welterusten dames en heren ministers

SLAAP ZACHT!

Volgens Inge Vervotte mogen we vandaag nog geen oordelen vellen, conclusies trekken of vragen stellen over de verantwoordelijkheid, we mogen ons nog niet afvragen of er nog geen tijd genoeg was tussen 2001 en 2010. Vandaag is het een zwarte dag en we moeten rouwen. Iedereen is geshokeerd en er mogen geen politieke spelletjes gespeeld worden, zegt ze.

Alweer hoor ik haar zeggen, we moeten naar de toekomst kijken, we zullen zien, we zullen vergaderen, we zullen onderzoeken, we zullen conclusies trekken, we zullen doen.

Ziezedoen.

We moeten de uitslag van het onderzoek afwachten en natuurlijk zullen menselijke fouten ondanks alle hoogtechnologische mogelijkheden nooit te vemijden zijn. Maar wanneer je er de artikels over het bestaan van de mogelijkheden van een systeem om automatisch de trein af te remmen  op naleest en  hoe het nog steeds niet in orde is sinds de veroordeling van de NMBS (toen onder leiding van Etienne Schouppe trouwens) na de Pécrot-ramp, dan is dit toch weer een duidelijk bewijs hoe fout het loopt in ons land, met zijn 54 ministers en 1001 verantwoordelijken en 75 bevoegdheidsniveau’s.

Als ik in het journaal de lange stoet beleidsmensen zag die een bezoek brachten aan het rampgebied (ik moest ineens fel aan het wereldberoemde schilderij van Ensor denken) vraag ik me af of er niet één is die zich de bedenking maakt, dit hadden we misschien kunnen vermijden, dit is het gevolg van jaren non-beleid, van communautair gekrakeel, van ons systeem, van ministers en staatssecretarissen die een tekort hebben aan een sociaal engagement, van onbekwaamheid. Van 25 verantwoordelijken die morgen allemaal weer de paraplu zullen doorgeven.

En ik vraag me af of ze de slaap kunnen vatten. Of ze morgen gezond en goed gezind weer  opstaan. In tegenstelling tot de (voorlopig) achttien mensen die vandaag het leven lieten. Slachtoffers van een ramp? Helaas.

Ongenuanceerd zwart-wit? Tja, misschien, ik weet het ook niet. De hulpverlening is goed verlopen, iedereen heeft zijn best gedaan en we mogen van geluk spreken dat het krokusvakantie was en misschien had de ramp zich ook nog voltrokken zelfs mét hoogtechnologisch veiligheidssysteem. Maar toch legt het weer pijnlijk de lakse Belgische politiek bloot ook al zal de laissez-faire houding morgen misschien enkel gerelateerd en niet oorzakelijk zijn.  Ooit moet er iets veranderen. Hoe lang blijven we nog (af)wachten? Hoeveel geduld hebben we nog?

(En ja, ik denk dit ook elke keer bij verkeersongevallen veroorzaakt door een slecht verkeersbeleid…)


The Picknicks

BEELDEN UIT EEN VER VERLEDEN

René Van Laere is eergisteren overleden. Deze naam zegt u waarschijnlijk niets. René was de leadzanger van The Picknicks. En dat zegt u misschien nog veel minder. Voor mij is het beladen met nostalgie. Het brengt me even terug naar mijn eigen oud-België. Naar het begin van de carrière van mijn ouders, de plek waar het allemaal begonnen is. Naar de  The-Dansants die mijn vader inrichtte in ons zaaltje op zondagnamiddag. Dansnamiddagen waarop o.a. deze Picknicks ooit te gast waren. Van hun optreden* zelf herinner ik me niets. Wat ik me wel herinner is de sfeer, het podium, de fluisterbak waar mijn broer en ik ons regelmatig vanop het podium, net als Eddy in de AB, lieten indonderen.

Het zette me even aan het mijmeren over de vergankelijkheid van jeugd, schoonheid, talent en carrière, ouder worden, vergeten worden. Niet bepaald enkel met betrekking tot René Van Laere. Alles gaat voorbij. Alles wat je gepresteerd hebt, al je ervaringen en je belevenissen, het betekent op je tachtigste niets meer voor de buitenwereld. Herinneringen die hooguit nog goed zijn om eens in een mooi progamma op TV herinneringen over op te halen of om je in  1001 grappige en aparte anekdotes  te verbinden met ouders, broers en zussen in de herkenning van ‘Weet je nog die keer..? Ahja!…’

René Van Laere. Ik pikte het nieuws heel toevallig ergens op, en ’t is ook alleen maar door de herinnering dat het mijn aandacht trok. Het wam niet aan bod in de pers en waarom zou het ook, het is geen wereldschokkend nieuws en hij is per slot van rekening niet Mick Jagger. Op een fanwebsite las ik het volgende:

De Amerikaanse nieuwszender CNN publiceerde op zijn website een lijst van president Obama’s voorkeur wat muziekgroepen betreft. Ongeloofelijk maar waar, The Picknicks stonden op nr. 2 met “I’m alone forever”.
Wist u trouwens dat “I’m alone forever” opgenomen werd in de Sunstudio’s in Memphis U.S.A en dat de Picknicks daar Elvis ontmoet hebben en nog een aantal werelsterren zoals Fats Domino, The Platters, Lyn Anderson enz.  Ze waren wereldberoemd in Canada en de U.S.A. en stonden wekenlang in de hitparade’s van diverse landen. Van hun wereldhit “I’m alone forever” gingen 1.900.000 exemplaren over de toonbank, goed voor een ‘gouden plaat’.

Ik vond een filmpje van ‘één van hun laatste optredens..’ Willy’s en Marietten. Vlaamse Kermis. Of hoe het leven loopt.

Meer interessante achtergrondinformatie op  dagelijks iets degelijks

(*er bestaat heden ten dage nog een flyertje – strooibriefke heette dat toen -, er staat op de achterkant een recept over ham met prei en mijn moeder heeft het ‘onlangs nog in haar handen gehad’ maar net nu ik het nodig heb vindt ze het niet…)

twijfels, altijd maar twijfels

EEN BLOGSTORY

Ik ben al een paar dagen in dubio. Nu ben ik dat wel elke dag minstens honderd keer over de meest diverse dingen, maar iets blijft me bijzonder bezighouden en ik kan niet beslissen.

Ik leg het even uit. Dit blog. Ik wil niet in herhaling vallen, ik zal me dus proberen te beperken tot de dingen die ik hopelijk nog niet gezegd heb. Ik hoorde afgelopen week een boeiend interview op Mezzo over het theaterstuk Falsh! De maakster Hanneke Pauwe vertelde dat ze meende dat er in ieder van ons wel  misschien wel iets waanzinnigs zit, iets dubbel, iets vreemds. Alweer hoorde ik iemand op een boeiende manier verwoorden hoe ik er over denk.

Zo heb ik het wat moeilijk met mijn geheime identiteit, mijn dubbel blogleven. Ik heb bewust gekozen voor een schuilnaam en het heeft voordelen maar ook vervelende nadelen. Bijzonder weinig vrienden en kennissen weten van het bestaan van dit blog. Drie, vier zijn trouwe lezers en fervente aanhangers. Aan sommige heb ik het ooit wel eens gezegd maar die bleken eigenlijk niet geïnteresseerd en we zijn er nooit meer op teruggekomen – ik ga ook niet aandringen of er telkens weer mee koketteren –  bij anderen is het nooit ter sprake gekomen omdat ze het fenomeen zelfs niet kennen en bij nog anderen heb ik het eigenlijk (on)bewust verzwegen omdat, wanneer het  indertijd in gesprekken over blogs ging, ze dit bestempelden als iets voor eenzame triestige planten zonder een echt leven, ik in het begin daar eigenlijk zelf nog min of meer zo over dacht en daar dus niet tegen inging. Toen mijn visie daarop veranderd was, en ik zelf een echt blog-addict mét een leven geworden was, heb ik nooit meer durven bekennen dat ook ik een blog had. Beetje gegeneerd, beetje schaamte. En dan zijn er nog degenen met wie ik het er  nooit over gehad heb omdat ik het niet goed genoeg vond, een beetje onnozelheid, spielerei. Bref, zoiets ongeveer.

Met een paar klikken kan je mijn identiteit achterhalen, moeilijk is dat niet en ik weet dat heel goed. Maar toch voelt het veilig dat niet iedereen bij de eerste oogopslag ziet om wie het op deze blog gaat. Vooral nu er quasi dagelijks een aantal sollicitatiebrieven de deur uit gaan, is het maar goed dat ik niet op mijn naam te googelen ben. Je zal maar eventueel toekomstige werkgever zijn en over al mijn ergernissen, verzuchtingen en mateloze opwinding lezen. Wat een lastig, druk, ergerlijk mens zeg. Terwijl ik eigenlijk heel beminnelijk, vriendelijk, behulpzaam, bescheiden en discreet ben. ‘k Sta op mijn strepen, dat wel. En ik zeg mijn gedacht. Dat ook. En ik laat niet met me sollen. Dat ook niet. Een beetje Hollands noemen sommigen het. Maar voor de rest, echt je zou het niet geloven. Een watje.

Maar ik wijk af. Het gaat er om dat het eigenlijk een last is. Dat dubbelleven. Die dubbele identiteit. Dat hier en daar toch bewust  het bestaan van mijn blog verzwijgen. Als ik een mail krijg van een moderator op een forum dat ik vanuit mijn echt mailadres gestuurd heb, dan zou ik die mens eigenlijk willen antwoorden, hé, ik ben Aïda, ik reageer ook regelmatig op je blog! Maar dat doe ik niet. Ik hou het bewust gescheiden. Op blogs reageer ik altijd met mijn blognaam, de zeldzame keren dat ik eens op een forum een reactie plaats doe ik dat onder mijn eigen naam. En ik begin me daar steeds minder goed bij te voelen. Het lijkt wel een beetje de mensen foppen.  Mensen spreken je gemeend aan met Aïda, het voelt altijd een beetje als een actrice met een schuilnaam en een dubbelleven. Gelukkig dénk ik in beide gevallen nog steeds hetzelfde. Het zou anders wel heel vreemd worden. (Komen daar geen rare dingen van?) Anderzijds, ik denk niet dat ik nog op dezelfde manier zou bloggen wanneer er bovenaan dit blog mijn volledige familienaam zou staan. Ik zou veel terughoudender zijn denk ik. Nochtans zijn er heel veel bloggers die geen enkel probleem hebben met het vrijgeven van hun identiteit. En nog veel meer. Dàt zou ik dan weer niet kunnen en willen.

Edoch, nu er ondertussen alweer te veel mensen zijn die weten wie er achter deze blognaam zit, en ik op twitter ei zo na een man ging volgen bij wie ik gesolliciteerd heb, maar van wie ik ineens zag dat er hij wel heel veel volgers had die mij ook volgden, was er ineens paniek. Ik probeer me nogal te houden aan mijn eigen twitternormen (twitter geen dingen waar niemand iets aan heeft, maar nieuwtjes of dingen uit de actualiteit die je opmerkt en waarvan je tegen je collega – indien je nog zou werken – zou zeggen, hé, heb je dat gelezen en daar moet je echt naar kijken of luisteren.) Maar sinds ik in september echt effectief zelf aan het twitteren sloeg en niet enkel meer op het twittergebeuren toekeek, merk ik toch dat ik steeds regelmatiger, bij gebrek aan een werkvloer en een koffiemachine zo bij het begin van de dag, een opmerking geef die eigenlijk bedoeld is voor de koffiehoek. En dan zal die mogelijke werkgever daar maar achter de hoek staan. En in plaats van twitter dan te gebruiken waarvoor het eigenlijk dient en ik de man zou aanspreken, trek ik me liever terug. Toch maar een echte sollicitatiebrief en hij hoeft heus niet te weten wie Aïda is, die op alles wel een opmerking heeft.

Het is dubbel. Een mens wil het liefst aan iedereen zijn mening kwijt en streeft naar zoveel mogelijk lezers en bezoekers. Wanneer dat er teveel worden voel ik het als een bedreiging en wil ik in mijn schulp kruipen. Ik moet niet (blog)bekend worden. Eigenlijk wil ik niet in de belangstelling staan. Ik voel me  gevleid en vind het  prettig maar tegelijk wat ongemakkelijk wanneer iemand op een andere blog naar mijn blog verwijst. Het remt me. Want dan heb ik iets gedaan wat in de smaak valt en dan moet ik de volgende keer gelijk aan of beter presteren. ’t Drukt. Want als dat de volgende keer niet zo is…. Men moet me niet vragen om op de radio mijn mening te verkondigen., zoals men onlangs nog eens deed. Die tijd is lang voorbij, het zegt me niets meer. En ik wil mijn verhalen wel graag kwijt aan Jan en alleman, maar het moeten nu ook weer niet teveel Jannemannen worden. Moeilijk te begrijpen of te geloven zeker? Niet bloggen dan, zal u allemaal tegelijk roepen?

Maar ik zit dus in dubio. Om al deze redenen. Begin ik nog eens een nieuw anoniem blog zonder enige verwijzing en sluit ik dit af? Zodat toevallige googelaars écht niet kunnen uitzoeken wie ik ben? Maar mijn klein select lezersgroepje dan dat ik  gestaag verworven heb, die enige tientallen die hier regelmatig komen lezen? Ik wil niet van jullie weglopen. En alweer een nieuwe identiteit? Mijn persoonlijkheid nog meer splijten? Al zal mijn stijl wel snel herkenbaar zijn. Begin ik een blog onder mijn eigen naam en mail ik dit naar heel mijn adresboek? Of doe ik gewoon verder op dit blog? Maar hoe moet het dan met die mensen die ineens misnoegd, ontgoocheld of kwaad zeggen: ‘Jij hebt een blog en ik wist dit niet! Schoon!’. Soms lig ik er wakker van.  Het gewicht van een geheim dat dan op mij drukt. (Niet erg eigenlijk: u moest eens weten waarvan ik allemaal wakker lig..) Voor één keer is stoppen eigenlijk niet aan de orde. Ik heb er weer te veel zin in. Maar ik wil wel geruster door het leven.

Het is een verzuchting die regelmatig terugkomt op diverse blogs. Blijkbaar worstelen meer mensen met dezelfde vragen. En de bloggers die al een paar keer van blog veranderden zijn ook niet meer op één hand te tellen. (En wat vind ik “bloggen’ toch een lelijk log lomp woord, en dan heb ik dat nog in mijn blognaam gebruikt”… spreek dat maar eens uit: BLOG der zuchten. Luidop. Zwaar en boers. Zucht.)

Zullen we er nog maar eens een nachtje (niet) over slapen?

hoorzitting

WAT DENKT U OVER JEF VERMASSEN?

Catherine Ashton werd vandaag in het Europees Parlement onderworpen aan een verhoor. Drie uur lang  een spervuur van vragen over de meest diverse onderwerpen. Of als geïnterviewde echt uitgebreid kan ingaan op een vraag, en of de gestelde vragen (streng binnen de tijd!) veel verder gaan dan algemeenheden valt te betwijfelen, maar ik meen toch dat het een goede test is om een beeld te krijgen over de bekwaamheid van een persoon. Een soort examen, een verlaat sollicitatiegesprek

Zou het geen goed idee zijn om zo’n hoorzitting te houden met elke Vlaamse, Waalse, Brusselse en Federale Minister? En dat rechtstreeks uit te zenden? Of zouden ze allemaal toch niet verder komen dan promopraatjes, partijstandpunten en dooddoeners. Maar dan nog, het is toch een manier om een indruk te krijgen van iemand. denk  ik. Blijkbaar zou J.J.De Gucht hiervoor een voorstel van wet en decreet ingediend hebben. weet Sven Gatz me op twitter  (ja!) te zeggen in antwoord op mijn voorstel, maar ik vind er zo direct niets van terug om naar te linken.

Aan de andere kant, 54 ministers ondervragen, drie uur per stuk, reken uit lang dat dan wel zal duren. Meer nog, wie gaat dat allemaal doen? Parlementsleden? Maar dan kan men evengoed stellen dat die eerst zo’n examen moeten afleggen, het is ook niet bewezen dat het allemaal grote lichten zijn. Of gaan ze  elkaar dan ondervragen? Alhoewel, er zijn nog genoeg echt oude wijze krokodillen. Kunnen die ook nog eens uit hun kot komen.

is het land weer open?

OF ZIJN ER NOG NIEUWJAARSRECEPTIES?

Is maandag weer iedereen aan het werk? Zijn alle kinderen weer naar school? is iedereen uitgefeest? Zijn de bedrijven weer geopend en kan er weer gebeld worden? Gaan onze politici weer aan het werk? Wordt er weer overgaan tot de orde van de dag?

Hoe zou het zijn met Ariël Sharon? Met de vissen in het Victoria-meer? Met de bevroren Europese kippenresten in Afrika? Met de cashmere in Binnen-Mongolië? Met de zwartgeldstroom vanuit de Aarschotstraat naar Bulgarije? Met de sushi en de genetisch gemanipuleerde zalm? Hoe is het eigenlijk afgelopen met het dispuut tussen Universal en De Morgen over het Deus-interview embargo van april 2008? Wat presteerde Guido De Padt al in de voor hem gecreëerde functie van Regeringscommissaris voor een efficiënte overheid? Waarom googelt er elke dag, maar dan werkelijk élke dag iemand de uitdrukking “Het schaap is de preut af’? Heeft er nog iemand opgemerkt dat er in Humo op een tv-pagina ’29 januari’ stond ipv ’29 december’? Waarom antwoorden politici van politieke partijen ‘voor de mensen’ (CD&V, LDD, VlaamsBelang, SP.a) niet op vragen van burgers? Reageren ze zelfs niet? Waarom vind ik het niet de moeite om te bloggen omdat er over alles wat ik vind en meen al geblogd is/wordt?

Wie wat waarom wanneer hoe?

wat is een Vlaming?

DE OCHTEND – RADIO 1 – NIEUWSGIERIG NAAR WAT ER LEEFT!

Fransen zoeken een identiteit om nieuwkomers een duidelijk kader te geven. De Ochtend vroeg vanmorgen welke identiteit Vlamingen hebben en welk kader wij  nieuwkomers kunnen geven?

Een  Vlaming is een verongelijkte individuele egoïst met een totaal gebrek aan burgerzin die vindt dat élke euro belasting er één te veel is, maar tegelijk geen enkele verantwoordelijkheid meer neemt en het vanzelfsprekend vindt dat de staat een extreme zorgstaat is/moet worden en zodoende zoveel mogelijk gratis wil. Een Vlaming is iemand die besloten heeft dat hij als simpele Jan-met-de-pet de wet niet meer moet naleven omdat alle politici-zakkenvullers/zakenlui/ondernemers/stinkenderijkaards/asielzoekers/allochtonen dat ook niet doen  – en al zeker niet gestraft of vervolgd worden! – en schept graag op over zijn foefelen en zwartwerk (alszijdatmogenmagikdatook). Een Vlaming komt enkel op straat of  mailt naar Peeters&Pichal wanneer hij vindt dat ‘zijn eigen’ onrecht is aangedaan of hij zijn achtertuin met veranda bedreigd ziet, laat zich probleem- en protestloos uitmelken door energie- en telecombedrijven, plaatst zonnepanelen niet uit ecologische overwegingen maar omdat het hem belastingsvoordeel oplevert, kiest morgen alweer voor een politicus die hij gisteren verketterde, is vanavond al vergeten wat er vanmorgen gebeurd of gezegd is  behalve wie er kwam eten. Een Vaming houdt zich enkel aan de snelheidsbeperkingen als er een flitspaal (gesignaleerd via sms of website!) in de buurt is en zijn portemonnee in gevaar komt, is er van doordrongen dat verkeersregels enkel moeten gevolgd worden om boetes te vermijden en niet voor de algemene veiligheid en maakt van foutparkeren een nationale sport. Een échte Vlaming voelt zich Thuis bij Familie onder de kerktoren en vertrouwt op Onze Nationale Held Witse om de Aspense misdaden op te lossen.

(Zie internetfora van kranten en TV-programma’s, de klaagbank van Peeters&Pichal, de werkvloer en het dagelijks verkeer).

Al moet ik toevoegen dat ik ook al heel veel Vlamingen in het buitenland tegenkwam.


(de gelegenheid om dit mooie nummer van Jacques Brel nog eens boven te halen…)

de Muur

LAAT ONS VIEREN!?

1065 kruisen

Het zijn boeiende televisionele tijden voor geschiedenisliefhebbers. Al een twee-, drietal weken worden we op de meest diverse (internet)zenders getrakteerd op de meest uiteenlopende documentaires en reportages over de val van de Muur en de gevolgen hiervan, dit ter aanloop van de twintigste verjaardag vandaag. De VPRO is wat mij betreft uitschieter.

Ik volg(de) ze zoveel mogelijk. Ik herinner me ook nog als gisteren wat nu geschiedenis is. En wie ooit Berlijn bezocht kan dit niet gedaan hebben zonder de immense impact ervan gevoeld te hebben.

Maar bij elke reportage of documentaire was er bij mij ook constant die gedachte die haast niet in de media komt. De gedachte aan al die andere mensonterende en misdadige muren die vandaag nog bestaan en zelfs nog verder gebouwd worden. Of zullen we voor uitgebreide media-aandacht misschien nog 50 jaar moeten wachten, als de twintigste verjaardag van de val van deze muren zal gevierd worden.

De Tijd gaf een gedetailleerd overzicht.

checkpoint charlie

brandenburger