gaat het over?

LEVEN NA ONTSLAG

Mieke Berendsen is ontslagen bij de VRT. Piet Van Roe besliste ‘om de samenwerking stop te zetten’. Dat hoorde ik vanmiddag. Ik dacht aan Mieke, ik dacht ook aan Dirk Wauters. Hoe zij zich nu zou voelen en hoe ik meende te zien hoe hij zich voelde bij zijn afscheidsspeech. Ik vraag me af of mensen aan wie nooit gezegd is: ‘We hebben beslist van je te laten gaan’, het zouden kunnen begrijpen hoe het voelt. Door Mieke moet ik aan mijn ex-bazen denken. Omdat ze gerelateerd zijn. En dan vergalt dit mijn namiddag. En dan zet ik het journaal van zes uur aan om mij te troosten met de veel ergere dingen die er zullen te zien zijn en dan laat ik de TV onachtzaam aanstaan en dan komt de Rode Loper op de achtergrond en het eerste wat ik hoor gaat over mijn ex-werk. En dan ga ik kijken in plaats van de TV uit te zetten. En dan zie ik de kantoren die ik helpen inrichten heb, de meubels die ik helpen kiezen heb, de verhuis die ik georganiseerd heb, mijn plaats en mijn stoel. Dat moet ik dan net op dit moment allemaal zien. De rommel waar ik tevergeefs orde probeerde in te scheppen is er nog steeds. En uitgerekend een jonge stagiaire waar ik in na mijn ontslag op een ander project kortstondig mee gewerkt heb – een ambitieus strevertje – staat achter de camera en assisteert bij een casting.

Het doet zeer. Het doet zelfs fysiek zeer, ergens rond mijn maagstreek. Je denkt dat het over is. Maar ik besef dat ik elk contact met ex-collega’s vermijd omdat ik het niet aankan. De kop in het zand steken. Zolang ik niks hoor en zie gaat alles prima. Geweldig lieve ex-collega’s die alle moeite doen om het contact in stand te houden. Ze mailen, bellen en smssen om af te spreken maar ik hou de boot en ik negeer ze bijna omdat ik niks wil horen of zien van het bedrijf dat mij bijna tien jaar werk verschaft heeft. Waardoor ik bijzonder onsymphatiek en gefrustreerd overkom. En ik kan het hen niet uitleggen waarom want het lijkt wel of niemand het begrijpt. ‘Ben je daar nu nog niet over?’

Ja, grotendeels wel. Alleen niet als de confrontatie te groot wordt.

Ja, er zijn ergere dingen. Maar ik vervloek mezelf er om dat het niet overgaat. Die kwaadheid, die haat, die frustratie. En op dit moment heb ik nog steeds het gevoel dat ik het mijn ex-bazen nooit zal en kan vergeven.

Godverdomme.

Advertenties

kerstmannen gezocht m/v – ervaring niet vereist

MAAR VROLIJK EN IN GOEDE STAAT!

(Samenvatting van wat voorafging voor wie niet kan volgen  hier )

Op 1 september  jl. had ik maar één gedachte: rusten en vakantie. Een maand voorbereiding en bij de honderd draaidagen van 13-14u  waaronder een aantal nachtopnames enkel onderbroken door het weekend, kruipen niet in je koude kleren. Moe moe moe. In de laatste week kreeg ik een concrete werkaanbieding voor een vaste baan. Alles zag er goed uit maar we zijn niet aan loonsgesprekken toegekomen omdat ik de baan afgewezen heb voor ik zelfs wist of men wou tegemoet komen aan mijn looneisen. Een stuk om mijn verdomde principes, maar achteraf gezien ook omdat ik op dat moment op was. Omdat ik het niet zag zitten om de week nadien alweer voor lange dagen naar Brussel te trekken. Achteraf gezien ook misschien niet zo verstandig. Een vergissing misschien zelfs, ook al was het eigenlijk ook weer een doorgroeibaan en niet echt wat ik ambieerde.

We zijn drie maand verder. Ik kijk er anders tegenaan nu. Ik voel me vrolijk, fris, helder, uitgerust en klaar om er in te vliegen. En ik had vast een compromis kunnen sluiten met mezelf over mijn principes. Me settelen. Laatst was ik uitgenodigd op een gesprek en het voelde alweer goed. Een bedrijf. Deel uitmaken van de  wereld der werkenden. Collega’s om al grappend en grollend rond het koffiemachine de dag mee te beginnen. Hetzelfde gevoel had ik toen ik onlangs in de biotoop der Reclame-, TV-en filmmakers was, centrum Brussel. Opgepept en gedrogeerd door hun aanstekelijke belevenissen en interne roddels, aangemoedigd door hun vurige das-niks-voor-u-thuiszitten-pleidooien.

Een week later is de drug al uitgewerkt. Ja, ik voel me fris, helder en uitgerust. Maar ik ben niet zo zeker of ik klaar ben om er in te vliegen. De geanimeerde beelden van koffiekletsen en borreluurtjes worden verstoord door fragmenten uit een dramatische film. Ik word niet gevraagd voor werk op mijn niveau. Ik zal nooit meer betaald krijgen wat ik ooit verdiende. Het is onmogelijk om nog van nul te beginnen en door te groeien in een bedrijf tot een verantwoordelijke, zelfstandige functie. Ik kan geen carrière meer maken. Als ik daar al de moed voor en zin in heb. Maar deze klaagzang hoorde u al eerder, laat ik maar niet verder over uitweiden.

Hoe langer ik thuiszit, hoe meer ik merk dat mijn motivatie wegebt. Standaardafwijzingen in mijn brievenbus. Onbeantwoorde sollicitaties.  Onzekerheid bij het solliciteren ook. Word ik beoordeeld op mijn laatst vermelde functie? Vergeet men te kijken naar wat ik vroeger deed en kon? Kan ik nog wat ik vroeger kon? Ondertussen is het al anderhalf jaar geleden dat ik nog bezig was met de dingen waar ik goed in was. Financiën, personeelsbeheer en office managment specifiek eigen aan een bepaalde en heel interessante sector. Constant veranderende wetgeving, jaarlijks geupdate boekhoudprogramma’s. Snellere en betere machines, steeds de allernieuwste computers, toepassingen en ontwikkelingen, ik zat er met mijn neus op en was gretig mee. Ben ik nu nog bij? Levenslang scholen heb ik altijd belangrijk gevonden en graag gedaan. Opleidingen volgen terwijl je werk hebt en niet wanneer je werkloos wordt. Ik wou op de hoogte blijven. Maar hoe kan ik nu  bij blijven wanneer ik niet meer mee ben met de praktijk? Wanneer ik de veranderende noden en vereisten niet meer zie op de werkvloer zelf. Vooral in deze extreem geïnformatiseerde tijden. Al die kennis, thuis kan ik niet toetsen of ze paraat blijft.  Een jaar thuis lijkt tegenwoordig tien jaar stilstaan. Neen, achteruitgaan.

Anderzijds heb ik wat ik goed kan niet altijd graag gedaan. Er waren andere dingen waar ik nog meer in geïnteresseerd was en die ik van de zijkant zag. Waar ik zonder twijfel ook goed, zo niet uitstekend,  zou in geworden zijn indien ik daar tien jaar geleden zou ingezet geweest zijn. Maar op dat moment had men net toevallig een algemene administratieve hulp nodig en niet specifiek op de productie. Tegen de tijd dat ik een andere kans kreeg waren ze zo in paniek dat ze iemand anders moesten zoeken voor mijn functie, dat ik ze maar blijven doen ben. En dat de stagiaire die ik toen aanbevolen heb nu zit waar ik had kunnen zitten. Ach ja, der Lauf der Dinge.

Ik heb in mijn laatste baan dingen kunnen doen die ik heel graag deed. Maar het is niet vol te houden. Niet te combineren met een normaal leven. Niet genoeg verantwoordelijkheden. Niet genoeg uitdagingen. Weinig nieuwe technologieën, weinig geïnformatiseerde administratie, beetje aanmodderen.  Enkel afgerekend worden op je huidige job en niet wat je ervoor gedaan hebt. Van nul beginnen. Ik ben al lang geen vijfentwintig meer. Geen werkzekerheid, tijdelijke contracten zonder veel voordelen, en zeker niet opbouwend op lange termijn.

Ik ben niet alleen. Ze vallen bij bosjes, de banen. De overheid roept dat de kennis, levenservaring en wijsheid van onze generatie en die voor ons voor de werkvloer behouden moet blijven. Maar ze weten er niks van. Die professor en de vakbondsafgevaardigde in Phara. Niks. Ze zitten in hun ivoren toren en hebben het over (oudere) werklozen als over zakken zout die ze zoals het hun uitkomt verdelen en waarvan ze de inhoud onnadenkend rondstrooien. Als over domme dieren zonder verstand die niet zelf kunnen nadenken. Als over robots die ze maar naar eigen goeddunken aan de door hun gekozen lopende banden kunnen inzetten. Ik was zo geagiteerd en kwaad over dit ‘debat’, er zijn geen woorden voor, ik lag wakker van er naar te zoeken. Niet eens te vergelijken met de ergernis rond de PokerPhara.

En dus zijn er meer en meer dagen dat ik zo gelukkig thuis zit. Bijna berustend blij dat ik niet moet meedraaien. En zorgeloos alleen maar dingen doe die ik graag doe.

Hoe lang, dat is een zorg voor morgen. Letterlijk, anders wordt dit stuk te lang en bent u al lang niet meer geïnteresseerd.

(wordt vervolgd want ik moet mijn punt nog maken als ik op het einde nog weet waar ik in eerst instantie naar toe wou)

We sluiten af met een rustgevend, vredelievend liedje (we zochten per slot van rekening toch een Kerstman en Moses is geboren en Ramses is dood)



wat voorafging

KORTE SAMENVATTING

Op 1 april 2008 werd ik  onverwachts ontslagen uit mijn verantwoordelijke, zelfstandige en goedbetaalde baan. Na een achtereenvolgens depressieve, euforische en onrustige periode van werkloosheid kreeg ik in februari jl. een baan met een contract voor bepaalde duur aangeboden. Voor een functie die in de sector normaal gezien wordt ingevuld door pakweg een 23-jarige beginnelinge die “iets in de media wil doen”, wil doorgroeien en deze baan vooral ziet als een doorstart. Omdat ik aan werken toe was en dacht alles is goed om in de running te blijven heb ik het aangenomen. Zelfs met plezier. Ik heb het ook met plezier gedaan, het was op vele vlakken leerrijk, onthullend en verrassend.

(WORDT VERVOLGD)

de economie heeft u nodig!

MAAR ZIT DE ECONOMIE OP MIJ TE WACHTEN?

In de Zevende dag verklaart Paul D’Hoore dat er in Vlaanderen bedrijven zijn zoals grote distributieketens en telecomgiganten die wel altijd mensen aannemen en altijd mensen zullen nodig hebben, en dat het er in 2010 nog meer zullen worden. Veel, heel veel. Altijd. Meer. Tussen de regels lees ik dus eigenlijk (hoor ik): “Zelfs een hond met een hoed op kan hier een baan krijgen.”

Ik kreeg vandaag een antwoord van een grote distributiesector: “Hoewel uw vaardigheden tal van mogelijkheden bieden, hebben we op dit moment beslist om u kandidatuur niet te weerhouden” (weerhouden, ja. Kunnen we dat ook eens afschaffen?)

Zegt dat nu iets over mij of over hen?

arbeidsgehandicapten

ZE LIJKEN ZO WERKONWILLIG, MIJNHEER

Nog niet eens werkloosheidsuitkeringsgerechtigd en ik moest al naar de jobclub, een jaar geleden. Nog geen tien minuten was ik binnen en ik had het al bezien.

Uit één van mijn reacties op mijn bericht van 28 oktober 2008:

“En zit ik daar al niet op mijn plaats, tegelijk denk ik écht dat er bij de vijftigplussers mensen zitten die je niet meer moet verplichten om te gaan werken. Ik wil daarmee niet zeggen dat je ze enerzijds moet aan hun lot overlaten of anderzijds moet onbeperkt onderhouden tot hun dood, maar ik vrees echt – en dat is alweer niet denigrerend bedoeld – dat er mensen zijn die gewoon verloren zijn voor de arbeidsmarkt ofwel door een tekort aan bekwaamheid of een tekort aan motivatie. Als werkgever zou ik ze niet graag zien komen, eerlijk gezegd.”

Vreemd dat de gedelegeerd bestuurder van de VDAB, die er elke dag met zijn neus (zou moeten) opzit(ten), daar nu pas mee naar buiten komt.

Ondertussen was ik ook al op een infonamiddag waar ook tientallen werkloze jongeren – verplicht – aanwezig waren en heb ik me exact dezelfde bedenking gemaakt en beseft dat het leeftijdsoverschrijdend was.

En het resultaat is dat ze mij uitsluiten.

en ondertussen bij de VDAB

OJA, IK BEN OOK NOG WERKZOEKEND!

Ik begrijp het niet.

Ik heb amper een werklozengeschiedenis, dit in tegenstelling tot al de olijkerds die ik hier mocht ontmoeten. Na mijn ontslag in 2008 ben ik nog lange tijd uitbetaald geweest door mijn ex-werkgever (zelfs toen werd ik al goed opgevolgd!), heb outplacement gevolgd en ook ondertussen al zes maand gewerkt met een tijdelijk contract. Ik heb al bij al sinds april 2008 nog geen drie volle maanden werkloosheidsuitkering ‘genoten’ en heb een dikke map vol sollicitaties. Ik sta ingeschreven bij elk interimkantoor, ondanks mijn weerzin voor hun systeem. Ik ga op elke vrijwillige uitnodiging (bedrijfsbezoeken, jobclub, etc..) in, ook al zien ze me er liever gaan dan komen. Ik liet me vorige week zelfs spontaan zien in de werkwinkel in het kader van de week van het werk. (Ze verkochten trouwens geen werk dat me beviel). In februari starten er in de sector een aantal nieuwe projecten waar ik naar uitkijk en hopelijk kans maak om aan mee te werken. Je kan me er dus niet echt van beschuldigen dat ik werkloos toekijk, geen initiatief neem of “profiteer”. Ik neem trouwens het heft in eigen handen omdat ik wel degelijk afgeschrikt ben door de “bedreigingen” van het VDAB dat je zes maand lang hun aanbiedingen mag weigeren maar dat je dan op hun voorgestelde vacature moet ingaan. Net door die voorstellen ben ik actief zelf op zoek naar een baan die bij mij past en ietwat in de lijn ligt van mijn vroegere baan, zowel qua inhoud en zeker qua verloning. En dat is niet wat ik door het VDAB voorgesteld krijg. Integendeel. Van hen zal het niet moeten komen.

Ik begrijp het niet.

Ondanks dit alles ligt er hier nu weer een net bezorgde VERPLICHTE uitnodiging op tafel voor een informatievergadering ivm openstaande vacatures bij een dochteronderneming van een bekende grootwarenhuisketen, met mogelijkheid tot een individueel gesprek met de werkgever. Ik ken het ondertussen al, afgaande op mijn mailverkeer met de VDAB. Assistent-filiaalhouder, winkelrekvuller, eerste verkoopster of kassierster. Met lonen tussen de 1700 eur en 1900 eur bruto. (FYI: ik zat in een looncategorie waar mijn netto verloning deze bedragen ruimschoots overschreed …)

Ik begrijp het niet.

Hopeloos veel vacatures in de distributie en de zorgverstrekking. Maar moet ik die gaan invullen met mijn professionele achtergrond? Maar als ze me nu al bestoken met deze aanbiedingen hoe lang kan/mag ik dan weigeren? Ik kan me namelijk niet voorstellen dat de werkgever me niet geschikt zal vinden voor deze vacature, tenzij door het grondig gebrek aan motivatie. Het blijft me bezighouden. De nachtmerrie waarover een blogster onlangs zo treffend berichtte hangt als het zwaard van Damocles boven mij:

“Op vijftien oktober anno domini 2009 zwaai ik af als WEPper ( WEP = werkervaringsproject). Zo wordt die marginale sekte van de bevolking genoemd die wel werken wíl maar geen werk vindt. Door morele intimidatie van zowel de RVA als de VDAB (je dacht toch niet dat die onafhankelijk opereerden) komt deze groep in een circuit terecht waar enkel de zogeheten Vader Staat en de subsidieontvanger voordeel aan hebben.
De VDAB opperde dat ik in de welzijnszorg mijn steentje zou kunnen bijdragen. Een sociaalvoelend mens als ik, in aantal levensjaren afgeschreven in de statistieken van de actieve bevolking, moest immers doorgeloodst worden. Eén werkloze minder in de annalen en alzo meetellend in het resultaat van de Belgische begroting. Ettelijke ministers hebben jarenlang het hoofd gebogen over de, volgens hen, geniale regels bestemd voor deze futiele groep.
In een oogopslag werd ik van directiesecretaresse naar arbeidster herbestemd met een uurloon dat een heel stuk lager lag dan de verdienste van mijn dochter die studentenjobde. Maar ik kreeg wel een bijdrage van vier euro per maand voor het dragen van een schort en ik mocht deelnemen aan een cursus ‘Hef- en Tilwerk’. Eindelijk weet ik nu ook hoe je een dweil op de voor mij meest voordelige manier moet uitwringen, haha. De diapresentaties waren hilarisch.
Mijn beroep voor het volgende jaar zou voortaan ‘Bejaardenoppas’ heten. Een even frustrerende benaming voor mij als voor mijn cliënten.
De VDAB stuurde me vanaf mijn indiensttreding geen vacatures meer die bij mijn opleiding pasten. Voor hen was ik gedurende een jaar van straat en konden (lees: wilden) ze niets meer voor mij doen. Er zat voor mij niets anders op dan mij aan te passen. Meer zelfs, ik moest ervoor zorgen dat ik deze occupatie behield en niet ontslagen werd, zo niet zou ik mijn werkloosheidssteun verliezen.”

(…)

en ze besluit:

“Ik heb momenteel nog geen andere job op het oog maar de werkloosheidssteun die ik in de toekomst zal krijgen zal alleszins hoger zijn dan wat ik dit jaar verdiende.”
(…)
WEPpen of doppen? Wat mij betreft bestaat daar simpelweg geen twijfel over.”

Die zorgverstrekking in onze maatschappij, die iedereen vanzelfsprekend vindt, dat is voer voor een andere discussie. Maar de manier waarop ze met werkzoekenden omgaan voor de meerdere eer en glorie van de  statistieken is beangstigend. Er wordt me zelfs nog geen tijd gegund om zelf iets passends te zoeken.

Mijn vrees zal nog waarheid worden. Ach waarom kon ik nu toch niet liever naar soaps en telenovella’s gekeken hebben? De keuze tussen dat en rekkenvulster. Te laat.

Ik ga een beetje therapeutisch bladeren harken. Mag dat eigenlijk wel zo overdag tijdens de kantooruren? Wat denkt U, van de RVA of de VDAB, die meeleest?


einde contract

DE QUEESTE KAN WEER BEGINNEN

Vanaf maandag ben ik weer beschikbaar op de arbeidsmarkt. Ik wijzigde alvast – vooruitziend als ik ben – mijn profiel op de vdab website en kreeg gelijk twintig vacatures ‘op maat’ voorgesteld, ‘passend bij mijn profiel en rekening houdend met mijn vaardigheden’. ‘De VDAB wil iedere werkzoekende helpen bij het vinden van een geschikte job.’ luidt het.

En of, dat er werk is! En of dat de jobs me op het lijf geschreven zijn! En of dat ze een leefbaar loon opleveren!

Zes maand tijd heb ik om zelf iets te vinden dat enigszins aansluit bij mijn wensen, competentie en ervaring of ik kan me gaan aanmelden bij het Kruidvat als assistent filiaalmanager, als floormanager bij Leenbakker of assistant store manager bij Brantano. Eerste verkoopster bij Hema Belgium, brasserieverantwoordelijke voor tearoom, assistent-manager voor een fastfoodketen en uitbater Dèlifrance behoren ook tot de mogelijkheiden. Verder lijkt de functie van magazijn scanner (mag ik dan met zo’n karretje rondrijden?) me best heel boeiend en heb ik nog de keuze uit vijfentwintig administratieve jobs via interimkantoren van wie ik hoogstwaarschijnlijk gelijkaardige mails als hieronder mag verwachten.

Beste A.,

Jij bent vorige week hier langs gekomen voor de vacature van HR-medewerker voor XXX.

Zoals beloofd heb ik even met mijn collega gesproken over je loonsvoorwaarden en de extra-legale voordelen die je bij je vorige functie had.
Voor dit bedrijf is  xxx € bruto echter iets te hoog gegrepen, vrees ik. Dat kunnen ze je niet bieden. Het zou zelfs veel lager zijn dan dat en dus zou je wat bedrogen uitkomen.

Ik denk ook dat je door je jaren werkervaring al een bepaalde werkprocedure hebt ontwikkeld, wat eventueel de samenwerking zou kunnen bemoeilijken met de mensen die er al werken.

Daarom heb ik je niet voorgesteld. We zoeken verder voor iets soortgelijks waar je ervaring naar waarde geacht wordt.
Ik hoop je snel iets te kunnen voorstellen, want ik ben overtuigd van je kwaliteiten.

Moest je zelf nog een vacature zien op de VDAB website die je aanstaat, mag je ons uiteraard gerust ook opnieuw contacteren.

Met vriendelijke groeten,

B.H.
Uitzendconsulent

Zucht. Het wordt een drukke herfst.  Maar eerst nog twee nachtjes doortrekken.