. Ja, u laat me in de steek. U laat mijn hand los en ik val in de afgrond. En dat na de vele lof die ik u en uw diensten toegezwaaid heb.  Is dat uw dank? Gaat het tegenwoordig zo? Is het in uw rechtstreekse opdracht gebeurd omdat mijn boodschap niet overgekomen is zoals ik ze bedoeld had? Of handelden uw medewerkers op eigen houtje omdat ze er niet erg gerust in waren?

In dit laatste geval zal ik u even mijn ontstemming toelichten. Ik ben gestraft. Ik mag niet meer naar de jobclub. Dat wist de consulente me deze week te melden aan de telefoon. In iets mildere bewoordingen, dat wel, ze had het niet echt over straffen, maar zo kwam het wel over bij mij.  Het was niet mijn eigen consulente, maar een Nederlandse versie.  Iets vlotter ter tale dan haar Vlaamse collega (dat Nederlands accent klint altijd zoveel intelligenter dan een dialectische boodschap). Ik durf wedden dat u die speciaal aangeworven hebt om mensen als ik Nollekesgewijs een slechte boodschap over te brengen. Ze zei het ook zo mooi: “We (u, Frank?) hebben besloten dat we het niet meer opportuun vinden dat u naar de jobclub komt.” Qué? “U bent vrij assertief en dat is ietwat imponerend voor de andere leden van de 50+jobclub.”

Hier werd ik even stil van, Frank. Ik word gediscrimineerd. Dat ben ik niet gewoon. Nu moet ik wel toegeven, ergens had ze een punt. Toen ze zich afvroeg of ik daar nu eigenlijk veel aan had en of ik me daar wel op mijn plaats voelde. Neen en neen. Maar het wringt. Wat moet ik daar nu uit opmaken? Dat ik op eigen houtje mijn weg vind in het vacaturelandschap? Dat die andere jobclubbers daar te dom voor zijn? Dat ik een bedreiging ben voor hun eigen baan, dat ik hun gezag ondermijn? Dat ik te snel werk zal vinden en dat ik andere vijftigplussers zal stimuleren om hetzelfde te doen en hun bestaansredenen dan verdwijnt? Dat het beter is dat de jobclub bestaat uit zwijgende en ja-knikkende volgelingen?

Maar goed, ik klaag niet, in essentie heeft ze overschot van gelijk. Maar doet dat niet nog meer vragen oproepen over uw diensten dan over mij? Waar de andere werklozen zaten die dan eventueel zouden aan mij gewaagd zijn – voor het sociaal contant- voor het delen van ervaringen – voor de zelfhulpgroep – daar kon ze me niet op antwoorden.  Zijn die er dan niet misschien? Mijn laatste strohalm – dat betekent dan wel dat ik ook uitgesloten word van het gratis gebruik van de geboden diensten… – werd vakkundig gecounterd met de mededeling: “Oh, maar u mag best nog komen gebruik maken van onze infrastructuur en faciliteiten onder de middag.” Alsof ik een besmettelijke ziekte heb, Frank. Zo lijkt het wel.

Beste Frank, wat moet ik hier nu mee? Ik heb geen diploma, ik ben niet jong, ik heb niet weinig ervaring, ik ben geen starter, allemaal obstakels voor het vinden van een baan en nu heb ik ook nog een te grote mond om werkloos te zijn?

Ik denk dat ik het maar voor bekeken hou. Voilà, weer al eentje minder. Zo hoeft u ook helemaal geen extra maatregelen uit de brand te slepen voor werknemers in mijn categorie. Ik ga wat genieten, ’t is Kerst.

Zo werkt het dus. Niet werken.

* DE STANDAARD - WOUTER VERSCHELDEN - OPINIE&ANALYSE - 13-14 DECEMBER

brief aan een minister (II)

OUD MAAR NOG NIET OUT!*

Beste Frank,

Het is niet mijn gewoonte om mensen die ik niet persoonlijk ken, laat staan ministers, met hun voornaam aan te spreken, maar deze keer veroorloof ik me die vrijheid. U hebt me namelijk gisterenmorgen gewekt met de blijde boodschap dat u me individueel ging opvolgen en begeleiden. Ik vind dat uiterst attent van u en beschouw u dan ook vanaf nu als een goede kennis, die me zal bijstaan en leiden in de verdere loop van mijn professioneel leven.

En ik moet het u nageven, u hebt er geen gras laten over groeien. Uw woorden op de radio waren nog niet koud of ik mocht me al persoonlijk gaan aanbieden op de 50plus club. Dat was niet echt mijn keuze. Ik was verplicht. In koeienletters stond dat bovenaan mijn oproepingsbrief. Goed gezien, op onze leeftijd laten onze ogen het namelijk nu en dan al wat afweten. Verplicht, ook al ben ik nog maar net vijftig geworden (ik ben echt nog piep) en heb ik nog geen euro werkloosheidsuitkering gekregen. Ik leef nog niet op de kap van de staat en ik ben nog niet aan het profiteren, zoals men het ook wel eens aan bepaalde cafétogen of in zekere politieke kringen durft omschrijven. Ik word nog niet gepamperd.

Maar, beste Frank, al vond ik het in eerste instantie een onterechte uitnodiging (ik heb namelijk ook al tien outplacementsessies achter de rug), ik kan u verzekeren dat ik daar een zeer aangename dag doorgebracht heb. Ook al bevond ik me tussen mensen die een pak ouder waren dan ik en merkelijk zeer deskundig in het werklozengebeuren. Sommige zelfs al jaren en jaren. Kan u dat geloven, beste Frank?  Ze waren zelfs al zo lang werkloos dat ze het zelf niet meer beseften dat ze werkzoekend waren. Een schok was het zelfs, te vernemen dat ingeschreven zijn bij de VDAB wel écht werkZOEKEND en niet werkLOOS betekent. Neen, eerlijk gezegd waren ze allemaal aan het genieten van een verdiend pensioen, dat in deze fase enkel nog niet die naam droeg. Maar dat is een kleinigheid, daar struikelen we niet over.

Toch hoort u mij nog steeds niet mopperen.  Neen.  Dit was alweer een rijke ervaring en ik ben blij dat u me op deze manier de kans geeft om met alle lagen van de bevolking blijven contact te houden. ‘De mensen’ van Bart Somers, de kleine aandeelhouder, de man in de straat. Van geheelonthouder tot zware drinker, van de tot in de puntjes verzorgde dame van de kleine zelfstandige (inschrijven voor het pensioen, je kent dat wel…) tot de van de straat geplukte zwerver die u ook eerst gratis douches zult moeten aanbieden alvorens hij zich zal kunnen gaan aanbieden bij een werkgever. Zo steekt een mens nog eens wat op. Alhoewel, nu ik er zo over nadenk, waar zaten die topmanagers? Die zijn nu toch ook in grote getale werkloos? En waar zat onze gekleurde medemens? Had ik niet eens opgevangen dat de veroudering van de allochtone bevolkingsgroep ook een nijpend probleem werd?

Maar goed, ik ben aan het muggenziften. Laat ons ter zake komen. De infosessie. Ik moet het u alvast nageven dat u er deze keer voor gezorgd had dat de consulente minstens onze leeftijd was. Of zo zag ze er tenminste toch uit. Al zal u er haar wel moeten voor waarschuwen dat ze ons niet zo kleuterachtig moet behandelen. Ik kan niet bij elke infosessie aanwezig zijn om haar daarvoor terecht te wijzen. En het moet gezegd, de spreekbeurt was klaar en duidelijk en de presentatie goed verzorgd. Maar denkt u dat iemand dit opgemerkt heeft? Behalve toen de term ‘vrijstelling’ viel. De ruggen gerecht en de oren gespitst. De meeste  aanwezigen waren namelijk zeer sociale mensen die hun dagen vulden met vriendendiensten en zich dus na afloop van deze sessie in allerijl naar de vakbond zouden spoeden om deze kaart aan te vragen. Dàt was pas interessant. U zal het niet geloven, beste Frank, maar even viel zelfs de term ‘verraad!!’ en iedereen wilde de zekerheid dat ze hier niet het slachtoffer zouden van worden. Vragen had niemand, je mocht al blij zijn dat ze kwamen luisteren Frank. Hoe durfde je, hun kostbare tijd verdoen. En blijkbaar was uw consulente dit gewend, want ook al vroeg ze ‘zijn er vragen?’, toch keek ze ongeduldig op haar uurwerk toen ik mijn vragen op haar afvuurde. Hier had ze duidelijk niet op gerekend (en de rest ook niet, ik bespeurde hier en daar een zuchtje). We gingen over tijd! Ikzelf ben u dankbaar dat ik iets opgestoken heb over de “seniorenvakantie” ook al voel ik me door deze term persoonlijk beledigd. Daar moet u aan werken!

Na de infosessie was het tijd voor een individueel gesprek en toen de consulente met het eerste oudje het lokaal uit was kwamen de tongen los. Beste Frank, u had er moeten bijzitten. Vermomd weliswaar. Leerrijk, dat is het minste wat je kan zeggen. Ik wens u veel succes met het aan het werk krijgen van dit zootje ongeregeld. Excuseer me voor deze omschrijving, ze is liefkozend bedoeld. Zoals ik al zei, het waren zeer sociale, liefdadige en vriendelijke mensen. De ene ging al eens in de tuin werken van die villa die onmogelijk met normaal werken kon verdiend zijn en de andere kon uw belastingen op zo’n manier invullen dat u zoveel geld terugkreeg dat u een schoon badkamer kon plaatsen. De installatie hiervan werd dan weer onmiddellijk enthousiast aangeboden door een andere werkzoekende. Al gauw heerste er het door de consulente voorgestelde échte clubgevoel. Kapoentjes onder elkaar. Kan je je een mooiere wereld dromen? Iedereen die iedereen gratis vriendendiensten bewijst en dat enkel van contentement omdat ze niet verplicht zijn om te gaan werken. De enige disonantie was de bekentenis ‘ik bedrieg de staat, al jaren’. Je kan je wel voorstellen dat dit unaniem op grote afkeuring onthaald werd.

Leek iedereen er na afloop vrij gerust in (‘ge kunt dat altijd regelen met dieje mens waar ge u moet gaan aanbieden, diejen begrijpt da’), mij hebt u alvast de nodige daver op het lijf gejaagd. Ja Frank, u bent een deugniet. Uit schrik heb ik bij thuiskomst zomaar ineens zeven sollicitatiebrieven geschreven én een klacht ingediend voor een onwettelijke vacature. Jaja, ik hou ze in het oog. U zal er zeker niet mee akkoord gaan dat men vijftigers uitsluit voor een job. De dreiging dat u mij na zes maand werkloosheidsuitkering zomaar zal verplichten eender welk werk te aanvaarden voor eender welk loon speelde natuurlijk ook mee. Al moet ik wel zeggen dat u er zich op deze manier wel heel gemakkelijk vanaf maakt. Natuurlijk krijgt u elke vijftiger aan het werk als deze verplicht moet een baan aannemen met een brutoloon van pakweg 1700 eur.  Leve het socialisme. en awoert aan het grootkapitaal. Tja, daar moeten we ons nu eenmaal bij neerleggen, benadrukte de consulente. We zullen niet te kiezen hebben. Maar kom, het doel – mooie statistieken en cijfers – heiligt de middelen.

Ik hoop dat u in de toekomst niet enkel mij bij de hand neemt, want oja, dat vergat ik nog. Ik moet u nog bedanken omdat u ons de mogelijkheid biedt om ons op onze eerste werkdag te laten begeleiden door een persoonlijke consulente. Helaas kan ze niet acht uur mee op het werk blijven, maar toch wil ze er voor ons zijn om onze eerste stappen te zetten in het bedrijf, ons voor te stellen en rond te leiden. Jaja, kindsheid en die dingen, dat heb je met ouder worden. Ik hoop dat u in de toekomst ook denkt aan die 177.000 andere 50+plussers waarvan er zeker de helft zit te popelen om aan het werk te gaan. Ik heb persoonlijk gezien hoe gemotiveerd ze zijn.

Beste Frank, ik wil besluiten met een tip: zou het geen goed idee zou zijn om ipv al deze ernstige en dure inspanningen te doen, een deel van uw doelgroep simpelweg duizend euro per maand te geven en ze verder met rust te laten. Schaf alle extra bonussen en regeltjes af en maatregels af en laat ze doen. En begin dan  vanaf vandaag met een wit blad. Een winwin situatie die tegelijk uw collega-ministers zeer gunstig zal stemmen.  De schone lei is namelijk tegenwoordig het gemakkelijkste regeringsinstrument.  Stelt u zich eens voor hoe populair uw partij zich opnieuw bij de gewone man zal maken met deze maatregel. Het zal u en vooral een toekomstige werkgever veel kopzorgen besparen.

Dag Frank, vele groetjes van een optimistische 50+er die vol vertrouwen de toekomst tegemoet ziet. Tot schrijfs!

Aïda

* slogan op de infobrochure!

BRIEF AAN EEN MINISTER I (Kathleen Van Brempt)

ANTWOORD VAN EEN MINISTER (Kathleen Van Brempt)

brief aan sabrina

VELE EN DIKKE KUSSEN VAN GüNTHER

Dag Sabrina,

Ik ken je niet, maar ik heb iets van jou. Je hebt iets achtergelaten in je toeristische reisgids van Bulgarije. Die te koop stond voor 1 € in het kringloopcentrum. Ik heb hem gekocht, want er zat een brief in. Een liefdesbrief. Van ‘Günther, xxx’. Die in die brief zegt dat hij veel van je houdt en dat zoveel mogelijk wil bewijzen.

Kijk Sabrina, ik kan daar niet goed tegen. Dat jij zo roekeloos omspringt met de intiemste verzuchtingen van je (ex-)geliefde. Zelfs als hij zijn belofte dat hij deze keer bij jou zou blijven niet nagekomen is. Dan doe je dat nog niet. Dan verscheur je zijn brieven. Boos en stampvoetend. Of je stuurt ze terug met een rood kruis erover. Als opluchting. Maar je laat ze niet achter in een reisgids van Bulgarije.

En als er toch een mooie toekomst voor jullie weggelegd is, zoals Günther het zo fel wenst, dan heeft het al helemaal geen pas, zo’n hartstochtelijke liefdesbrief achterlaten. Dan moet je die bewaren op zolder, in een doos met een hartje op en een roze lintje rond. Zeker in een tijd waarin handgeschreven en bijna foutloze brieven een zeldzaamheid zijn. Later kan je dan wegmijmeren als je leest dat Günther het aanbiddelijk vond dat je niet was zoals die andere onderkruipers, hoe schattig hij je beloofde dat hij je elke dag naar je werk zou voeren en dat hij je foto’s op zijn bureau koesterde en je vlagje in zijn auto gehangen had. Memories, melancholie en groot verlangen. (De andere intimiteiten zullen we onder ons houden.)

Maar Sabrina, ik gun je het voordeel van de twijfel. Indien het toch om een vergetelheid gaat, en je al dagen hopeloos en ontroostbaar op zoek bent naar die brief die je leven veranderde, die brief die tot het ja-woord geleid heeft, die brief die er de oorzaak van is dat je nu met Günther en julllie drie kinderen in een net huisje woont en nog steeds de meest verliefde vrouw van de wereld bent en Günther de meest verliefde man, dan heb je het getroffen dat ik die brief gevonden heb. Ik verhinder dat hij onder ogen komt van minder discrete personages.

Mail me als je hem terugwil. En leef nog lang en gelukkig. Met of zonder Günther. Maar wil je wel wat beter op je spullen letten?

brief aan een enquêteur

ELKE DAG EEN GOED DAAD (BZN)

Beste Enquêteur,

Bij deze wou ik u laten weten dat ik een paar uur geleden in de enquêtebus aan het Zuid in Gent tegen u gelogen heb. Dat spijt me nu, heb ik in de auto op de terugweg naar huis zitten bedenken. U doet ook maar uw werk. Maar u werd steeds moedelozer toen u mij aansprak met de vraag of ik wou deelnemen aan uw enquête en ik helaas al vijf keer naar waarheid had moeten ontkennend antwoorden omdat ik geen enkel soort van het door u voorgestelde openbaar vervoer gebruik. Toen u smekend en al haast wanhopig in een laatste poging vroeg of ik dan uiteindelijk toch misschien eventueel de kusttram gebruikte kon ik mijn spontane neiging tot hulpvaardigheid niet meer onderdrukken en heb ik dus tegen beter weten in affirmatief geantwoord, waarmee u mij opgelucht uitnodigde om mee te gaan naar de tot kantoor omgevormde bus voor een ondervraging over bewuste kusttram.

Het spijt me. Binnen in de bus heb ik u een kwartier aan het lijntje gehouden, maar dit geheel met de beste bedoelingen. Ik had toch niets anders te doen en u klaagde zo over het feit dat er zo weinig mensen enthousiast hun medewerking aanboden. Kijk, en ik leefde er zo van op dat ik iemand kon plezieren. Even leek het alsof ik weer aan het werk was en me kon nuttig maken door doelloze zielen te helpen. Maar ik wil u nu bekennen dat ik eigenlijk het afgelopen jaar slechts hoop en al één keer de kusttram gebruikt heb en geen >52 keer vooral in het weekend op zaterdag/zondag. Ik weet daardoor ook niet of die trams stipt rijden in tegenstelling tot wat ik beweerde. Bovendien heb ik er echt totaal geen idée van of er lange wachttijden zijn, hoe het comfort en de verlichting van de wachtplaatsen is en hoe het gesteld is met de orde en de veiligheid op de tramstellen. Bij de chauffeurs en hun hulpvaardigheid kan ik me wel wat voorstellen maar dat ze zich steeds uiterst hulpvaardig en vriendelijk opstellen, dat hun rijstijl subliem is en dat ze een vat van informatie zijn heb ik louter uit mijn duim gezogen. Dat ik aan élke vraag het cijfertje vier (hoogst tevreden) toekende, heeft enkel te maken met het feit dat ik vandaag in een extreem goede bondzondernaam bui was en dat ik De Lijn tenminste één uiterst compleet tevreden klant wou bezorgen al was het maar op papier.

Het spijt me dat ik u en in één ruk door De Lijn in het ootje genomen heb. Maar geef toe, u treft ook schuld. U had toch moeten argwaan krijgen toen ik op de vraag ‘Van welk vervoersbiljet maakt u gebruik?’ de gratis omnipas65+ aangaf. Zo afgeleefd zie ik er ondanks mijn recente tegenslagen toch ook nog niet uit. Desondanks gaf u vlijtig en zonder verpinken dit antwoord in op de computer en zelfs toen ik u correct mijn geboortedatum doorgaf na het afnemen van de enquête en ik een zweem van “die komt er waarachtig nog patent voor op haar leeftijd” in uw blik bespeurde merkte ik nog geen seconde twijfel bij u over de correctheid van mijn eerdere antwoorden.

Ik wil graag goed slapen deze nacht. Vandaar deze schuldbekentenis. Maar laat u gerust de resultaten voor wat ze zijn. U ligt er wellicht niet wakker van.

Met vriendelijke groeten en tot een volgende keer!

PS Nogmaals hartelijk bedankt voor het zeer nuttige geschenkje!

Links:
http://www.delijn.be/
http://www.delijn.be/vervoerbewijzen/types/abonnement/omnipas_65_plus.htm
http://cobra.vdab.be/cobra/Cobra?event=algemeneFiche&clusterBeroep=235

antwoord van een minister

U LIJNT TOCH OOK?

Wat doet een mens die eventjes geen professionele bezigheid heeft. Zich nuttig maken voor zijn medemens en onze maatschappij en ijveren voor administratieve vereenvoudiging onder andere. Door dit stukje ook eventjes onder de aandacht te brengen van het kabinet van de Vlaamse minister van mobiliteit. En kijk, er is hoop. Er zijn plannen. Genoteerd en afwachten.

Geachte mevrouw,

Ik dank u voor uw uitgebreide analyse van de tariefstructuur van De Lijn.
Momenteel werkt De Lijn samen met de andere vervoersmaatschappijen in ons land aan een ‘1-ticket’-systeem. Dit evolueert in de richting van een smartcard waarmee men zich overal in België op trein, tram of bus kan begeven. Met deze chipkaart willen we het comfort van de reiziger verbeteren. Samen met de invoering van deze kaart bekijken we ook de tariefstructuren van de verschillende maatschappijen en waar mogelijk willen we die ook vereenvoudigen. Sociale tarieven wil ik evenwel behouden.

De Lijn raadt momenteel iedereen aan om een ticket of een lijnkaart (meerdere ritten) in voorverkoop te kopen. Niet alleen is dat goedkoper maar zo wordt de doorstroming van het voertuig niet gehinderd.

Ik hoop u hiermee voldoende informatie te hebben bezorgd.

Met vriendelijke groeten

Kathleen Van Brempt

(Zeg, zo’n serieuse mensen altijd en overal…)